Post Tagged ‘Ieper’

© Geert Dewaele
,

Ieper – De historische Kazemattenbrouwerij in Ieper blijft bestaan dankzij een overname door stadsgenoten van Leroy Breweries. Oprichter Rudi Ghequire draagt zijn levenswerk met een gerust hart over. De bieren, de locatie en het verhaal onder de vestingmuren blijven behouden, met een nieuwe generatie brouwers aan het roer.

Van geesteskind tot erfgoed
Onder de vestingwallen van Ieper, in de kazematten die dateren uit de tijd van Vauban, bouwde Rudi Ghequire twaalf jaar geleden een brouwerij uit zonder subsidies. De brouwmeester uit Roeselare, jarenlang actief bij Rodenbach, ontwikkelde er zijn eigen recepten en reconstrueerde eigenhandig een tweedehands brouwinstallatie, dat lezen we in het Nieuwsblad.

Volgens Ghequire bleef hij bewust op de achtergrond om geen belangenconflict te creëren met zijn toenmalige werkgever. Voor logistiek en commerciële ondersteuning kon hij rekenen op Brouwerij St.Bernardus, waar CEO Julie Depypere mede-eigenaar werd van het project.

Overname door stadsgenoten
Omdat hij naar eigen zeggen niet jonger wordt, ging Ghequire op zoek naar een overnemer. Die werd gevonden in Leroy Breweries uit Boezinge, eveneens in Ieper.

Bruno Leroy, sales- en marketingverantwoordelijke en elfde generatie in de brouwersfamilie, zegt dat het verhaal wordt voortgezet met respect voor de identiteit van de plek en de bieren. De bestaande merken, waaronder The Wipers Times, blijven behouden. Ghequire blijft betrokken en ziet zijn werk in vertrouwde handen.

Internationale erkenning
In de voorbije jaren bouwden de Kazematten een stevige reputatie op. Op de zogeheten Wall of Fame prijken 21 internationale onderscheidingen. Ghequire noemt het een geruststelling dat zijn project niet alleen wordt voortgezet, maar ook verder kan groeien binnen een familiebedrijf met een eeuwenlange traditie.

Hij omschrijft de nieuwe eigenaars als een jonge generatie met ambitie en ziet in hen de mensen die het potentieel van de brouwerij verder kunnen ontwikkelen.

Focus bij St.Bernardus
Ook St.Bernardus, dat historisch bij het project betrokken was, maakt bewust ruimte. Volgens CEO Julie Depypere vergt de internationale groei van hun eigen brouwerij volledige focus en investeringen. Daarom werd ervoor gekozen het Kazematten-verhaal toe te vertrouwen aan Leroy Breweries, dat er een nieuw hoofdstuk aan wil toevoegen.

Geschiedenis als rode draad
De band tussen beide brouwerijen gaat verder dan de recente overname. Leroy Breweries werd opgericht in 1572 aan het sas van Boezinge, terwijl de kazematten dateren van rond 1680. Beide locaties dragen een stuk Ieperse geschiedenis van vóór de Eerste Wereldoorlog.

De Kazematten zijn internationaal vooral bekend door The Wipers Times, het satirische soldatenkrantje dat Britse militairen er tijdens de oorlog drukten. Het gelijknamige bier werd ontwikkeld met een Engels smaakprofiel en richtte zich van bij de start op buitenlandse bezoekers die na een herdenkingsbezoek een plek zochten om het verleden te laten bezinken.

Toeristische toekomst
De locatie onder de vestingen zal voortaan ook dienen als onthaalruimte voor Leroy Breweries. In hun oudere sites werd bij de bouw nooit rekening gehouden met bezoekersfaciliteiten. De Kazematten bieden die mogelijkheid wel, midden in een omgeving die geschiedenis, erfgoed en biercultuur samenbrengt.

Volgens Ghequire is het behoud van de brouwerij essentieel. Hij wijst op de historische elementen in het gebouw, zoals een oude vlag met het wapenschild van de stad en de symbolen van volders en brouwers. Voor hem is de site evenzeer een levend museum als een productieruimte.

© Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

Bron:
Pattyn, Thijs. (17 januari 2026). Unieke brouwerij verzekert voortbestaan met overname door stadsgenoten: “Deze jonge leeuwen zijn klaar om de biermarkt te bestormen.” Nieuwsblad. https://www.nieuwsblad.be/regio/west-vlaanderen/westhoek/ieper/unieke-brouwerij-verzekert-voortbestaan-met-overname-door-stadsgenoten-deze-jonge-leeuwen-zijn-klaar-om-de-biermarkt-te-bestormen/124173185.html

© Geert Dewaele

Ieper – Het Ieperse transportbedrijf Sitra zet zijn internationale groeistrategie kracht bij met een nieuwe overname in Duitsland. Met de inlijving van Marlep Tanklogistic versterkt de West-Vlaamse groep haar positie in temperatuurgecontroleerd voedingsvervoer en groeit de groepsomzet richting 330 miljoen euro.

Duitse overname versterkt positie in voedingslogistiek
Het in Ieper gevestigde Sitra, gespecialiseerd in het transport van voedingswaren, breidt zijn Europese netwerk verder uit. Op de bedrijfswebsite meldt de groep de overname van het Duitse Marlep Tanklogistic, een speler in het vervoer van temperatuurgecontroleerde vloeibare grondstoffen voor de voedingssector.

Met deze acquisitie komt er ongeveer 30 miljoen euro omzet bij, bovenop de huidige groepsomzet van circa 300 miljoen euro. Ook honderd medewerkers stappen mee over naar de West-Vlaamse groep. Marlep is actief vanuit vestigingen in Hamburg en Gdansk en profileert zich, net als Sitra, in nichelogistiek voor de voedingsindustrie.

Familiebedrijf met internationale ambities
Sitra is het levenswerk van de West-Vlaamse ondernemersfamilie Saelens en wordt vandaag geleid door de derde generatie. Het bedrijf is inmiddels actief in twaalf Europese landen en stelt in totaal ongeveer 1.600 mensen te werk.

De groeistrategie is de voorbije jaren zichtbaar versneld. Eerder werden al bedrijven overgenomen in onder meer Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Italië. Duitsland vormt nu een volgende strategische stap in die Europese uitbouw.

Rol van private equity
Sinds 2021 heeft ook het private-equityfonds Creafund een participatie in het kapitaal van Sitra. Volgens de onderneming heeft die instap de financiële slagkracht en het tempo van internationale expansie verhoogd. De langetermijnambitie van de groep evolueert daarbij richting een omzetniveau van 500 miljoen euro.

💬 Reageer hieronder

Bron:
Cambien, K. (13 januari 2026). Ieperse transportbedrijf Sitra zet zijn Europese groeistrategie ‘geschwind’ verder. Made In. https://www.made-in.be/west-vlaanderen/ieperse-transportbedrijf-sitra-zet-zijn-europese-groeistrategie-geschwind-verder/
© Geert Dewaele

Ieper – De Ieperse musea kijken tevreden terug op 2025. Het In Flanders Fields Museum noteerde een duidelijke bezoekersstijging, terwijl ook het Yper Museum en het Merghelynck Museum hun publiekswerking verder verdiepten. Met nieuwe tentoonstellingen en een bredere openstelling belooft 2026 opnieuw een boeiend museumjaar te worden.

In Flanders Fields Museum blijft internationale trekker
Het In Flanders Fields Museum sloot 2025 af met 160.082 bezoekers, een stijging van ruim 5.000 tegenover het jaar voordien. Het publiek bestond hoofdzakelijk uit individuele bezoekers (60%), aangevuld met scholieren (33%) en groepen (7%). België bleef het belangrijkste herkomstland (42%), gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (28,5%) en Nederland (14,78%).
Ook de tijdelijke tentoonstelling Ontheemd – de Belgische vluchtelingen van de Eerste Wereldoorlog kende een sterke start. Sinds de opening begin oktober bezochten al zo’n 5.000 mensen de expo, die nog loopt tot 14 juni 2026 in de Lakenhallen.
Naast het museumgebouw bleven ook de buitensites populair. De gratis toegankelijke Yorkshire Trench & Dugout trok ongeveer 50.000 bezoekers, terwijl het instappunt Hoeve Klein Zwaanhof goed was voor zo’n 9.200 bezoekers.
De directie van het In Flanders Fields Museum benadrukt dat de blijvende belangstelling bevestigt dat het thema van de Eerste Wereldoorlog mensen blijft aantrekken naar Ieper. De tentoonstelling Ontheemd wordt daarbij gezien als een manier om het Belgische vluchtverleden tijdens en na de oorlogsjaren onder de aandacht te brengen, een verhaal dat duidelijk weerklank vindt bij het publiek.

Sterk digitaal bereik naast fysieke bezoekers
Ook online bereikte het museum een breed publiek. Projecten zoals de Namenlijst, de In Flanders Fields-app, educatieve vlogs, de documentaire Vermist en Gevonden en de podcast 22 april 1915 versterkten de digitale aanwezigheid en bereikten bezoekers ver buiten de museummuren.

Yper Museum zet in op verdieping en inclusie
Het Yper Museum ontving in 2025 27.720 bezoekers en blijft zich profileren als een stadsmuseum met een sterke band met de Ieperlingen. Toegankelijkheid en maatschappelijke betrokkenheid stonden centraal.
Een opvallend initiatief waren de zeefprojectweken, opgezet in samenwerking met partners zoals Vondels en Argos. Mensen met een mentale beperking en anderstaligen maakten daarbij op een actieve manier kennis met archeologie, door het uitzeven van big bags met materiaal afkomstig van Ieperse archeologische sites.
Ook het publieksaanbod werd inhoudelijk verdiept. Activiteiten zoals Mind the Museum en Slow Art-rondleidingen boden bezoekers een rustgevend en traag museumbezoek. Via zorgvuldig geselecteerde objecten en opdrachten leerden deelnemers de collectie op een andere manier kennen. Daarnaast bleven de Latijn-workshops populair bij schoolklassen uit heel Vlaanderen.
De aantrekkingskracht van de Ieperse collecties reikt bovendien verder dan de stad. Zo werd het werk Armoede van Louise De Hem getoond op Het Kunstuur in Mechelen. De museumcollectie werd in 2025 ook verrijkt met twee zilveren kandelaars uit 1734, vervaardigd door de Ieperse zilversmid Pieter Joannes Baelde I, en voorzien van de alliantiewapens van de families de Limon en Merghelynck.
Volgens de directie van het Yper Museum en het Merghelynck Museum blijft inclusiviteit een centrale pijler, zowel in de vaste opstelling als in de activiteitenkalender.

Merghelynck Museum klaar voor meer vrij bezoek
Het Merghelynck Museum bereikte in 2025 een nieuwe mijlpaal met zijn eerste tijdelijke tentoonstelling Merghelynck op ’t Gemack. De expo kreeg aandacht via een radio-uitzending van Culture Club en een reportage in VRT Laat, en kon ook op enthousiaste bezoekersreacties rekenen. Het finissageweekend lokte alleen al 479 bezoekers.
Na drie succesvolle testweekends voor individueel bezoek besliste het museum om vaker zonder gids open te gaan. Tijdens de komende zomervakantie kunnen bezoekers elke zaterdag- en zondagnamiddag het museumhuis vrij bezoeken.

Vooruitblik: een gevuld museaal jaar in 2026
Schepen van Musea Emmily Talpe blikt tevreden terug op 2025 en benadrukt dat zowel internationale toeristen als Ieperlingen het kwalitatieve museale aanbod wisten te waarderen. Voor 2026 staan opnieuw tal van projecten op de planning.
Bij het In Flanders Fields Museum loopt Ontheemd nog tot 14 juni, terwijl de volledige jaarprogrammatie in februari wordt voorgesteld. Het Yper Museum opent op 19 juni 2026 de tentoonstelling wONDERLAND, waarin de Ieperse kleibodem en middeleeuwse archeologie centraal staan. Daarvoor loopt eerst het participatietraject Wie geeft Ieper kleur?, dat bijzondere Ieperlingen in de kijker zet.
Het Merghelynck Museum opent op 26 april de tentoonstelling Pronken met Pruiken, die bezoekers meeneemt naar de achttiende eeuw, met een combinatie van historische stukken en aandacht voor hedendaagse haartooien.

💬 Reageer hieronder

Bron:
De Wilde, M. (8 januari 2026). Ruim 160.000 bezoekers voor In Flanders Fields Museum in Ieper, ook ander musea tevreden. Het Nieuws Van West-Vlaanderen. https://www.hetnieuwsvanwestvlaanderen.be/ruim-160-000-bezoekers-voor-in-flanders-fields-museum-in-ieper-ook-ander-musea-tevreden/
Lees ook bij Bouwend Ieper:
Westhoek krijgt 8 miljoen euro voor herdenkingstoerisme: In Flanders Fields Museum en WO I-sites vernieuwd – 20/12/2025

Ieper – Het tijdelijke asielcentrum op de voormalige legerkazerne Lemahieu in Ieper blijft open tot eind 2026. Dat is nu ook formeel bevestigd door de federale overheid. De beslissing schept duidelijkheid voor bewoners, medewerkers en stadsbestuur, maar dwingt Ieper tegelijk om haar plannen voor stadsontwikkeling bij te sturen.

Formele bevestiging na maanden aandringen
Het stadsbestuur van Ieper heeft van het federale niveau de bevestiging gekregen dat het tijdelijke asielcentrum op de site van de voormalige legerkazerne Lemahieu definitief sluit tegen 31 december 2026. Tot dan blijft de huidige capaciteit van 375 opvangplaatsen behouden. Daarna wordt het terrein opnieuw overgedragen aan Defensie.

Nadat het Kwartier Eerste Wachtmeester A. Lemahieu eind 2023 werd gesloten, richtte Fedasil er een asielcentrum in. De oorspronkelijke einddatum lag vast op 31 december 2025, maar die termijn wordt nu met één jaar verlengd, inclusief afbouwperiode. Volgens de huidige planning moet de volledige site tegen eind 2026 opnieuw vrij zijn.

Minister: site keert terug naar Defensie
De formele bevestiging kwam er na een parlementaire vraag van Kamerlid Maaike De Vreese (N-VA) in de commissie Landsverdediging. Minister van Defensie Theo Francken (N-VA) verklaarde daarbij dat de concessie van het asielcentrum van het Rode Kruis in Kwartier Lemahieu afloopt in 2026, waarna de gebouwen opnieuw worden overgedragen aan Defensie.

Stadsbestuur: duidelijkheid voor iedereen
Schepen Eva Ryde (Team Ieper) reageerde dat het stadsbestuur al langer aandrong op die duidelijkheid. Volgens haar blijft de opvang lopen tot eind 2026, met een duidelijke, zij het iets kortere, afbouwperiode zoals eerder in de gemeenteraad was aangekondigd. Die helderheid is volgens Ryde belangrijk, zowel voor de bewoners en medewerkers van het centrum als voor de toekomstplannen van de stad.

Ook burgemeester Desomer reageerde positief op het nieuws. Zij gaf aan dat het stadsbestuur tevreden is dat er eindelijk duidelijkheid is over de terugkeer van Defensie naar Ieper en dat de stad uitkijkt naar een hernieuwde samenwerking.

Strategische spie moet worden bijgesteld
De beslissing heeft wel gevolgen voor de ruimtelijke plannen van de stad. De strategische spie is het nieuw te ontwikkelen stadsdeel aan de andere kant van de spoorlijn. Aanvankelijk was het de bedoeling om de site van de voormalige kazerne mee op te nemen in dat project, maar nu Defensie de site niet van de hand zal doen en er opnieuw actief wordt, moet dat uitgangspunt worden bijgesteld.

Het is de bedoeling om tegen eind 2026 een volledig ontwerpvoorstel voor de strategische spie klaar te hebben. Dat aangepaste plan zal vervolgens aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Volgens burgemeester Desomer heeft de terugkeer van Defensie een directe impact op de stadsontwikkeling, waardoor aanpassingen noodzakelijk zijn. Die uitdaging wil de stad volgens haar zo snel mogelijk opnemen, samen met alle betrokken partners.

Ondertussen blijft het stadsbestuur in overleg met Fedasil en andere betrokken instanties om de werking van het asielcentrum in de tussenperiode zo goed mogelijk te laten verlopen.

Vlaams Belang: opluchting over sluitingsdatum
In de gemeenteraad van Ieper had Vlaams Belang herhaaldelijk aangedrongen op duidelijkheid over een sluitingsdatum. Fractieleider Nancy Six verklaarde dat haar partij opgelucht is dat er nu eindelijk klaarheid komt over het asielcentrum, dat volgens haar van bij de start kritisch werd opgevolgd.

Zij stelde dat de verlenging tot eind 2026 het gevolg is van beslissingen van de vorige meerderheid, die de mogelijkheid tot een bijkomend jaar had voorzien, en gaf aan dat zij die uitkomst eerder al had voorspeld. Dat de terugkeer van Defensie de plannen voor de strategische spie doorkruist, noemt Vlaams Belang een bijkomend gevolg, maar volgens de partij primeert het welzijn van de Ieperlingen.

Vlaams Belang zegt tevreden te zijn dat de legerkazerne opnieuw operationeel wordt en dat Ieper opnieuw een garnizoensstad wordt. De partij zegt intussen af te tellen naar de definitieve sluiting van het asielcentrum eind 2026.

💬 Reageer hieronder

Bron:
https://www.hln.be/ieper/eindelijk-duidelijkheid-voor-ieper-asielcentrum-sluit-eind-dit-jaar-site-nadien-opnieuw-naar-defensie~af06b65f/
Lees ook bij Bouwend Ieper:
Heropening Ieperse kazerne dwingt stad tot hertekenen Strategische Spie – 11/12/2025
Defensie wil terug naar Ieper: brand in opvangcentrum versnelt discussie over toekomst voormalige kazerne – 5/12/2025
,

Ieper – De Vlaamse overheid en de provincie West-Vlaanderen investeren samen 8 miljoen euro in het herdenkingstoerisme in de Westhoek. Het In Flanders Fields Museum in Ieper wordt grondig vernieuwd en ook begraafplaatsen en andere WO I-sites krijgen een update. De ingreep moet herinnering, educatie en toeristische aantrekkingskracht versterken.

Vernieuwing van In Flanders Fields Museum
Het In Flanders Fields Museum (IFFM) in Ieper staat voor een grondige vernieuwing. Sinds 2012 veranderde er inhoudelijk weinig aan het museum, maar daar komt de komende jaren verandering in. Jongeren werden recent betrokken bij het denkproces rond een nieuw concept, dat het museum toekomstgerichter moet maken.

Voor deze herwerking voorzien de Vlaamse overheid en de provincie West-Vlaanderen samen 4 miljoen euro. Volgens Vlaams minister van Toerisme Melissa Depraetere gaat het om een ingrijpende renovatie die nodig is om het museum mee te laten evolueren met de tijd. Het museum zal anders worden ingericht, met het oog op een sterkere beleving en een blijvende aantrekkingskracht voor bezoekers in de Westhoek.

Depraetere benadrukt dat een modern museum noodzakelijk is om jongeren te blijven aanspreken. Voor veel kinderen is een bezoek aan het IFFM vandaag nog een verplichte schooluitstap, maar de ambitie is om hen ook later uit eigen interesse te laten terugkeren en inzicht te geven in wat zich in het verleden heeft afgespeeld.

Investeringen in begraafplaatsen en andere WO I-sites
Naast het IFFM gaat nog eens 4 miljoen euro naar andere musea, begraafplaatsen en herdenkingsplaatsen in de Westhoek die verbonden zijn met de Eerste Wereldoorlog. In de aanloop naar 2014, de honderdjarige herdenking van het begin van de oorlog, werden tal van sites geopend, uitgebreid of grondig gerestaureerd. Tien tot vijftien jaar later dringt opnieuw vernieuwing zich op.

Volgens gedeputeerde voor Toerisme Jurgen Vanlerberghe vertellen deze sites een verhaal dat blijvend relevant moet blijven. Hij wijst erop dat een nieuwe impuls nodig is om hun rol in vredeseducatie te versterken en hun internationale uitstraling te behouden.

In het voorjaar van 2026 lanceren Vlaanderen en de provincie een projectoproep. Musea en beheerders van WO I-sites kunnen zich dan kandidaat stellen voor subsidies. Het voorziene budget van 4 miljoen euro wordt verdeeld over projecten die inzetten op vernieuwing en betere toegankelijkheid.

Internationale belangstelling blijft groot
Het herdenkingstoerisme in de Westhoek blijft een belangrijke internationale trekker. In 2024 bezochten meer dan 352.000 mensen de musea en herdenkingsplaatsen in de regio. Ongeveer 30 procent van hen kwam uit het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast blijven ook Belgen, Nederlanders en bezoekers uit Canada, Australië en Nieuw-Zeeland de weg naar de Westhoek vinden.

Volgens minister Depraetere is die internationale mix duidelijk zichtbaar in het straatbeeld van Ieper. Ze benadrukt dat herdenkingstoerisme niet alleen bijdraagt aan het historisch bewustzijn, maar ook een directe impact heeft op handelaars en de lokale economie. Net daarom vindt ze het belangrijk dat blijvend wordt geïnvesteerd in herdenkingstoerisme voor de volledige regio.

💬 Reageer hieronder

Bron:
Nws, V. (20 December 2025). Investering van 8 miljoen euro in herdenkingstoerisme in Westhoek: In Flanders Fields Museum en WO I-sites worden vernieuwd  | VRT NWS: nieuws. VRTNWS. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2025/12/20/herdenkingstoerisme-investeringen-8-miljoen-depraetere-ieper-in/