Post Tagged ‘West-Vlaanderen’

© Geert Dewaele
,

Ieper – De twee eilandjes in de Kasteelgracht blijven al decennia afgesloten voor wandelaars, maar trekken steeds meer aandacht door omgevallen bomen en verouderde populieren. In de gemeenteraad vroeg Philip Bolle (Vooruit) of het stadsbestuur actie zal ondernemen om het vestingwater vrij te houden en toekomstige schade te beperken.

Bolle vraagt duidelijkheid over natuurbeheer
Tijdens de gemeenteraad van 2 februari kaartte gemeenteraadslid Philip Bolle (Vooruit) de toestand aan van de twee eilandjes in de Kasteelgracht. Volgens hem gaat het om een plek waar de natuur al jarenlang ongestoord haar gang kan gaan, wat mogelijk een waardevolle biotoop heeft opgeleverd.
Tegelijk stelde Bolle dat vanop afstand zichtbaar is dat bomen en grote takken zijn omgevallen en dat vooral populieren stilaan in slechte staat verkeren.

“Vestingwater moet zoveel mogelijk vrij blijven”
Philip Bolle stelde dat het stadsbestuur moet afwegen of omgevallen bomen kunnen blijven liggen als onderdeel van de natuur, of beter verwijderd worden om het vestingwater vrij te houden.
Hij vroeg daarom of het bestuur die visie deelt en of er budget voorzien wordt om bomen die in de gracht terechtkomen weg te halen.
Daarnaast vroeg Bolle of het stadsbestuur niet proactief kan optreden door dode populieren langs de rand gecontroleerd te vellen, zodat ze op de eilandjes terechtkomen en niet in het water. Dat zou volgens hem kosten besparen en vermijden dat oevers beschadigd raken.

Schepen Geysens: inventarisatie in 2024
Schepen van Landschap Miguel Geysens (Team Ieper) antwoordde dat er in 2024 al verschillende terreinbezoeken plaatsvonden om de situatie te inventariseren.
Op de westelijke contregarde gaat het volgens hem om acht populieren die hoofdzakelijk langs de rand van het eiland staan opgesteld. De oostelijke contregarde heeft een andere voorgeschiedenis en vegetatie. Daar gaat het om ongeveer vijftien populieren, waarvan ook het merendeel langs de rand voorkomt.
Volgens de schepen zitten de populieren op beide eilanden in de eindfase van hun bestaan. Ze worden gekenmerkt door verschillende pathogenen, verminderde kroongroei en veelvuldige taksterfte. Een omvorming van het bomenbestand dringt zich volgens hem op.

Kapmachtiging en nieuwe aanpak
Schepen Geysens verklaarde dat er in 2024 al een kapmachtiging werd verkregen van het Agentschap voor Natuur en Bos.
De visie die momenteel door de diensten werd uitgewerkt, bestaat volgens hem uit het doelgericht vellen van de populieren en het streven naar maximaal dood hout op de eilanden. Dat betekent dat verschillende populieren geveld zullen worden.
Voor de randzone van de eilanden zou volgens hem een hakhoutbeheer mogelijk zijn.

Meer zichtbaarheid én bescherming tegen erosie
Volgens schepen Geysens heeft die aanpak een dubbel voordeel: de eilanden behouden hun rustfunctie, maar worden wel zichtbaarder, inclusief eventuele muurrestanten.
Daarnaast zou het hakhoutbeheer ervoor zorgen dat de taluds beter worden vastgehouden en niet verder kunnen eroderen.

© Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

Bron:
https://www.ieper.be/Gemeenteraad

Gheeraert, T. (2 februari 2026) “’Mysterieuze’ eilandjes in Kasteelgracht krijgen kapbeurt: ‘Eilanden behouden rustfunctie, maar worden zichtbaarder’.” KW.be, Krant van West-Vlaanderen https://kw.be/nieuws/politiek/lokale-politiek/gemeenteraad/mysterieuze-eilandjes-in-kasteelgracht-krijgen-kapbeurt-eilanden-behouden-rustfunctie-maar-worden-zichtbaarder/
© Geert Dewaele

,

Ieper/Zonnebeke – Pret- en dierenpark Bellewaerde onderzoekt een forse uitbreiding met nieuwe attracties en misschien ook verblijfsaccommodatie. Terwijl het park inzet op groei en vernieuwing, uiten omwonenden vooral bezorgdheden over mobiliteit, geluid en landschappelijke impact.

Plannen voor groei in een krappe omgeving
Bellewaerde Park, dat deels op het grondgebied van Ieper en deels in Zonnebeke ligt, wil de komende jaren uitbreiden. Het gaat om nieuwe rollercoasters, andere – mogelijk outdoor – attracties en op langere termijn zelfs om verblijfsrecreatie, zoals een hotel of andere logiesvormen binnen of rond het park.

Het park trekt vandaag jaarlijks ongeveer 800.000 bezoekers, aangevuld met zo’n 120.000 bezoekers voor het aquapark. De uitbater, Belpark nv, stelt dat de plannen inspelen op “de evoluerende vraag binnen de recreatiemarkt”. Het park biedt werk aan 150 voltijdsequivalenten en in het hoogseizoen zelfs aan ongeveer 300 mensen.

Omdat binnen de huidige parkgrenzen geen ruimte meer is om te bouwen, wordt gekeken naar omliggende zones. Om die mogelijke uitbreiding juridisch mogelijk te maken, werken de provincie West-Vlaanderen, de stad Ieper en de gemeente Zonnebeke samen aan een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP).

Inspraak en bezorgdheden van buurtbewoners
Zo’n ruimtelijk uitvoeringsplan legt vast wat in een bepaald gebied kan en mag gebeuren. Vooraleer het plan wordt goedgekeurd, krijgen inwoners en andere betrokkenen de kans om hun mening te geven.

Tijdens een infomoment lichtte ruimtelijk planner Wouter Billiet van de provincie West-Vlaanderen toe dat er nog geen beslissingen zijn genomen. Volgens hem wordt momenteel onderzocht waar uitbreiding eventueel mogelijk is en welke activiteiten daar zouden kunnen plaatsvinden. Daarbij worden de reacties van omwonenden expliciet meegenomen.

De grootste bezorgdheden hebben volgens Billiet te maken met mogelijke overlast. Hij gaf aan dat inwoners vooral vrezen voor extra verkeersdruk, parkeerproblemen, geluidshinder en de impact op het uitzicht en het landschap. Die bekommernissen worden volgens de provincie als legitiem beschouwd en maken deel uit van het verdere onderzoek.

Mobiliteit als terugkerend knelpunt
Ook tijdens de infomarkt in Ieper bleek mobiliteit een belangrijk thema. Bewoners uit de omgeving stelden vragen over de toename van autoverkeer, de bereikbaarheid van hun wijk en de parkeerdruk op piekmomenten. Geluidsoverlast van nieuwe attracties kwam eveneens aan bod.

Het park en de overheden benadrukken dat het nog om een verkennende fase gaat. De startnota van het PRUP moet volgens Billiet dienen om samen met de bevolking te bekijken welke opties haalbaar zijn en welke niet. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar economische meerwaarde, maar ook naar de ruimtelijke context, met aandacht voor landschap, erfgoed en de nabijheid van woonstraten.

Hotel of andere verblijven nog onzeker
Een van de pistes die onderzocht wordt, is verblijfsrecreatie. De redenering daarachter is dat bezoekers niet alleen voor een dag, maar voor meerdere dagen in de regio zouden kunnen blijven. Of dat concreet zal leiden tot een hotel in of bij het park, of tot andere vormen van logies, staat nog niet vast.

Volgens de provincie is het perfect mogelijk dat na de inspraakronde wordt besloten dat uitbreiding ruimtelijk of maatschappelijk niet wenselijk is. De procedure kan dus ook uitmonden in de conclusie dat de plannen niet worden doorgezet.

Lange procedure met open einde
Naast de infomarkt in Ieper is er ook een gelijkaardig moment voorzien in Zonnebeke. Inwoners kunnen hun opmerkingen indienen tot 20 maart. Daarna volgt een langdurig traject van onderzoek, overleg en besluitvorming.

Als alles volgens planning verloopt, zou er eind 2027 een definitief goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan kunnen liggen. Pas daarna kan Bellewaerde, ten vroegste in 2028, een omgevingsvergunning aanvragen voor eventuele nieuwe ontwikkelingen in de uitbreidingszone. Binnen de huidige parkgrenzen blijven vergunningsaanvragen wel mogelijk onder de bestaande regels.

© Agentschap Digitaal Vlaanderen – Het huidige PRUP Bellewaerde Park (in oranje aangeduid) en de mogelijke uitbreidingszone.

💬 Reageer hieronder

Bron:
Nws, V. (26 januari 2026). Bellewaerde Park toont uitbreidingsplannen aan inwoners Ieper: “Mobiliteit en parkeerdruk zijn grootste zorgen” | VRT NWS: nieuws. VRTNWS. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/01/26/ieper-bellewaerde-park-uitbreiding-attracties-hotel-infomarkt/

,

Metingen in vier West-Vlaamse waterproductiecentra tonen verhoogde concentraties van 1,2,4-triazool in het drinkwater. Onderzoek van Vito wijst industriële lozingen aan als belangrijkste oorzaak, vooral via de Ieperlee. Landbouw en farmaceutische bronnen spelen een kleinere, maar meetbare rol.

Industriële lozingen als dominante factor
Uit een uitgebreid bronnenonderzoek van onderzoeksinstelling Vito blijkt dat vooral industriële lozingen verantwoordelijk zijn voor de verhoogde aanwezigheid van 1,2,4-triazool in het West-Vlaamse drinkwater. Dat afbraakproduct van schimmelbestrijdingsmiddelen wordt sinds begin 2024 in verhoogde concentraties gemeten in vier waterproductiecentra van De Watergroep: De Blankaart (Diksmuide), Dikkebus, Zillebeke en De Gavers.

De Europese drinkwaternorm voor pesticidenresiduen bedraagt 0,1 microgram per liter. In De Blankaart werden in de zomer van 2025 pieken tot 0,7 microgram per liter vastgesteld, zeven keer boven die norm. In de andere centra bleven de waarden dichter bij de grens, met in De Gavers zelfs geen overschrijdingen meer in het afgelopen jaar.

De rol van de Ieperlee
De hoogste concentraties werden gemeten in de Ieperlee, het kanaal dat Ieper met de IJzer verbindt. Daar trof Vito waarden aan tot 9 microgram per liter 1,2,4-triazool. Volgens de onderzoekers is dit waterlichaam de belangrijkste aanvoerroute van de vervuiling richting het waterproductiecentrum De Blankaart.

Lozingen door voedselverwerkende bedrijven en rioolwaterzuiveringsinstallaties leveren daarbij de grootste bijdrage. Bij een van de onderzochte voedingsbedrijven werd in juni een concentratie van 32 microgram per liter vastgesteld in het geloosde water. Het Vito-rapport noemt geen bedrijfsnamen, maar de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) bevestigde tijdens een persbriefing dat het bedrijf IFF België, gelegen aan de Ieperlee, een van de belangrijkste lozingspunten vormt.

De VMM verklaarde daarbij dat “de hoeveelheid die wordt geloosd en de locatie van de lozing maken dat dit zeker een van de belangrijkste bronnen is om te onderzoeken wat eraan kan worden gedaan”, en dat ook andere bedrijven in de regio worden meegenomen in die analyse. Het bedrijf zou volgens de VMM meewerken aan bijkomende maatregelen en mogelijke investeringen om de uitstoot te beperken.

Landbouw en zorginstellingen: secundaire bronnen
Naast de industrie speelt ook de landbouw een rol, zij het in mindere mate. In de productiecentra van Dikkebus en Zillebeke, waar vooral in de zomer lichte overschrijdingen voorkomen, wijst het Vito-onderzoek landbouwactiviteiten aan als belangrijkste lokale bron. Triazolen worden gebruikt in gewasbeschermingsmiddelen voor onder meer aardappelen.

Ook farmaceutische toepassingen dragen beperkt bij. In afvalwater van het Ieperse ziekenhuis Jan Yperman werd een concentratie van 0,2 microgram per liter gemeten.

Gezondheid en beleid
Hoewel de wettelijke norm tijdelijk werd opgetrokken tot 1 microgram per liter – een afwijking die Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (CD&V) voor twee jaar toestond – benadrukt de VMM dat er geen acuut gezondheidsrisico is. De gezondheidskundige advieswaarde ligt immers op 138 microgram per liter.

Intussen werkt de Vlaamse regering aan een Strategisch Drinkwaterplan. Dat plan moet de veiligheid van de drinkwatervoorziening beter waarborgen. Na politieke discussies binnen de meerderheid kondigde de minister aan dat het plan in januari wordt voorgesteld.

💬 Reageer hieronder

Bron:
Bronnenonderzoek bevestigt: West-Vlaams drinkwater vooral vervuild door industriële lozing. (12 januari 2026). Nieuwsblad. https://www.nieuwsblad.be/binnenland/bronnenonderzoek-bevestigt-west-vlaams-drinkwater-vooral-vervuild-door-industriele-lozing/123264309.html
Lees ook bij Bouwend Ieper:
Westhoek kampt met te veel pesticiden in drinkwater: minister Brouns belooft plan, Groen eist verbod – 6/11/2025

Ieper – De Vlaamse Regering voorziet bijkomend 250.000 euro om de restauratie van de Lakenhallen en het Belfort in Ieper volledig af te werken. Daarmee loopt de Vlaamse investering op tot net geen 9 miljoen euro. De werken moeten een reeks pas ontdekte structurele problemen definitief oplossen.

Laatste duwtje voor een monument van formaat
Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Ben Weyts (N-VA) maakt 250.000 euro extra vrij om de totaalrestauratie van de Lakenhallen en het Belfort in Ieper te voltooien. Dankzij die bijkomende middelen kunnen onder meer aangetaste balkkoppen en kepers worden verstevigd en wordt de waterafvoer van het dak verbeterd.
Met deze extra financiering komt de totale Vlaamse investering uit op net geen 9 miljoen euro, binnen een globale restauratiekost van ongeveer 18,5 miljoen euro. Vlaanderen neemt via het Agentschap Onroerend Erfgoed 46 procent van de bijkomende werken voor zijn rekening; de Stad Ieper betaalt het resterende aandeel.
De minister gaf daarbij aan dat de Lakenhallen in hun middeleeuwse pracht een visitekaartje vormen voor het verhaal van Vlaanderen en tegelijk een stille getuige zijn van de Eerste Wereldoorlog. Met de extra middelen wordt volgens hem de kroon gezet op jaren werk en keert het West-Vlaamse icoon terug in topconditie.

Zeven eeuwen geschiedenis, meerdere levens
Tussen de Grote Markt en de Sint-Maartenskerk staat al meer dan zeven eeuwen een van de grootste gotische burgerlijke gebouwen van Europa. De Lakenhallen met hun imposante belfort vormden in de middeleeuwen het economische hart van de lakennijverheid. Doorheen de eeuwen groeide het complex uit tot een netwerk van hallen en doorgangen en kreeg het uiteenlopende functies, van handelscentrum tot stadhuis.
Na de volledige verwoesting tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de Lakenhallen heropgebouwd. Vandaag huisvest het gebouw onder meer het In Flanders Fields Museum en het Yper Museum. Het geheel is erkend als UNESCO-werelderfgoed.

Nood aan ingrijpen, vijftig jaar na de heropbouw
Een halve eeuw na de wederopbouw doken opnieuw tekenen van verval op. In 2018 sloegen de Vlaamse Regering en de Stad Ieper de handen in elkaar voor een restauratiemasterplan, opgedeeld in vijf fasen. De werken gingen in het najaar van 2020 van start, met stellingen op de Grote Markt.
Sindsdien kreeg het belfort een grondige reiniging en herstelbeurt. Ook de draak Margriet boven op de toren werd naar beneden gehaald voor restauratie. In 2021 volgden de klokken en werd een nieuwe lantaarn op de toren geplaatst. De daaropvolgende jaren kwamen de westervleugel en, in 2023, de zijde van het In Flanders Fields Museum aan bod.

Onverwachte problemen vragen extra budget
Hoewel intussen het grootste deel van de stellingen is verdwenen, brachten de werken bijkomende problemen aan het licht. Sommige moerbalkkoppen bleken in bijzonder slechte staat en vormen een risico voor de dakstabiliteit. Daarnaast voldeden bepaalde metalen onderdelen niet aan de brandveiligheidsnormen, kampten buitenluiken met vochtproblemen en waren er knelpunten in de verluchting.
De bijkomende werken hebben een totale kostprijs van 545.820 euro. De extra Vlaamse middelen maken het mogelijk om deze ingrepen alsnog uit te voeren en de restauratie definitief af te ronden.

💬 Reageer hieronder

Bron:
Gheeraert, T. (8 januari 2026). Nog eens half miljoen euro voor restauratie lakenhallen: “Laatste knelpunten aanpakken.” KW.be. https://kw.be/nieuws/nog-eens-half-miljoen-euro-voor-restauratie-lakenhallen-laatste-knelpunten-aanpakken/
https://www.hln.be/ieper/minister-ben-weyts-n-va-pompt-250-000-euro-extra-in-restauratie-lakenhallen-middelen-om-balkkoppen-en-kepers-te-verstevigen~a961af00/

,

Ieper – De Vlaamse overheid en de provincie West-Vlaanderen investeren samen 8 miljoen euro in het herdenkingstoerisme in de Westhoek. Het In Flanders Fields Museum in Ieper wordt grondig vernieuwd en ook begraafplaatsen en andere WO I-sites krijgen een update. De ingreep moet herinnering, educatie en toeristische aantrekkingskracht versterken.

Vernieuwing van In Flanders Fields Museum
Het In Flanders Fields Museum (IFFM) in Ieper staat voor een grondige vernieuwing. Sinds 2012 veranderde er inhoudelijk weinig aan het museum, maar daar komt de komende jaren verandering in. Jongeren werden recent betrokken bij het denkproces rond een nieuw concept, dat het museum toekomstgerichter moet maken.

Voor deze herwerking voorzien de Vlaamse overheid en de provincie West-Vlaanderen samen 4 miljoen euro. Volgens Vlaams minister van Toerisme Melissa Depraetere gaat het om een ingrijpende renovatie die nodig is om het museum mee te laten evolueren met de tijd. Het museum zal anders worden ingericht, met het oog op een sterkere beleving en een blijvende aantrekkingskracht voor bezoekers in de Westhoek.

Depraetere benadrukt dat een modern museum noodzakelijk is om jongeren te blijven aanspreken. Voor veel kinderen is een bezoek aan het IFFM vandaag nog een verplichte schooluitstap, maar de ambitie is om hen ook later uit eigen interesse te laten terugkeren en inzicht te geven in wat zich in het verleden heeft afgespeeld.

Investeringen in begraafplaatsen en andere WO I-sites
Naast het IFFM gaat nog eens 4 miljoen euro naar andere musea, begraafplaatsen en herdenkingsplaatsen in de Westhoek die verbonden zijn met de Eerste Wereldoorlog. In de aanloop naar 2014, de honderdjarige herdenking van het begin van de oorlog, werden tal van sites geopend, uitgebreid of grondig gerestaureerd. Tien tot vijftien jaar later dringt opnieuw vernieuwing zich op.

Volgens gedeputeerde voor Toerisme Jurgen Vanlerberghe vertellen deze sites een verhaal dat blijvend relevant moet blijven. Hij wijst erop dat een nieuwe impuls nodig is om hun rol in vredeseducatie te versterken en hun internationale uitstraling te behouden.

In het voorjaar van 2026 lanceren Vlaanderen en de provincie een projectoproep. Musea en beheerders van WO I-sites kunnen zich dan kandidaat stellen voor subsidies. Het voorziene budget van 4 miljoen euro wordt verdeeld over projecten die inzetten op vernieuwing en betere toegankelijkheid.

Internationale belangstelling blijft groot
Het herdenkingstoerisme in de Westhoek blijft een belangrijke internationale trekker. In 2024 bezochten meer dan 352.000 mensen de musea en herdenkingsplaatsen in de regio. Ongeveer 30 procent van hen kwam uit het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast blijven ook Belgen, Nederlanders en bezoekers uit Canada, Australië en Nieuw-Zeeland de weg naar de Westhoek vinden.

Volgens minister Depraetere is die internationale mix duidelijk zichtbaar in het straatbeeld van Ieper. Ze benadrukt dat herdenkingstoerisme niet alleen bijdraagt aan het historisch bewustzijn, maar ook een directe impact heeft op handelaars en de lokale economie. Net daarom vindt ze het belangrijk dat blijvend wordt geïnvesteerd in herdenkingstoerisme voor de volledige regio.

💬 Reageer hieronder

Bron:
Nws, V. (20 December 2025). Investering van 8 miljoen euro in herdenkingstoerisme in Westhoek: In Flanders Fields Museum en WO I-sites worden vernieuwd  | VRT NWS: nieuws. VRTNWS. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2025/12/20/herdenkingstoerisme-investeringen-8-miljoen-depraetere-ieper-in/