Archief voor de ‘Energie’ Categorie

Vlaanderen – Op 14 december 2023 keurde De VREG de distributienettarieven voor 2024 goed. Ook de aansluittarieven en de tarieven voor de diensten op aanvraag van netgebruikers werden voor 2024 vastgelegd.

Ten opzichte van 2023 stelt VREG een gemiddelde stijging vast met 8%.

Wat betekent dat voor een gemiddeld gezin?
Concreet betaalt een gezin in 2024 voor elektriciteit 27 euro of 8% meer dan in 2023 en voor aardgas 18 euro of 8% meer dan in 2023.
Bij de berekening gaat men uit van een gezin met een tweevoudige digitale meter, een elektriciteitsverbruik van 3.500 kWh/jaar en een gemiddelde maandpiek van 4,26 kW., dat betaalt gemiddeld 364 euro (incl btw) nettarieven in 2024.
Voor aardgasverbruik neemt men een gezin met een verbruik van 17.000 kWh/ jaar en dat betaalt in 2024 gemiddeld 245 euro nettarieven (incl btw).

Waartoe dienen die nettarieven?
Distributienettarieven zijn de tarieven die u betaalt om elektriciteit of aardgas tot bij u thuis of bij uw onderneming te brengen. Ze dekken de kosten die Fluvius maakt voor de aanleg en het onderhoud van de distributienetten. Ze dekken ook de transmissiekosten die Fluvius aan Elia betaalt. De distributienettarieven zijn een deel van de factuur die u van uw energieleverancier krijgt, naast de energiekost en een aantal heffingen.

Oorzaak van de stijging
De stijging ten opzichte van vorig jaar komt voornamelijk door de inflatie en doordat de maatregelen om de energiefactuur te verlagen in 2022 en 2023 niet langer of minder doorwerken in 2024. De nettarieven voor elektriciteit liggen wel nog steeds lager dan in de periode voor 2022.

Verschil volgens netbeheerder
De situatie verschilt van netbeheerder tot netbeheerder en hangt dus af van waar u woont. De nettarieven voor Fluvius Antwerpen, Fluvius Limburg, Fluvius West en PBE stijgen meer dan gemiddeld, de nettarieven voor de andere distributienetbeheerders stijgen minder. De distributienetbeheerders die in het verleden de nettarieven te laag ingeschat hebben en daardoor minder inkomsten ontvingen, kunnen die tekorten nu verrekenen waardoor de nettarieven voor 2024 iets meer stijgen.
Een overzicht van de nettarieven per distributienetbeheerder vindt u op de website van de Vreg.

Ook stijging voor bedrijven
Ook de nettarieven voor bedrijven stijgen in 2024: Een kmo betaalt voor elektriciteitsverbruik op laagspanning 12% meer ten opzichte van vorig jaar. Voor aardgasverbruik betaalt een kmo 8% meer ten opzichte van vorig jaar.
De nettarieven voor bedrijven op middenspanning betalen voor elektriciteitsverbruik 2% meer ten opzichte van vorig jaar.

(Gelezen in de nieuwsbrief van de VREG, december 2023)

Vlaanderen – Niettegenstaande een warmtepomp veel milieuvriendelijker is dan een gasketel,  is het nu nog te duur  om je huis ermee te verwarmen, dat is toch de conclusie  van VITO/Energyville in een nieuw onderzoek.  Volgens installateurs is de verkoop van  warmtepompen dan ook bijna stilgevallen.

Vorig jaar was de vraag naar warmtepompen nog erg hoog toen de gasprijzen spectaculair gestegen waren. De gasprijzen zijn ondertussen alweer flink gedaald waardoor het voor gebouwen met een gemiddeld of matig isolatieniveau, financieel  niet interessant is om met een warmtepomp te verwarmen.

Door de prijsverlaging van gas  is deze opnieuw relatief goedkoop  en elektriciteit relatief duur. In de stroomfactuur zitten nog heel wat andere kosten vervat. Zolang de verhouding tussen gas (10 cent/kWh) en elektriciteit (37 cent/kWh) niet goed zit, blijft het een dure investering. Een warmtepomp wordt financieel interessant wanneer elektriciteit 2,5 keer duurder is dan gas per kWh. In Vlaanderen is dat 3,7. In Nederland is elektriciteit 1,9 maal duurder dan gas, een installatie is er na vier Ă  vijf jaar terugverdiend, in BelgiĂ« is dat al tot vijftien jaar.

De Vlaamse en federale overheden namen wel al initiatieven om elektriciteit, in vergelijking met gas, goedkoper te maken, maar het gaat traag. Ondertussen blijven er gasketels  bijkomen en die zijn dan weer vertrokken voor 15 jaar COâ‚‚ uitstoot. Om de klimaatdoelstellingen te behalen zouden er tegen 2030 zo’n 1,5 miljoen warmtepompen moeten draaien. 

(Gelezen in het Nieuwblad)

Het lichtdoofprogramma in Ieper wordt aangepast

Geplaatst op: 11/11/2015 door Geert Dewaele in Aankondigingen, Energie

20150514_082838

Na een geplande evaluatie, heeft de stad Ieper beslist het doofprogramma van de openbare verlichting licht aan te passen. De lichten zullen pas om middernacht (24 uur) worden gedoofd in plaats van om 23u. Ze zullen terug worden aangestoken om 5u en niet langer om 6u.

Het gaat om 3242 openbare lichtpunten van de 6962. Het lichtdoofplan in Ieper werd een jaar geleden ingevoerd. Dit gebeurde niet alleen omwille van ecologische redenen, maar de stad wilde ook besparen. De bedoelde jaarlijkse besparing op de energiefactuur zou 105.000 euro bedragen maar door de inkrimping van het plan vermindert dit tot jaarlijks 75.000 euro. Met de twee extra uren licht wil men vooral het comfort van de zwakke weggebruiker verhogen.

Stad Ieper is een plaats met heel wat avondactiviteiten en er wordt heel wat gewerkt in ploegensystemen. De aanpassingen komen er na een aantal reacties en suggesties van de bevolking: er kwamen voorstellen rond beurtelingse lichtpunten en lichtpunten bij het begin van een straat. De aanpassingskosten in de elektriciteitscabines zou echter te duur worden. De stad wilde op vrijdag –en zaterdagnacht de lichten laten branden, maar dat was niet mogelijk: volgens Eandis moeten de lichten dan ook op zondag blijven branden, maar dat is dan weer ecologisch en economisch oninteressant. De aanpassingen die nu werden gedaan hebben zo’n 60.000 euro gekost. Zo wil de stad wel punctuele lichtpunten aanbrengen op specifieke plaatsen, gevoed door zonnepanelen.

De Ieperse oppositie met Ives Goudeseune (sp.a.) en Emmily Talpe van Open Ieper, juichen de aanpassingen toe, maar zijn toch niet helemaal tevreden: ze hadden graag in het weekend de lichten zien blijven branden.
Ives Goudeseune vindt, vermits het strooiplan wordt gevolgd voor het bepalen van de te doven straten, dat het logisch is de lichten niet te doven bij sneeuwval. Goudeseune vroeg zich ook af wat er zou gebeuren op die plaatsen waar de lichten gewoon werden verwijderd en de mensen nu al om 18u in het “stikkedonker” zitten. Vanuit het stadsbestuur kwam hier geen antwoord op. Hij merkt verder op dat de nieuwe regeling trouwens een oud voorstel vanuit de oppositie is, die nu ook door hen werd goedgekeurd.

Volgens een politierapport zou er alvast geen verhoging van de criminaliteit zijn ten gevolge van doofprogramma’s. Er bestaat geen verband tussen wooninbraken en vandalisme enerzijds en gereduceerde openbare verlichting anderzijds. Er zou zelfs meer criminaliteit in zeer verlichte grootstedelijke gebieden zijn.

De stad blijft investeren in energiebesparende maatregelen in haar eigen gebouwen: de isolatiewerken in dé Academie in de Capucienenstraat, het Auris en de brandweerkazerne. In 2016 wil men ook nog het dak van het Vleeshuis aanpakken. De stad meent daarmee een voorbeeldrol te vervullen.

Bron: Stad Ieper

Verwant artikel:

Stad Ieper laat lichten branden na 23u bij wijk –en dorpsfeesten (04/09/2015)

2015-06-14 11.54.29

Wie zonnepanelen heeft, moet vanaf 1 juli 2015 mee betalen voor het elektriciteitsnet, het zogenaamde “prosumententarief”. Alle andere consumenten betalen nu al een bijdrage, via hun elektriciteitsfactuur.

Het slechte nieuws komt na de beslissing van de Vlaamse regulator voor de elektriciteits- en gasmarkt (VREG). Het nieuwe tarief wordt van toepassing op eigenaars van kleine productie-eenheden met een maximaal geïnstalleerd vermogen van 10 kVA, (bv. zonnepanelen, kleine windmolens en kleine warmtekrachtinstallaties), die  aangesloten zijn op het laagspanningsnet en die geïnstalleerd zijn in het Vlaamse Gewest. Bedrijven met zonnepanelen met een vermogen > 10 kW betalen al distributienettarieven. Zij hebben een bi-directionele meter en betalen een tarief voor injectie (stroom op het net zetten) als een tarief voor afname (stroom van het net halen).

Het prosumententarief is van toepassing voor eigenaars van productie-eenheden die over een terugdraaiende elektriciteitsmeter beschikken, de zogenaamde “prosumenten”: netgebruikers die zowel stroom produceren als consumeren.

Met deze maatregel probeert men een zekere ongelijkheid weg te werken. Het onderhoud en het gebruik van het stroomnetwerk kost geld en het is momenteel alleen de klassieke consument die hiervoor betaalt. Mensen met zonnepanelen op hun dak, betaalden tot nu toe geen distributievergoeding, niettegenstaande ze het net wel gebruiken, in twee richtingen zelfs: om de stroom die wordt geproduceerd op te zetten en later bij gebruik, stroom weer af te halen.

Het prosumententarief zal elk jaar aangerekend worden via de klassieke elektriciteitsfactuur. Naast de kosten voor het eigenlijke energieverbruik, zullen ook de kosten staan voor het gebruik van het net. In 2015 wordt maar de helft van het bedrag aangerekend. Bij installaties die pas na 1 juli 2015 in dienst worden genomen, wordt het prosumententarief aangerekend vanaf de indienstneming. De datum van het conforme AREI-verslag (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties) geldt daarbij als basis. Wie recht heeft op  groene stroomcertificaten,  blijft dit behouden.

Het is wel diegene die elektriciteit verbruikt op het adres waar zonnepanelen liggen, de netgebruiker, die zal moet betalen. Het is dus niet noodzakelijk de eigenaar van de zonnepanelen die het prosumententarief betaalt. Een huurder van een woning waarop zonnepanelen liggen, moet betalen. Wie het dak van zijn woning verhuurt aan een bedrijf die er PV-panelen op plaatste, zal zelf moeten betalen. Over dit laatste kunnen echter wel afspraken worden gemaakt tussen eigenaar en huurder. De VREG, de energieleverancier en de netbeheerder komen daar niet in tussen.

De bijdrage die moet worden betaald, wordt berekend op basis van het geĂŻnstalleerde vermogen van de productie-eenheid (hoe hoger het vermogen, hoe hoger de kost ) en vastgelegd door de distributienetbeheerder van de regio. Het prosumententarief wordt als volgt berekend: Vermogen van de installatie (uitgedrukt in Kw) x aanvullend capaciteitstarief (verschilt per netbeheerder). Voor onze regio (Gaselwest hanteert vrijwel het hoogste tarief) is dit 89 euro (83.99 excl. btw).

Iemand bijvoorbeeld met een installatie van 5 Kw, betaalt dus 5 x 89 euro= 445 euro (incl. btw). Een gezin betaalt 6% btw, een kmo 21% btw.

In een reactie stelt sectororganisatie PV Vlaanderen dat het invoeren van een dergelijke heffing ‘getuigt van weinig toekomstvisie’. De vereniging tilt vooral zwaar aan het feit dat de heffing geen rekening houdt met het echte netgebruik. Volgens PV Vlaanderen zou een slimme tariefstructuur ervoor kunnen zorgen dat zonnepaneleneigenaars gestimuleerd worden om hun verbruik en productie van stroom beter op elkaar af te stemmen, of te investeren in lokale batterij-opslag. “Dat kan een belangrijke bijdrage leveren aan het netevenwicht en zelfs helpen om black-outs te voorkomen.” De sector wil over de kwestie een grondig debat, tegen de definitieve hervorming van de distributienettarieven in 2017. PV Vlaanderen wijst er nog op dat, ondanks de invoering van een capaciteitstarief voor zonnepanelen, die nog altijd interessant blijven als investering voor particulieren.

Download:

Het prosumententarief – Veelgestelde vragen.pdf

Lees ook:

http://www.vreg.be/nl/tarief-voor-zonnepaneleneigenaars-met-terugdraaiende-teller-0

http://www.infrax.be/nl/wat-te-doen-bij/distributienettarieven/vragen-distributienettarieven#prosumententarief