Water raakt op in de Westhoek: landbouwers zoeken steeds verder naar oplossingen

Geplaatst op: 03/08/2026 door Geert Dewaele in landbouw
Tags:, , , , , , , , ,
Het bufferbekken van Vlamertinge – © Geert Dewaele

Ieper/Westhoek – Het watertekort in de Westhoek wordt steeds nijpender. In Vlamertinge is het provinciale bufferbekken aan de Cerfstraat afgesloten omdat het peil te laag staat om nog water naar de landbouwtapplaats te voeren. Ook elders in de regio verdwijnen de laatste publieke mogelijkheden om water te halen.

Bufferbekken Vlamertinge afgesloten
Het provinciale bufferbekken aan de Cerfstraat in Vlamertinge is niet langer beschikbaar voor landbouwers. Het waterpeil is zo sterk gedaald dat het bekken geen water meer aanvoert naar de voorziene tapplaats.
De toegangen tot het bekken zijn afgesloten met nadars en aan de site hangen rode vlaggen. Landbouwers die toch water proberen te capteren, riskeren volgens het gemeentelijke besluit een boete tot 350 euro.
Aan de ingang wordt verwezen naar een burgemeestersbesluit. Daarin wordt het tijdelijke onttrekkingsverbod in West-Vlaanderen gekoppeld aan de aanhoudende droogte, de lage waterstanden en het uitblijven van voldoende neerslag. Sinds 14 juli geldt het verbod voor alle onbevaarbare waterlopen in West-Vlaanderen, met uitzondering van het gebied van de Oostkustpolder.
Voor landbouwers betekent dat concreet dat water oppompen uit de betrokken waterlopen niet meer mag.
Het bufferbekken van de Cerfstraat was één van de plaatsen waar landbouwers nog terechtkonden voor water. Nu ook daar het peil onvoldoende is, wordt het bekken volledig afgesloten voor landbouwverkeer. Volgens het besluit is op korte termijn geen betekenisvolle neerslag te verwachten. De afsluiting moet bovendien voorkomen dat landbouwers alsnog leidingen in het bekken leggen, wat ecologische schade kan veroorzaken.
Wanneer het waterpeil opnieuw voldoende stijgt, kan de tapplaats opnieuw worden vrijgegeven.
De droogte beperkt zich niet langer tot lagere waterstanden: voor landbouwers verdwijnen ook de laatste lokale mogelijkheden om water te halen.

De droogte beperkt zich niet langer tot lagere waterstanden: voor landbouwers verdwijnen ook de laatste lokale mogelijkheden om water te halen.

Ook andere buffers komen onder druk
Vlamertinge staat niet alleen. Ook het provinciale bufferbekken in Poperinge gaat dicht. In Langemark staat het waterpeil volgens de aangeleverde informatie al sinds 17 juli te laag.
Daarmee wordt de speelruimte voor landbouwers in de regio bijzonder klein. Nadat het oppompen uit rivieren en waterlopen werd verboden, vormden de publieke bufferbekkens voor veel landbouwbedrijven een belangrijke alternatieve waterbron. Nu ook die reserves slinken, moeten landbouwers andere oplossingen zoeken. Dat gebeurt onder meer over de taalgrens.

Water halen wordt een dure operatie
Dirk Sioen, groenteboer en schepen van water in Zonnebeke (TEAM8980), stelt dat landbouwers onder meer richting Komen-Waasten trekken, waar op bepaalde plaatsen nog water beschikbaar zou zijn.
Ook Miguel Gheysens, landbouwer en schepen van Water in Ieper (Team Ieper), ziet landbouwers uitwijken richting de Leie. Dat brengt echter aanzienlijke transportkosten met zich mee.
Gheysens rekent voor dat een loonwerker voor een rit met 30 kubieke meter water ongeveer drie uur onderweg kan zijn aan een tarief van 100 euro per uur. Alleen al daardoor loopt de kost volgens hem snel op tot ongeveer 10 euro per kubieke meter.
Daarmee wordt beregenen voor sommige landbouwers economisch moeilijk haalbaar. Bovendien speelt volgens Gheysens niet alleen de prijs van het water. Bij extreme droogte gaat een deel van het beregeningswater verloren door verdamping of trekt het snel weg in de uitgedroogde bodem.
Volgens hem beginnen sommige landbouwers daarom af te haken. Ook private waterbuffers raken volgens zijn signalen leeg en de bevoorrading van vee zou op sommige plaatsen moeilijker worden.

Vraag naar meer lokale wateropslag
De droogte zorgt intussen ook voor een discussie over de capaciteit van de regio om water vast te houden.
Danny Metsu, landbouwer en schepen van vergunningen in Ieper (Team Ieper), pleit voor meer lokale waterbuffering. Volgens hem moet het gemakkelijker worden om zowel publieke als private buffers aan te leggen.
Metsu wijst daarbij op de regelgeving rond dergelijke projecten. Volgens hem kunnen burgers en landbouwers vandaag tegen veel regels en procedures aanlopen wanneer ze zelf water willen bufferen. Hij vindt dat die belemmeringen moeten worden aangepakt.
De discussie gaat daarmee verder dan de huidige droogte. De vraag is niet alleen hoe landbouwers deze zomer aan water komen, maar ook hoeveel water de regio in de toekomst lokaal kan opslaan wanneer droge periodes zich opnieuw voordoen.

Aardappelen krijgen zware klap
Op het landbouwbedrijf van Metsu in de omgeving van Vlamertinge zijn de gevolgen volgens hem duidelijk zichtbaar. Vooral de aardappelteelt staat onder druk.
Hij verwacht dat de opbrengsten op bepaalde percelen ver onder de eerder gemaakte contractuele verwachtingen zullen blijven. Verwerkers zouden contracten hebben afgesloten op basis van opbrengsten van gemiddeld 25 tot 30 ton per hectare, maar volgens Metsu zijn die volumes in de huidige omstandigheden niet haalbaar.
Op het veld wijst hij op nieuwe scheuten en knolvorming. Hij omschrijft dat als doorwas, waarbij planten onder invloed van droogte en hitte opnieuw knolletjes vormen. Dat kan volgens hem de kwaliteit en bewaarmogelijkheden van de aardappelen aantasten.
Ook andere teelten zijn volgens hem sterk afhankelijk van voldoende water. Hij noemt onder meer bloemkool, spruiten, broccoli, boontjes, koolrabi en maïs.
Voor landbouwers betekent een lagere opbrengst niet alleen een kleinere oogst, maar ook een rechtstreeks inkomensprobleem.

Gevolgen worden zichtbaar bij de consument
De droogte begint ook door te sijpelen naar de verkoop van landbouwproducten.
Philip Fleurbaey, uitbater van hoevewinkel Zuid-Bellegoed in Ieper, merkt dat vooral aan de aardappelen. Grote frietaardappelen zijn er voorlopig niet of nauwelijks beschikbaar. Hij verwacht daarom geen sterk frietjaar in 2026.
Kleinere aardappelen zijn volgens Fleurbaey wel ruim beschikbaar. Die variëren in grootte van ongeveer een knikker tot een pingpongbal en zijn voor sommige klassieke toepassingen minder aantrekkelijk.
Fleurbaey ziet daarin tegelijk aanleiding om na te denken over de verwachtingen van consumenten. Hij stelt dat de landbouw en de consument mogelijk anders naar aardappelen en beregening moeten kijken. Minder nadruk op uniforme, grote aardappelen en meer waardering voor kleinere exemplaren kunnen volgens hem verspilling helpen beperken.

Watertekort zet landbouwmodel onder druk
De situatie in Vlamertinge illustreert hoe snel de marges tijdens een langdurige droogte kunnen verdwijnen. Eerst vallen waterlopen weg als bron voor beregening. Daarna komen ook bufferbekkens onder druk te staan. Wanneer landbouwers vervolgens water over grotere afstanden moeten laten aanvoeren, stijgt de kost sterk.
Tegelijk neemt volgens de betrokken landbouwers de efficiëntie van beregening onder extreme droogte af. Daardoor ontstaat een moeilijke afweging tussen de kost van water, de verwachte opbrengst en de kwaliteit van het gewas.
Zolang er onvoldoende neerslag valt, blijft de beschikbare hoeveelheid water beperkt. De afsluiting van het bufferbekken in Vlamertinge is daardoor niet alleen een lokaal probleem, maar een zichtbaar teken van de toenemende druk op de landbouw in de Westhoek.

Het bufferbekken van Vlamertinge – © Geert Dewaele
Zoals eerder bericht door:
“2026 wordt geen groot frietjaar”: lege bufferbekkens zetten aardappelteelt in de Westhoek onder druk – VRT NWS Nieuws (3 augustus 2026)
“2026 wordt geen groot frietjaar”: aardappelboeren ten einde raad nu ook laatste buffers opdrogen – Nieuwsblad (2 augustus 2026)
Het bufferbekken van Vlamertinge – © Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder


Ontdek meer van Bouwend Ieper

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties