Post Tagged ‘Ieper’

Ieper – De Vlaamse overheid trekt 1,13 miljoen euro uit voor de restauratie van vier militaire begraafplaatsen in en rond Ieper. Vooral de omheiningsmuren zijn op verschillende plaatsen in slechte staat. Ook de Commonwealth War Graves Commission draagt financieel bij aan de werken.

Restauratie moet verval tegengaan
Vier militaire begraafplaatsen in de regio Ieper krijgen binnenkort een grondige restauratie. Het gaat om Railway Dugouts Burial Ground en Bedford House Cemetery in Zillebeke, White House Cemetery in Sint-Jan en Belgian Battery Corner Cemetery in Ieper.
De muren rond de begraafplaatsen vormen een belangrijk onderdeel van de geplande werkzaamheden. Op verschillende plaatsen zijn funderingen en voegwerk aangetast en zijn bakstenen en dekstenen beschadigd. De restauratie moet de constructies opnieuw stabiel maken. Beschadigde onderdelen worden vervangen en waar mogelijk worden bestaande materialen opnieuw gebruikt.
De vier locaties zijn beschermde monumenten. Bedford House Cemetery behoort bovendien tot het UNESCO-werelderfgoed. Ook de andere drie begraafplaatsen zijn opgenomen in het beschermde erfgoed.

De investering moet ervoor zorgen dat vier belangrijke oorlogsbegraafplaatsen hun historische en herdenkingsfunctie ook in de toekomst kunnen behouden.

Vlaamse overheid financiert grootste deel
De totale kostprijs van de restauratiewerken wordt geraamd op 1,7 miljoen euro. Vlaanderen neemt daarvan 66 procent voor zijn rekening, goed voor ongeveer 1,13 miljoen euro. De financiering verloopt via het Agentschap Onroerend Erfgoed.
De resterende kosten worden gedragen door de Commonwealth War Graves Commission, de organisatie die verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van Britse en Gemenebestoorlogsbegraafplaatsen.
De Vlaamse overheid koppelt de investering aan het behoud van de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog. Minister Ben Weyts benadrukt daarbij dat militaire begraafplaatsen niet alleen historische plaatsen zijn, maar ook een blijvende herinnering vormen aan het oorlogsleed en aan de vele gesneuvelden die in de regio hun laatste rustplaats kregen.

Ieper als belangrijk oorlogslandschap
De omgeving van Ieper was tijdens de Eerste Wereldoorlog jarenlang een van de zwaarst bevochten frontgebieden. Het front kwam er gedurende lange tijd nauwelijks van zijn plaats.
Soldaten uit verschillende delen van het toenmalige Britse Rijk kwamen er om het leven. Onder meer militairen uit Canada, India, Australië en Nieuw-Zeeland werden in de regio begraven. De militaire begraafplaatsen vormen daardoor vandaag een tastbare getuigenis van de internationale dimensie van de oorlog rond Ieper.
Het onderhoud van die sites gaat dan ook verder dan het herstellen van muren of andere bouwelementen. De staat van de begraafplaatsen bepaalt mee hoe bezoekers de historische plaatsen vandaag kunnen beleven.

Ook lokale erfgoedvereniging reageert positief
De New Ypres League verwelkomt de investering. Pierre Legrand, conflictarcheoloog en lid van de organisatie, ziet in het herstel van de begraafplaatsen ook een mogelijkheid om de boodschap van vrede door te geven aan volgende generaties.
Volgens de League wordt daarnaast, samen met de Commonwealth War Graves Commission, de stad Ieper en het Agentschap Onroerend Erfgoed, gewerkt aan het herstel van demarcatiepalen. Die markeringen maken eveneens deel uit van het historische landschap dat aan de oorlog herinnert.
De restauratie van de vier begraafplaatsen past daarmee in een bredere inspanning om het oorlogserfgoed in en rond Ieper in stand te houden.

White House Cemetery in Sint-Jan © Geert Dewaele
Zoals eerder bericht door:
Vlaanderen trekt 1,1 miljoen euro uit voor restauratie van 4 oorlogsbegraafplaatsen in Ieper – VRT NWS (4 augustus 2026)
Vlaanderen investeert meer dan een miljoen in muren van oorlogskerkhoven: “Ze dreigen instabiel te worden”– Nieuwsblad (4 augustus 2026)
White House Cemetery in Sint-Jan © Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

Het bufferbekken van Vlamertinge – © Geert Dewaele

Ieper/Westhoek – Het watertekort in de Westhoek wordt steeds nijpender. In Vlamertinge is het provinciale bufferbekken aan de Cerfstraat afgesloten omdat het peil te laag staat om nog water naar de landbouwtapplaats te voeren. Ook elders in de regio verdwijnen de laatste publieke mogelijkheden om water te halen.

Bufferbekken Vlamertinge afgesloten
Het provinciale bufferbekken aan de Cerfstraat in Vlamertinge is niet langer beschikbaar voor landbouwers. Het waterpeil is zo sterk gedaald dat het bekken geen water meer aanvoert naar de voorziene tapplaats.
De toegangen tot het bekken zijn afgesloten met nadars en aan de site hangen rode vlaggen. Landbouwers die toch water proberen te capteren, riskeren volgens het gemeentelijke besluit een boete tot 350 euro.
Aan de ingang wordt verwezen naar een burgemeestersbesluit. Daarin wordt het tijdelijke onttrekkingsverbod in West-Vlaanderen gekoppeld aan de aanhoudende droogte, de lage waterstanden en het uitblijven van voldoende neerslag. Sinds 14 juli geldt het verbod voor alle onbevaarbare waterlopen in West-Vlaanderen, met uitzondering van het gebied van de Oostkustpolder.
Voor landbouwers betekent dat concreet dat water oppompen uit de betrokken waterlopen niet meer mag.
Het bufferbekken van de Cerfstraat was één van de plaatsen waar landbouwers nog terechtkonden voor water. Nu ook daar het peil onvoldoende is, wordt het bekken volledig afgesloten voor landbouwverkeer. Volgens het besluit is op korte termijn geen betekenisvolle neerslag te verwachten. De afsluiting moet bovendien voorkomen dat landbouwers alsnog leidingen in het bekken leggen, wat ecologische schade kan veroorzaken.
Wanneer het waterpeil opnieuw voldoende stijgt, kan de tapplaats opnieuw worden vrijgegeven.
De droogte beperkt zich niet langer tot lagere waterstanden: voor landbouwers verdwijnen ook de laatste lokale mogelijkheden om water te halen.

De droogte beperkt zich niet langer tot lagere waterstanden: voor landbouwers verdwijnen ook de laatste lokale mogelijkheden om water te halen.

Ook andere buffers komen onder druk
Vlamertinge staat niet alleen. Ook het provinciale bufferbekken in Poperinge gaat dicht. In Langemark staat het waterpeil volgens de aangeleverde informatie al sinds 17 juli te laag.
Daarmee wordt de speelruimte voor landbouwers in de regio bijzonder klein. Nadat het oppompen uit rivieren en waterlopen werd verboden, vormden de publieke bufferbekkens voor veel landbouwbedrijven een belangrijke alternatieve waterbron. Nu ook die reserves slinken, moeten landbouwers andere oplossingen zoeken. Dat gebeurt onder meer over de taalgrens.

Water halen wordt een dure operatie
Dirk Sioen, groenteboer en schepen van water in Zonnebeke (TEAM8980), stelt dat landbouwers onder meer richting Komen-Waasten trekken, waar op bepaalde plaatsen nog water beschikbaar zou zijn.
Ook Miguel Gheysens, landbouwer en schepen van Water in Ieper (Team Ieper), ziet landbouwers uitwijken richting de Leie. Dat brengt echter aanzienlijke transportkosten met zich mee.
Gheysens rekent voor dat een loonwerker voor een rit met 30 kubieke meter water ongeveer drie uur onderweg kan zijn aan een tarief van 100 euro per uur. Alleen al daardoor loopt de kost volgens hem snel op tot ongeveer 10 euro per kubieke meter.
Daarmee wordt beregenen voor sommige landbouwers economisch moeilijk haalbaar. Bovendien speelt volgens Gheysens niet alleen de prijs van het water. Bij extreme droogte gaat een deel van het beregeningswater verloren door verdamping of trekt het snel weg in de uitgedroogde bodem.
Volgens hem beginnen sommige landbouwers daarom af te haken. Ook private waterbuffers raken volgens zijn signalen leeg en de bevoorrading van vee zou op sommige plaatsen moeilijker worden.

Vraag naar meer lokale wateropslag
De droogte zorgt intussen ook voor een discussie over de capaciteit van de regio om water vast te houden.
Danny Metsu, landbouwer en schepen van vergunningen in Ieper (Team Ieper), pleit voor meer lokale waterbuffering. Volgens hem moet het gemakkelijker worden om zowel publieke als private buffers aan te leggen.
Metsu wijst daarbij op de regelgeving rond dergelijke projecten. Volgens hem kunnen burgers en landbouwers vandaag tegen veel regels en procedures aanlopen wanneer ze zelf water willen bufferen. Hij vindt dat die belemmeringen moeten worden aangepakt.
De discussie gaat daarmee verder dan de huidige droogte. De vraag is niet alleen hoe landbouwers deze zomer aan water komen, maar ook hoeveel water de regio in de toekomst lokaal kan opslaan wanneer droge periodes zich opnieuw voordoen.

Aardappelen krijgen zware klap
Op het landbouwbedrijf van Metsu in de omgeving van Vlamertinge zijn de gevolgen volgens hem duidelijk zichtbaar. Vooral de aardappelteelt staat onder druk.
Hij verwacht dat de opbrengsten op bepaalde percelen ver onder de eerder gemaakte contractuele verwachtingen zullen blijven. Verwerkers zouden contracten hebben afgesloten op basis van opbrengsten van gemiddeld 25 tot 30 ton per hectare, maar volgens Metsu zijn die volumes in de huidige omstandigheden niet haalbaar.
Op het veld wijst hij op nieuwe scheuten en knolvorming. Hij omschrijft dat als doorwas, waarbij planten onder invloed van droogte en hitte opnieuw knolletjes vormen. Dat kan volgens hem de kwaliteit en bewaarmogelijkheden van de aardappelen aantasten.
Ook andere teelten zijn volgens hem sterk afhankelijk van voldoende water. Hij noemt onder meer bloemkool, spruiten, broccoli, boontjes, koolrabi en maïs.
Voor landbouwers betekent een lagere opbrengst niet alleen een kleinere oogst, maar ook een rechtstreeks inkomensprobleem.

Gevolgen worden zichtbaar bij de consument
De droogte begint ook door te sijpelen naar de verkoop van landbouwproducten.
Philip Fleurbaey, uitbater van hoevewinkel Zuid-Bellegoed in Ieper, merkt dat vooral aan de aardappelen. Grote frietaardappelen zijn er voorlopig niet of nauwelijks beschikbaar. Hij verwacht daarom geen sterk frietjaar in 2026.
Kleinere aardappelen zijn volgens Fleurbaey wel ruim beschikbaar. Die variëren in grootte van ongeveer een knikker tot een pingpongbal en zijn voor sommige klassieke toepassingen minder aantrekkelijk.
Fleurbaey ziet daarin tegelijk aanleiding om na te denken over de verwachtingen van consumenten. Hij stelt dat de landbouw en de consument mogelijk anders naar aardappelen en beregening moeten kijken. Minder nadruk op uniforme, grote aardappelen en meer waardering voor kleinere exemplaren kunnen volgens hem verspilling helpen beperken.

Watertekort zet landbouwmodel onder druk
De situatie in Vlamertinge illustreert hoe snel de marges tijdens een langdurige droogte kunnen verdwijnen. Eerst vallen waterlopen weg als bron voor beregening. Daarna komen ook bufferbekkens onder druk te staan. Wanneer landbouwers vervolgens water over grotere afstanden moeten laten aanvoeren, stijgt de kost sterk.
Tegelijk neemt volgens de betrokken landbouwers de efficiëntie van beregening onder extreme droogte af. Daardoor ontstaat een moeilijke afweging tussen de kost van water, de verwachte opbrengst en de kwaliteit van het gewas.
Zolang er onvoldoende neerslag valt, blijft de beschikbare hoeveelheid water beperkt. De afsluiting van het bufferbekken in Vlamertinge is daardoor niet alleen een lokaal probleem, maar een zichtbaar teken van de toenemende druk op de landbouw in de Westhoek.

Het bufferbekken van Vlamertinge – © Geert Dewaele
Zoals eerder bericht door:
“2026 wordt geen groot frietjaar”: lege bufferbekkens zetten aardappelteelt in de Westhoek onder druk – VRT NWS Nieuws (3 augustus 2026)
“2026 wordt geen groot frietjaar”: aardappelboeren ten einde raad nu ook laatste buffers opdrogen – Nieuwsblad (2 augustus 2026)
Het bufferbekken van Vlamertinge – © Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

© Geert Dewaele

Ieper – Met het bereiken van het hoogste punt van de nieuwbouw is een belangrijke mijlpaal bereikt in de herontwikkeling van De Kerselaar in de Hovelandwijk. Het project vervangt verouderde sociale woningen door een groter wooncomplex, gecombineerd met een publiek wijkpark en duurzame infrastructuur.

Meiboom markeert einde van de ruwbouw
Met het planten van de meiboom werd begin juli het einde van de ruwbouwwerken gevierd van de nieuwe sociale woonontwikkeling in De Kerselaar. Het project wordt gerealiseerd door woonmaatschappij Ons Onderdak in samenwerking met bouwonderneming Damman.
De werken gingen vorig jaar van start, net voor de zomer. Op de locatie stonden vroeger zeven afzonderlijke clusters met telkens zes duplexappartementen. Die zijn intussen verdwenen en maken plaats voor één centraal appartementsgebouw met vijftig woongelegenheden langs de Robrecht van Bethunelaan.
Naast de nieuwbouw wordt ook een groot wijkpark aangelegd, met fiets- en wandelverbindingen die de omliggende buurten met elkaar moeten verbinden.

Meer woningen én meer open ruimte
Volgens Ons Onderdak kiest het project bewust voor een compactere bouwvorm. Door de woningen in één meerlagig gebouw samen te brengen, blijft een groter deel van het terrein beschikbaar als groene publieke ruimte.

Door de woningen te bundelen in één gebouw ontstaat ruimte voor een groot wijkpark dat wonen, ontmoeting en klimaatadaptatie met elkaar moet verbinden.

Het centrale gebouw krijgt een hoogte van zeven bouwlagen en wordt volgens de BEN-normen gebouwd. Daarbij worden energiezuinige en milieuvriendelijke technieken toegepast.

Ontmoeting en duurzaamheid centraal
Volgens de woonmaatschappij gaat het project verder dan alleen energiezuinig bouwen. Bij het ontwerp is ook aandacht besteed aan de manier waarop bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Zo moeten onder meer de galerijen en de gemeenschappelijke sokkel fungeren als overgang tussen privé- en publieke ruimte, waardoor sociale contacten worden gestimuleerd.
Ook het nieuwe park krijgt meerdere functies. Er wordt ingezet op waterbuffering via wadi’s, meer biodiversiteit met onder meer bloemenweides en inheemse bomen, en ruimte voor recreatie, ontmoeting en zachte mobiliteit.

Onderdeel van langetermijnvisie
De herontwikkeling van De Kerselaar maakt deel uit van het Globaal Plan 2050 van Ons Onderdak. Daarmee werkt de woonmaatschappij stapsgewijs aan de vernieuwing van haar oudere woningpatrimonium om te voldoen aan de Vlaamse klimaatdoelstellingen voor energieprestaties.
Volgens de woonmaatschappij worden de investeringen gespreid over ongeveer 25 jaar. Daarbij krijgen de oudste en minst energiezuinige woonwijken voorrang voor ingrijpende renovatie of vervangingsbouw. Voor recentere woningen wordt een latere planning voorzien. Die gefaseerde aanpak moet zowel de financiering als het aantal noodzakelijke verhuisbewegingen beheersbaar houden.
De oudste sociale woonwijken in Ieper, waaronder de Torrepoortwijk, de Posthoornwijk en de Hovelandwijk, behoren daardoor tot de eerste locaties waar dergelijke projecten worden uitgevoerd.

Woningnood blijft een uitdaging
Tijdens de gemeenteraad werd opnieuw gewezen op de lange wachtlijsten voor sociale woningen in Ieper. Volgens de aangehaalde cijfers stonden eind 2025 in totaal 1.258 Ieperse gezinnen op de wachtlijst. Daarvan wilden 1.183 gezinnen in Ieper blijven wonen. Daarnaast hadden ook 2.523 gezinnen van buiten de stad Ieper als voorkeursgemeente opgegeven.
Ons Onderdak erkent dat één bouwproject die vraag niet kan oplossen. De woonmaatschappij verwacht wel dat de geplande bouwprogramma’s de komende jaren voor extra sociale woningen zullen zorgen. Daarbij wordt rekening gehouden met de veranderende samenstelling van de wachtlijst, waar vandaag meer alleenstaanden voorkomen dan vroeger. Daarom verschuift de focus geleidelijk van grotere gezinswoningen naar meer compacte woonentiteiten.

Zoals eerder bericht door:
Sociaal woonblok De Kerselaar vervangt 42 verspreide woningen door 50 appartementen: “Een blikvanger voor de omgeving” – KW.be (3 juli 2026)
© Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

© Geert Dewaele

Ieper – Een snel uitbreidende laag eendenkroos op het vestingwater in Ieper zorgt voor bezorgdheid bij vissers, recreanten en het stadsbestuur. De discussie draait niet alleen om het uitzicht van het water, maar vooral om de mogelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en het onderwaterleven.

Groene laag breidt zich snel uit
Op het vestingwater tussen de Rijselpoort en het Pacific Eiland is de voorbije weken een opvallende toename van eendenkroos zichtbaar. Waar het water kort geleden nog grotendeels vrij was van de drijvende plantjes, bedekt inmiddels een aanzienlijk deel van het oppervlak een groene laag.
Volgens verschillende betrokkenen heeft die snelle uitbreiding gevolgen voor de beleving van het gebied. Roeiers, vissers en bezoekers verkiezen helder water, terwijl vissers zich tegelijk zorgen maken over de leefomstandigheden van de aanwezige vispopulatie.

Waarom eendenkroos een probleem kan worden
Eendenkroos is op zichzelf geen schadelijke waterplant. Integendeel, de plant neemt voedingsstoffen zoals stikstof en fosfor uit het water op. Problemen ontstaan pas wanneer een groot deel van het wateroppervlak wordt afgesloten.
Dan bereikt minder zonlicht de onderwaterplanten en verloopt ook de uitwisseling van zuurstof met de lucht moeilijker. Wanneer onderwaterplanten vervolgens afsterven, vraagt hun afbraak extra zuurstof. Vooral tijdens warme periodes kan dat leiden tot een sterke daling van het zuurstofgehalte, met vissterfte als mogelijk gevolg.
Die bezorgdheid leeft ook in Ieper, waar eerder al een vergelijkbare situatie werd vastgesteld op het kanaal Ieper-IJzer.

Een dichte laag eendenkroos is niet automatisch schadelijk, maar kan bij warm weer wel leiden tot een ernstig zuurstoftekort in het water

Gemeenteraad bespreekt aanpak
De toestand kwam aan bod tijdens de laatste gemeenteraad vóór het zomerreces. Oppositieleider Valentijn Despeghel (Vooruit) bracht het onderwerp opnieuw onder de aandacht. Hij wees erop dat de bestaande aanpak moet worden voortgezet, met onder meer het opvolgen van de zuurstofwaarden en het beluchten van het water om grote schommelingen op te vangen.
Daarnaast pleitte hij ervoor dat de stad en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) op korte termijn overtollig eendenkroos verwijderen. Dat is volgens hem ook belangrijk met het oog op het Iepers viskampioenschap, dat begin augustus gepland staat.

Stad volgt situatie op
Schepen van Natuur Miguel Gheysens (Team Ieper) liet weten dat de stad de zuurstofwaarden nauwgezet opvolgt. De beluchters die recent werden hersteld, moeten extra waterbeweging creëren, waardoor de ontwikkeling van eendenkroos gedeeltelijk kan worden afgeremd.
Volgens de schepen is de sterke groei van het eendenkroos het resultaat van meerdere factoren die elkaar versterken. De combinatie van warm weer, weinig waterstroming, een lage waterstand door langdurige droogte, een slibrijke bodem en voedselrijk water creëert gunstige omstandigheden voor de plant.
Wanneer de situatie verder verslechtert, kan de Vlaamse Milieumaatschappij volgens de stad eendenkroos samenbrengen met drijfschermen, waarna het mechanisch wordt verwijderd.

Uitbaggeren blijft een structurele oplossing
Naast tijdelijke maatregelen blijft ook het uitbaggeren van de vestinggrachten een belangrijk onderdeel van de langetermijnaanpak.
Eerder werden al delen van de vestingen uitgebaggerd tussen de Menenpoort, het voormalige openluchtzwembad en de Vaubanstraat. Momenteel loopt de aanbestedingsprocedure voor een volgende fase tussen de Vaubanstraat en de Rijselpoort. Voor de Majoorgracht zijn voorlopig nog geen voorbereidende werken opgestart.
Daarnaast wil de stad blijven inzetten op een betere waterkwaliteit door de aanvoer van voedingsstoffen zoals stikstof en fosfor verder terug te dringen.

Ook strengere aanpak van afvalwater in het buitengebied
Los van de situatie op het vestingwater verscherpt het stadsbestuur ook de controle op de zuivering van huishoudelijk afvalwater in het buitengebied.
Huishoudens die nog steeds niet zijn aangesloten op een individuele behandelingsinstallatie (IBA) of op de riolering, terwijl dat al langer verplicht is, riskeren voortaan een administratieve boete van 1.500 euro. Die kan jaarlijks opnieuw worden opgelegd zolang de situatie niet is geregulariseerd.
Om inwoners daarbij te ondersteunen, blijft de stad een groepsaankoop voor IBA-installaties aanbieden.

© Geert Dewaele
Lees ook:
Mysterieuze eilandjes in de Kasteelgracht: Ieper wil ingrijpen bij aftakelende populieren – 6/02/2026
Zoals eerder bericht door:
Eendenkroos rukt op in Ieperse vestinggrachten, boetes voor wie afvalwater niet zuivert – vrtnws (2 juli 2026)
Groene brij omsingelt eiland van chef Robert (54) en doet vissen bovendrijven: “Serveer ik dan maar eendenkroos in mijn restaurant?” – Nieuwsblad (2 juli 2026)
© Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder


© Geert Dewaele

Ieper – De gemeenteraad buigt zich op 29 juni over een grondige hervorming van het parkeerbeleid in Ieper. Het voorstel omvat aangepaste parkeertarieven, een uitbreiding van de betalende parkeerzone en een langere Shop & Go-parkeertijd. Er komt ook een investering van 300.000 euro in nieuwe parkeerautomaten.

Vernieuwd parkeerbeleid vanaf 2027
Het stadsbestuur wil vanaf 1 januari 2027 een nieuw parkeerbeleid invoeren dat de beschikbare parkeerplaatsen efficiënter moet benutten. Door een hogere rotatie van voertuigen wil de stad de bereikbaarheid van de binnenstad verbeteren voor bezoekers, bewoners, handelaars en zorgverleners, terwijl ook rekening wordt gehouden met de verschillende parkeerbehoeften in het centrum.
Het nieuwe reglement vervangt het huidige parkeerreglement en zou gelden tot eind 2031.

Betalende parkeerzone wordt uitgebreid
Een van de belangrijkste wijzigingen is de uitbreiding van de betalende parkeerzone. Volgens het voorstel past die uitbreiding binnen de bredere hervorming van het parkeerbeleid en moet ze bijdragen aan een beter gebruik van de beschikbare parkeerplaatsen.
Om dat mogelijk te maken, investeert de stad tegelijk in nieuwe parkeerautomaten. De huidige toestellen zijn ongeveer twaalf jaar oud en laten enkel betalingen met muntgeld toe. De nieuwe automaten zullen ook betalingen met een bankkaart mogelijk maken en worden aangepast aan de uitgebreide parkeerzone.
Voor de levering en plaatsing van de nieuwe parkeerautomaten is een investering voorzien van 300.000 euro, inclusief btw. De opdracht zal via een openbare aanbesteding worden uitgeschreven. Omdat de geraamde waarde boven de Europese drempel ligt, is ook een Europese bekendmaking vereist.

Met het vernieuwde parkeerbeleid wil de stad parkeerplaatsen efficiënter benutten én investeren in modernere betaalmogelijkheden.

Nieuwe tarieven voor kortparkeren
In de zones voor betalend kortparkeren blijft een maximale parkeerduur van drie uur gelden, geldig van 9 tot 18 uur, niet op zon- en feestdagen en niet op 11 juli.

De voorgestelde tarieven zijn:
– eerste uur: 1 euro
– tweede uur: 2 euro
– derde uur: 3 euro
Wie geen geldige parkeersessie registreert (geen ticket neemt of niet registreert via app/sms), langer parkeert dan toegestaan of de parkeerregels niet naleeft, betaalt een dagtarief van 30 euro.

Langparkeren blijft voordelig
Ook het systeem van betalend langparkeren wordt aangepast.
De eerste twee uur blijven gratis, op voorwaarde dat de parkeerbeurt wordt geregistreerd via de parkeerautomaat, een app of sms. Nadien bedraagt het tarief 50 cent per uur, met een maximum van 2 euro per dag.
Van deze regeling kan slechts één keer per dag gebruik worden gemaakt. Bewoners met een geldige bewonerskaart blijven in hun eigen zone vrijgesteld. Ook hier geldt een belasting van 30 euro bij niet-naleving.

Shop & Go wordt uitgebreid
Voor bestuurders die kort willen parkeren, wordt de maximale parkeertijd op Shop & Go-parkeerplaatsen uitgebreid van 30 naar 45 minuten.
De parkeerduur wordt automatisch geregistreerd via sensoren, waardoor geen parkeerticket nodig is. Wie langer parkeert dan toegestaan, betaalt een dagtarief van 30 euro.

Blauwe zone verdwijnt
De klassieke blauwe zone verdwijnt uit het parkeerbeleid. Schepen Peter De Groot stelde op Facebook dat de maatregel misbruik van parkeerschijven moet beperken en ervoor moet zorgen dat parkeerplaatsen nabij handelszaken sneller opnieuw beschikbaar worden voor klanten en bezoekers.
Wel blijven op enkele locaties parkeerplaatsen bestaan waar een beperkte parkeertijd geldt. Dat blijft onder meer het geval ter hoogte van handelszaken en Bellewaerde langs de Meenseweg. Wie de toegelaten parkeertijd overschrijdt of geen parkeerschijf gebruikt waar verplicht, betaalt 30 euro.

Nieuwe parkeerkaarten en bewonersplaatsen
Het voorstel voorziet daarnaast extra bewonersparkeerplaatsen in een aantal straten, exclusief voor bewoners. Alleen voertuigen met een geldige bewonerskaart mogen daar parkeren. Wie er zonder bewonerskaart parkeert, betaalt 30 euro per dag. Belangrijke wijziging: in het kernwinkelgebied is de bewonerskaart niet langer geldig. Bewoners mogen hun kaart gebruiken in hun eigen bewonerszone of op specifieke bewonersplaatsen. De binnenstad wordt opgedeeld in twee bewonerszones.
Ook de digitale parkeerkaarten worden aangepast: de eerste bewonerskaart blijft gratis, terwijl voor een tweede bewonerskaart een jaarlijkse bijdrage van 100 euro wordt voorzien.

Voor aannemers worden de bestaande kaarten behouden. Zij kunnen een digitale parkeerkaart aanvragen voor 200 euro per jaar of 45 euro per maand. Deze kaarten zijn enkel geldig voor dienstvoertuigen die effectief nodig zijn voor werken op locatie.

Daarnaast komt er een nieuwe digitale parkeerkaart voor zorgverstrekkers, zoals thuisverpleegkundigen, kinesisten, andere erkende zorgverleners en erkende thuiszorgorganisaties. Die kost 50 euro per jaar en kan gedurende maximaal twee uur per parkeerplaats worden gebruikt. Dit moet zorgverleners helpen sneller en eenvoudiger bij hun patiënten te geraken.

Regels wijzigen voor personen met een handicap
Ook de parkeerregeling voor houders van een parkeerkaart voor personen met een handicap wordt aangepast.
Gratis en onbeperkt parkeren blijft mogelijk op de voorbehouden parkeerplaatsen voor personen met een handicap. Op alle andere parkeerplaatsen geldt voortaan hetzelfde parkeerregime als voor andere bestuurders.

Ook elektrische voertuigen betalen
Elektrische en hybride voertuigen verliezen hun vrijstelling in de betalende parkeerzones. Net als andere bestuurders zullen zij voortaan parkeerbelasting moeten betalen wanneer zij parkeren in een betalende zone.

Meerdere dagtarieven mogelijk
Nieuw is ook dat dagtarieven kunnen worden gecombineerd wanneer op dezelfde dag overtredingen worden vastgesteld binnen verschillende parkeerregimes.
Per parkeerregime blijft maximaal één dagtarief van 30 euro verschuldigd. Wanneer een bestuurder op dezelfde dag in verschillende parkeerregimes een overtreding begaat, kunnen de dagtarieven wel samen worden aangerekend.

Bronnen: Verklarende nota en bijhorende gemeenteraadsdocumenten, gemeenteraad Ieper van 29 juni 2026.
© Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder