Ieper – De Lakenhallen krijgen een opvallende, tijdelijke invulling. Tientallen kleurrijke narren duiken op in de gevel van het historische gebouw en zetten zo het feestweekend rond de vernieuwde site extra in de verf.
Narren brengen beweging in het straatbeeld Wie door het centrum van Ieper wandelt, kan er niet naast kijken: in de nissen tussen de gotische ramen van de Lakenhallen staan sinds deze week talrijke narren opgesteld. De felgekleurde figuren volgen het ritme van de gevel en springen meteen in het oog. De plaatsing gebeurde gespreid, onder meer om de praktische organisatie voor de stadsdiensten beheersbaar te houden.
Feestelijke aankleding van een restauratie De installatie maakt deel uit van het evenement ‘Lakenhallen in ’t nieuw’, dat van 19 tot en met 22 maart plaatsvindt. Met de narren en bijhorende vlaggen kiest de stad voor een visuele en toegankelijke manier om de restauratie van het gebouw extra onder de aandacht te brengen. Volgens schepen Emmily Talpe past de ingreep binnen een bredere aanpak om het erfgoed op een originele en kleurrijke manier te presenteren. In haar toelichting gaf ze aan dat de aankleding bedoeld is als een feestelijke omkadering van het weekend. De narren blijven nog enkele weken zichtbaar, tot en met het evenement Gevleugelde Stad.
Programma met focus op beleving Naast de visuele ingreep voorziet de stad ook een inhoudelijk programma. Op donderdag 19 maart wordt in de Koninklijke Zaal het voorleesboek Nar in de war voorgesteld. De eerste kopers ontvangen daarbij een gecertificeerde leisteen van de Lakenhallen. Op zondag volgt de bekendmaking van de eerste leden van de ‘Orde van de Ypersche Nar’. Dat initiatief zet inwoners in de kijker die volgens het stadsbestuur bijdragen aan de uitstraling van Ieper. Na de ceremonie worden de winnaars publiek gemaakt op de markt.
Lokale betrokkenheid centraal De oproep ‘Wie geeft Ieper kleur?’ leverde volgens het stadsbestuur een groot aantal nominaties op. Uiteindelijk wordt een beperkte groep laureaten geselecteerd. Met deze combinatie van erfgoed, visuele ingrepen en participatie wil de stad een breed publiek aanspreken en het vernieuwde gebouw opnieuw stevig verankeren in het stadsleven.
Ieper – De twee eilandjes in de Kasteelgracht blijven al decennia afgesloten voor wandelaars, maar trekken steeds meer aandacht door omgevallen bomen en verouderde populieren. In de gemeenteraad vroeg Philip Bolle (Vooruit) of het stadsbestuur actie zal ondernemen om het vestingwater vrij te houden en toekomstige schade te beperken.
Bolle vraagt duidelijkheid over natuurbeheer Tijdens de gemeenteraad van 2 februari kaartte gemeenteraadslid Philip Bolle (Vooruit) de toestand aan van de twee eilandjes in de Kasteelgracht. Volgens hem gaat het om een plek waar de natuur al jarenlang ongestoord haar gang kan gaan, wat mogelijk een waardevolle biotoop heeft opgeleverd. Tegelijk stelde Bolle dat vanop afstand zichtbaar is dat bomen en grote takken zijn omgevallen en dat vooral populieren stilaan in slechte staat verkeren.
“Vestingwater moet zoveel mogelijk vrij blijven” Philip Bolle stelde dat het stadsbestuur moet afwegen of omgevallen bomen kunnen blijven liggen als onderdeel van de natuur, of beter verwijderd worden om het vestingwater vrij te houden. Hij vroeg daarom of het bestuur die visie deelt en of er budget voorzien wordt om bomen die in de gracht terechtkomen weg te halen. Daarnaast vroeg Bolle of het stadsbestuur niet proactief kan optreden door dode populieren langs de rand gecontroleerd te vellen, zodat ze op de eilandjes terechtkomen en niet in het water. Dat zou volgens hem kosten besparen en vermijden dat oevers beschadigd raken.
Schepen Geysens: inventarisatie in 2024 Schepen van Landschap Miguel Geysens (Team Ieper) antwoordde dat er in 2024 al verschillende terreinbezoeken plaatsvonden om de situatie te inventariseren. Op de westelijke contregarde gaat het volgens hem om acht populieren die hoofdzakelijk langs de rand van het eiland staan opgesteld. De oostelijke contregarde heeft een andere voorgeschiedenis en vegetatie. Daar gaat het om ongeveer vijftien populieren, waarvan ook het merendeel langs de rand voorkomt. Volgens de schepen zitten de populieren op beide eilanden in de eindfase van hun bestaan. Ze worden gekenmerkt door verschillende pathogenen, verminderde kroongroei en veelvuldige taksterfte. Een omvorming van het bomenbestand dringt zich volgens hem op.
Kapmachtiging en nieuwe aanpak Schepen Geysens verklaarde dat er in 2024 al een kapmachtiging werd verkregen van het Agentschap voor Natuur en Bos. De visie die momenteel door de diensten werd uitgewerkt, bestaat volgens hem uit het doelgericht vellen van de populieren en het streven naar maximaal dood hout op de eilanden. Dat betekent dat verschillende populieren geveld zullen worden. Voor de randzone van de eilanden zou volgens hem een hakhoutbeheer mogelijk zijn.
Meer zichtbaarheid én bescherming tegen erosie Volgens schepen Geysens heeft die aanpak een dubbel voordeel: de eilanden behouden hun rustfunctie, maar worden wel zichtbaarder, inclusief eventuele muurrestanten. Daarnaast zou het hakhoutbeheer ervoor zorgen dat de taluds beter worden vastgehouden en niet verder kunnen eroderen.
Ieper/Zonnebeke – Pret- en dierenpark Bellewaerde onderzoekt een forse uitbreiding met nieuwe attracties en misschien ook verblijfsaccommodatie. Terwijl het park inzet op groei en vernieuwing, uiten omwonenden vooral bezorgdheden over mobiliteit, geluid en landschappelijke impact.
Plannen voor groei in een krappe omgeving Bellewaerde Park, dat deels op het grondgebied van Ieper en deels in Zonnebeke ligt, wil de komende jaren uitbreiden. Het gaat om nieuwe rollercoasters, andere – mogelijk outdoor – attracties en op langere termijn zelfs om verblijfsrecreatie, zoals een hotel of andere logiesvormen binnen of rond het park.
Het park trekt vandaag jaarlijks ongeveer 800.000 bezoekers, aangevuld met zo’n 120.000 bezoekers voor het aquapark. De uitbater, Belpark nv, stelt dat de plannen inspelen op “de evoluerende vraag binnen de recreatiemarkt”. Het park biedt werk aan 150 voltijdsequivalenten en in het hoogseizoen zelfs aan ongeveer 300 mensen.
Omdat binnen de huidige parkgrenzen geen ruimte meer is om te bouwen, wordt gekeken naar omliggende zones. Om die mogelijke uitbreiding juridisch mogelijk te maken, werken de provincie West-Vlaanderen, de stad Ieper en de gemeente Zonnebeke samen aan een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP).
Inspraak en bezorgdheden van buurtbewoners Zo’n ruimtelijk uitvoeringsplan legt vast wat in een bepaald gebied kan en mag gebeuren. Vooraleer het plan wordt goedgekeurd, krijgen inwoners en andere betrokkenen de kans om hun mening te geven.
Tijdens een infomoment lichtte ruimtelijk planner Wouter Billiet van de provincie West-Vlaanderen toe dat er nog geen beslissingen zijn genomen. Volgens hem wordt momenteel onderzocht waar uitbreiding eventueel mogelijk is en welke activiteiten daar zouden kunnen plaatsvinden. Daarbij worden de reacties van omwonenden expliciet meegenomen.
De grootste bezorgdheden hebben volgens Billiet te maken met mogelijke overlast. Hij gaf aan dat inwoners vooral vrezen voor extra verkeersdruk, parkeerproblemen, geluidshinder en de impact op het uitzicht en het landschap. Die bekommernissen worden volgens de provincie als legitiem beschouwd en maken deel uit van het verdere onderzoek.
Mobiliteit als terugkerend knelpunt Ook tijdens de infomarkt in Ieper bleek mobiliteit een belangrijk thema. Bewoners uit de omgeving stelden vragen over de toename van autoverkeer, de bereikbaarheid van hun wijk en de parkeerdruk op piekmomenten. Geluidsoverlast van nieuwe attracties kwam eveneens aan bod.
Het park en de overheden benadrukken dat het nog om een verkennende fase gaat. De startnota van het PRUP moet volgens Billiet dienen om samen met de bevolking te bekijken welke opties haalbaar zijn en welke niet. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar economische meerwaarde, maar ook naar de ruimtelijke context, met aandacht voor landschap, erfgoed en de nabijheid van woonstraten.
Hotel of andere verblijven nog onzeker Een van de pistes die onderzocht wordt, is verblijfsrecreatie. De redenering daarachter is dat bezoekers niet alleen voor een dag, maar voor meerdere dagen in de regio zouden kunnen blijven. Of dat concreet zal leiden tot een hotel in of bij het park, of tot andere vormen van logies, staat nog niet vast.
Volgens de provincie is het perfect mogelijk dat na de inspraakronde wordt besloten dat uitbreiding ruimtelijk of maatschappelijk niet wenselijk is. De procedure kan dus ook uitmonden in de conclusie dat de plannen niet worden doorgezet.
Lange procedure met open einde Naast de infomarkt in Ieper is er ook een gelijkaardig moment voorzien in Zonnebeke. Inwoners kunnen hun opmerkingen indienen tot 20 maart. Daarna volgt een langdurig traject van onderzoek, overleg en besluitvorming.
Als alles volgens planning verloopt, zou er eind 2027 een definitief goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan kunnen liggen. Pas daarna kan Bellewaerde, ten vroegste in 2028, een omgevingsvergunning aanvragen voor eventuele nieuwe ontwikkelingen in de uitbreidingszone. Binnen de huidige parkgrenzen blijven vergunningsaanvragen wel mogelijk onder de bestaande regels.
Metingen in vier West-Vlaamse waterproductiecentra tonen verhoogde concentraties van 1,2,4-triazool in het drinkwater. Onderzoek van Vito wijst industriële lozingen aan als belangrijkste oorzaak, vooral via de Ieperlee. Landbouw en farmaceutische bronnen spelen een kleinere, maar meetbare rol.
Industriële lozingen als dominante factor Uit een uitgebreid bronnenonderzoek van onderzoeksinstelling Vito blijkt dat vooral industriële lozingen verantwoordelijk zijn voor de verhoogde aanwezigheid van 1,2,4-triazool in het West-Vlaamse drinkwater. Dat afbraakproduct van schimmelbestrijdingsmiddelen wordt sinds begin 2024 in verhoogde concentraties gemeten in vier waterproductiecentra van De Watergroep: De Blankaart (Diksmuide), Dikkebus, Zillebeke en De Gavers.
De Europese drinkwaternorm voor pesticidenresiduen bedraagt 0,1 microgram per liter. In De Blankaart werden in de zomer van 2025 pieken tot 0,7 microgram per liter vastgesteld, zeven keer boven die norm. In de andere centra bleven de waarden dichter bij de grens, met in De Gavers zelfs geen overschrijdingen meer in het afgelopen jaar.
De rol van de Ieperlee De hoogste concentraties werden gemeten in de Ieperlee, het kanaal dat Ieper met de IJzer verbindt. Daar trof Vito waarden aan tot 9 microgram per liter 1,2,4-triazool. Volgens de onderzoekers is dit waterlichaam de belangrijkste aanvoerroute van de vervuiling richting het waterproductiecentrum De Blankaart.
Lozingen door voedselverwerkende bedrijven en rioolwaterzuiveringsinstallaties leveren daarbij de grootste bijdrage. Bij een van de onderzochte voedingsbedrijven werd in juni een concentratie van 32 microgram per liter vastgesteld in het geloosde water. Het Vito-rapport noemt geen bedrijfsnamen, maar de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) bevestigde tijdens een persbriefing dat het bedrijf IFF België, gelegen aan de Ieperlee, een van de belangrijkste lozingspunten vormt.
De VMM verklaarde daarbij dat “de hoeveelheid die wordt geloosd en de locatie van de lozing maken dat dit zeker een van de belangrijkste bronnen is om te onderzoeken wat eraan kan worden gedaan”, en dat ook andere bedrijven in de regio worden meegenomen in die analyse. Het bedrijf zou volgens de VMM meewerken aan bijkomende maatregelen en mogelijke investeringen om de uitstoot te beperken.
Landbouw en zorginstellingen: secundaire bronnen Naast de industrie speelt ook de landbouw een rol, zij het in mindere mate. In de productiecentra van Dikkebus en Zillebeke, waar vooral in de zomer lichte overschrijdingen voorkomen, wijst het Vito-onderzoek landbouwactiviteiten aan als belangrijkste lokale bron. Triazolen worden gebruikt in gewasbeschermingsmiddelen voor onder meer aardappelen.
Ook farmaceutische toepassingen dragen beperkt bij. In afvalwater van het Ieperse ziekenhuis Jan Yperman werd een concentratie van 0,2 microgram per liter gemeten.
Gezondheid en beleid Hoewel de wettelijke norm tijdelijk werd opgetrokken tot 1 microgram per liter – een afwijking die Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (CD&V) voor twee jaar toestond – benadrukt de VMM dat er geen acuut gezondheidsrisico is. De gezondheidskundige advieswaarde ligt immers op 138 microgram per liter.
Intussen werkt de Vlaamse regering aan een Strategisch Drinkwaterplan. Dat plan moet de veiligheid van de drinkwatervoorziening beter waarborgen. Na politieke discussies binnen de meerderheid kondigde de minister aan dat het plan in januari wordt voorgesteld.
Ieper – De Vlaamse Regering voorziet bijkomend 250.000 euro om de restauratie van de Lakenhallen en het Belfort in Ieper volledig af te werken. Daarmee loopt de Vlaamse investering op tot net geen 9 miljoen euro. De werken moeten een reeks pas ontdekte structurele problemen definitief oplossen.
Laatste duwtje voor een monument van formaat Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Ben Weyts (N-VA) maakt 250.000 euro extra vrij om de totaalrestauratie van de Lakenhallen en het Belfort in Ieper te voltooien. Dankzij die bijkomende middelen kunnen onder meer aangetaste balkkoppen en kepers worden verstevigd en wordt de waterafvoer van het dak verbeterd. Met deze extra financiering komt de totale Vlaamse investering uit op net geen 9 miljoen euro, binnen een globale restauratiekost van ongeveer 18,5 miljoen euro. Vlaanderen neemt via het Agentschap Onroerend Erfgoed 46 procent van de bijkomende werken voor zijn rekening; de Stad Ieper betaalt het resterende aandeel. De minister gaf daarbij aan dat de Lakenhallen in hun middeleeuwse pracht een visitekaartje vormen voor het verhaal van Vlaanderen en tegelijk een stille getuige zijn van de Eerste Wereldoorlog. Met de extra middelen wordt volgens hem de kroon gezet op jaren werk en keert het West-Vlaamse icoon terug in topconditie.
Zeven eeuwen geschiedenis, meerdere levens Tussen de Grote Markt en de Sint-Maartenskerk staat al meer dan zeven eeuwen een van de grootste gotische burgerlijke gebouwen van Europa. De Lakenhallen met hun imposante belfort vormden in de middeleeuwen het economische hart van de lakennijverheid. Doorheen de eeuwen groeide het complex uit tot een netwerk van hallen en doorgangen en kreeg het uiteenlopende functies, van handelscentrum tot stadhuis. Na de volledige verwoesting tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de Lakenhallen heropgebouwd. Vandaag huisvest het gebouw onder meer het In Flanders Fields Museum en het Yper Museum. Het geheel is erkend als UNESCO-werelderfgoed.
Nood aan ingrijpen, vijftig jaar na de heropbouw Een halve eeuw na de wederopbouw doken opnieuw tekenen van verval op. In 2018 sloegen de Vlaamse Regering en de Stad Ieper de handen in elkaar voor een restauratiemasterplan, opgedeeld in vijf fasen. De werken gingen in het najaar van 2020 van start, met stellingen op de Grote Markt. Sindsdien kreeg het belfort een grondige reiniging en herstelbeurt. Ook de draak Margriet boven op de toren werd naar beneden gehaald voor restauratie. In 2021 volgden de klokken en werd een nieuwe lantaarn op de toren geplaatst. De daaropvolgende jaren kwamen de westervleugel en, in 2023, de zijde van het In Flanders Fields Museum aan bod.
Onverwachte problemen vragen extra budget Hoewel intussen het grootste deel van de stellingen is verdwenen, brachten de werken bijkomende problemen aan het licht. Sommige moerbalkkoppen bleken in bijzonder slechte staat en vormen een risico voor de dakstabiliteit. Daarnaast voldeden bepaalde metalen onderdelen niet aan de brandveiligheidsnormen, kampten buitenluiken met vochtproblemen en waren er knelpunten in de verluchting. De bijkomende werken hebben een totale kostprijs van 545.820 euro. De extra Vlaamse middelen maken het mogelijk om deze ingrepen alsnog uit te voeren en de restauratie definitief af te ronden.
Ieper – De Vlaamse overheid en de provincie West-Vlaanderen investeren samen 8 miljoen euro in het herdenkingstoerisme in de Westhoek. Het In Flanders Fields Museum in Ieper wordt grondig vernieuwd en ook begraafplaatsen en andere WO I-sites krijgen een update. De ingreep moet herinnering, educatie en toeristische aantrekkingskracht versterken.
Vernieuwing van In Flanders Fields Museum Het In Flanders Fields Museum (IFFM) in Ieper staat voor een grondige vernieuwing. Sinds 2012 veranderde er inhoudelijk weinig aan het museum, maar daar komt de komende jaren verandering in. Jongeren werden recent betrokken bij het denkproces rond een nieuw concept, dat het museum toekomstgerichter moet maken.
Voor deze herwerking voorzien de Vlaamse overheid en de provincie West-Vlaanderen samen 4 miljoen euro. Volgens Vlaams minister van Toerisme Melissa Depraetere gaat het om een ingrijpende renovatie die nodig is om het museum mee te laten evolueren met de tijd. Het museum zal anders worden ingericht, met het oog op een sterkere beleving en een blijvende aantrekkingskracht voor bezoekers in de Westhoek.
Depraetere benadrukt dat een modern museum noodzakelijk is om jongeren te blijven aanspreken. Voor veel kinderen is een bezoek aan het IFFM vandaag nog een verplichte schooluitstap, maar de ambitie is om hen ook later uit eigen interesse te laten terugkeren en inzicht te geven in wat zich in het verleden heeft afgespeeld.
Investeringen in begraafplaatsen en andere WO I-sites Naast het IFFM gaat nog eens 4 miljoen euro naar andere musea, begraafplaatsen en herdenkingsplaatsen in de Westhoek die verbonden zijn met de Eerste Wereldoorlog. In de aanloop naar 2014, de honderdjarige herdenking van het begin van de oorlog, werden tal van sites geopend, uitgebreid of grondig gerestaureerd. Tien tot vijftien jaar later dringt opnieuw vernieuwing zich op.
Volgens gedeputeerde voor Toerisme Jurgen Vanlerberghe vertellen deze sites een verhaal dat blijvend relevant moet blijven. Hij wijst erop dat een nieuwe impuls nodig is om hun rol in vredeseducatie te versterken en hun internationale uitstraling te behouden.
In het voorjaar van 2026 lanceren Vlaanderen en de provincie een projectoproep. Musea en beheerders van WO I-sites kunnen zich dan kandidaat stellen voor subsidies. Het voorziene budget van 4 miljoen euro wordt verdeeld over projecten die inzetten op vernieuwing en betere toegankelijkheid.
Internationale belangstelling blijft groot Het herdenkingstoerisme in de Westhoek blijft een belangrijke internationale trekker. In 2024 bezochten meer dan 352.000 mensen de musea en herdenkingsplaatsen in de regio. Ongeveer 30 procent van hen kwam uit het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast blijven ook Belgen, Nederlanders en bezoekers uit Canada, Australië en Nieuw-Zeeland de weg naar de Westhoek vinden.
Volgens minister Depraetere is die internationale mix duidelijk zichtbaar in het straatbeeld van Ieper. Ze benadrukt dat herdenkingstoerisme niet alleen bijdraagt aan het historisch bewustzijn, maar ook een directe impact heeft op handelaars en de lokale economie. Net daarom vindt ze het belangrijk dat blijvend wordt geïnvesteerd in herdenkingstoerisme voor de volledige regio.
Ieper/Zonnebeke – De provincie West-Vlaanderen start een brede inspraakronde over de mogelijke uitbreiding van Bellewaerde Park. In de startnota wordt op korte termijn een nieuwe rollercoaster genoemd, met op langere termijn extra attracties en zelfs verblijfsrecreatie. Buurtbewoners en geïnteresseerden krijgen inspraak via een publieke raadpleging en infomarkten.
Provinciaal planproces officieel gestart De provincie West-Vlaanderen werkt samen met de stad Ieper en de gemeente Zonnebeke aan een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP) voor de uitbreiding van Bellewaerde Park. De deputatie keurde daarvoor de startnota goed, waarmee het formele planproces van start gaat.
Die startnota beschrijft welke zones onderzocht worden, welke doelstellingen het plan heeft en welke alternatieven en milieueffecten in kaart zullen worden gebracht. Het document vormt de basis voor overleg met bewoners, besturen en andere betrokkenen.
Concrete plannen: nieuwe attracties en mogelijk verblijf Volgens de startnota gaat het op korte termijn om de realisatie van een nieuwe rollercoaster. Op langere termijn omvat de uitbreiding mogelijk bijkomende coasters en andere attracties, aangevuld met een theater en opties voor verblijfsrecreatie. Het gaat om indicatieve plannen die nog verder onderzocht en verfijnd moeten worden binnen het PRUP-proces.
Bellewaerde ontwikkelde die toekomstvisie om in te spelen op veranderende verwachtingen binnen de recreatiesector. Volgens de provincie blijkt daaruit dat bijkomende ruimte nodig is om de ambities van het park te kunnen realiseren.
Geen herlokalisatie mogelijk Gedeputeerde voor Ruimtelijke Ordening Kelly Detavernier licht toe dat Bellewaerde historisch verankerd is op zijn huidige locatie. Een verhuis is volgens haar geen optie, waardoor mogelijke uitbreidingen zorgvuldig en planmatig binnen de bestaande omgeving onderzocht moeten worden.
Ze benadrukt dat de startnota slechts een eerste stap is en dat het uiteindelijke ontwerp pas vorm krijgt na grondig onderzoek en inspraak.
Inspraak voor bewoners en geïnteresseerden Met de goedkeuring van de startnota start ook de publieke raadpleging. Die loopt van 19 januari tot en met 20 maart 2026. In die periode kan iedereen het dossier inkijken en opmerkingen of bezorgdheden indienen via de website van de provincie, per e-mail of per brief.
De documenten liggen ter inzage in het provinciehuis Boeverbos in Brugge, het stadhuis van Ieper en het gemeentehuis van Zonnebeke.
Daarnaast organiseert de provincie twee infomarkten: 26 januari, van 16 tot 20 uur, in Provinciehuis Potyze aan de Zonnebeekseweg in Ieper 28 januari, van 16 tot 20 uur, in het gemeentehuis van Zonnebeke Omwonenden worden later ook persoonlijk per brief geïnformeerd.
Van startnota naar scopingnota Volgens Detavernier wordt na afloop van de inspraakperiode bekeken hoe opmerkingen, suggesties en bezorgdheden kunnen worden verwerkt. In een volgende fase wordt de startnota herwerkt tot een scopingnota, waarin alle reacties zijn meegenomen. Pas daarna volgt verdere besluitvorming over het uiteindelijke ruimtelijke plan.
Bellewaerde: “Vooruitdenken is noodzakelijk” Ook Bellewaerde Park reageert op de opstart van het PRUP. Algemeen directeur Stefaan Lemey geeft aan dat het park, net als andere bedrijven, moet anticiperen op snelle veranderingen binnen de recreatiesector. Nieuwe belevingen, technologische evoluties en veranderende bezoekersverwachtingen volgen elkaar volgens hem in snel tempo op, terwijl ook de economische en concurrentiële context voortdurend verandert.
Lemey stelt dat het PRUP het park moet helpen om zijn groei en strategie, samen met moederbedrijf Compagnie des Alpes, op een doordachte manier te realiseren. Hij benadrukt dat Bellewaerde zijn missie wil blijven waarmaken: plezier en avontuur aanbieden in een natuurlijke omgeving waar vrienden en familie samen authentieke en onvergetelijke momenten beleven. Verder commentaar wil het park voorlopig niet geven en de procedure haar verdere verloop laten volgen.
Ieper – De stad legt haar meerjarenplan voor 2026-2031 op tafel. Ieper wil in alle deelgemeenten investeren in leefbaarheid, mobiliteit, infrastructuur en dienstverlening. Het plan vertrekt vanuit het idee “Eén Ieper, elf keer thuis” en toont duidelijk waar de komende zes jaar de prioriteiten liggen.
“Eén Ieper, elf keer thuis” In de lokale kranten lezen we hoe Ieper zijn beleidskoers voor de komende zes jaar presenteert. Het motto “Eén Ieper, elf keer thuis” moet duidelijk maken dat elke wijk en deelgemeente even volwaardig meetelt. Burgemeester Katrien Desomer benadrukt dat het plan inzet op leefbaarheid, duurzaamheid, veiligheid, toegankelijkheid en warme dienstverlening.
De totale netto-investering bedraagt 60,97 miljoen euro. Die wordt verdeeld over reguliere investeringen (17,7 miljoen), lopende projecten (19,88 miljoen) en nieuwe projecten (23,39 miljoen). Reguliere investeringen zijn de vaste en terugkerende uitgaven die nodig zijn om de basisinfrastructuur en de essentiële dienstverlening op niveau te houden. Denk daarbij aan de bijdrage aan de brandweerzone, de werking van de politie, het onderhoud en de vernieuwing van wegen en de aanleg of herstelling van fiets- en voetpaden. Bij lopende projecten gaat het om initiatieven die al zijn goedgekeurd en waarvan een deel van het voorziene budget pas in de nieuwe legislatuur wordt uitgegeven. Nieuwe projecten daarentegen zijn dossiers die pas in de komende legislatuur van start gaan en waarvoor de stad bijkomende middelen voorziet.
Investeringen in infrastructuur en projecten Het nieuwe zwembadcomplex blijft de grootste financiële hap. Er wordt nog eens 9,17 miljoen euro geïnvesteerd, in de vorige legislatuur werd al 7 miljoen euro betaald. Het vormt een sleutelproject binnen de sportinfrastructuur.
Het sociaal huis dat in de Sint-Pieterskerk wordt ondergebracht vergt een investering van 5,96 miljoen euro. Schepen Eva Ryde legt uit dat er een haalbaarheidsstudie wordt opgestart. “Met een nieuw sociaal huis, een duidelijk en betaalbaar zorg- en opvangaanbod en een gedragen toekomstplan voor onze kerken willen we ervoor zorgen dat elke Ieperling in moeilijke momenten dicht bij huis ondersteuning en nabijheid vindt.”
Daarnaast trekt de stad bijna 5 miljoen uit voor de reconversie van het bedrijventerrein fase II.
Voor de doortocht van Vlamertinge wordt het bedrag van 3.87 miljoen euro voorzien. Vlamertinge behoort tot de laatste dorpskernen waar nog geen gescheiden rioleringsstelsel ligt. Volgens burgemeester Desomer kan de vernieuwing van de dorpskern ongeveer drie jaar duren. Ze wijst er wel op dat de uitvoering afhankelijk blijft van de financiële instap van AWV en Aquafin, die nog geen definitieve toezegging deden.
Mobiliteit: fietszone en veiligheid Binnen het beleidsdomein van schepen van Lokale Economie Peter De Groote wordt 1,63 miljoen euro vrijgemaakt om de binnenstad aantrekkelijker en beter bereikbaar te maken. Dat sluit nauw aan bij de mobiliteitsvisie van het stadsbestuur. Vanaf 1 maart wordt de volledige binnenstad een fietszone.
Schepen van Mobiliteit Diego Desmadryl legt uit dat deze invoering deel uitmaakt van een nieuw tienpuntenplan dat verbonden is aan de geplande knip op de Grote Markt. Het wordt het eerste deel van dat plan dat effectief wordt uitgevoerd.
Daarnaast komt er eindelijk vooruitgang in het dossier rond de rotonde aan de Rijselpoort, een plek waar al zware fietsongevallen gebeurden. De omgevingsvergunning ligt klaar voor indiening en, zo zegt Desomer, de stad gaat ervan uit dat de werken volgend jaar kunnen starten. De fietsoversteek aan de Rijselpoort krijgt een plateau, en de Veurnseweg in Brielen wordt opnieuw zone 30 ter hoogte van de school. De Plumerlaan wordt heringericht voor 1,59 miljoen euro, waardoor de fietsring rond Ieper eindelijk volledig wordt afgerond.
Cultuur, dorpskernen en sport Het In Flanders Fields Museum staat voor een vernieuwing die 2,75 miljoen euro kost, een bedrag dat overeenkomt met de investering van vijftien jaar geleden, maar dan geïndexeerd. Na de tijdelijke tentoonstelling rond 100 jaar Last Post sluit het museum in september 2028 de deuren. De permanente opstelling verdwijnt en maakt plaats voor een volledig nieuwe invulling. Men mikt erop in het voorjaar van 2029 opnieuw te openen.
De stad richt haar blik ook op de deelgemeenten: Voormezele krijgt een nieuw ontmoetingscentrum zodra het gebouw Kasteelwal wordt verkocht, terwijl in Sint-Jan en Hollebeke extra ingezet wordt op gemeenschapsinfrastructuur. De Meenseweg tussen de Kruiskalsijde en de Steverlyncklaan krijgt een ingrijpende aanpak (1,88 miljoen euro). De stad wil de weg veiliger en beter maken.
Op de sportsite aan de Leopold III-laan komt een masterplan dat aansluit bij de bouw van het nieuwe zwembad. Het parkeerterrein tussen sporthal 1 en 2 wordt autovrij gemaakt en het grote speelplein krijgt een omheining, waarbij de werking van het speelplein wordt versterkt. De stad plant deze zomer in De Fenix, samen met Hypnoiz en het JOC, een stadsfestival.
Verder worden de vloeren in de sporthal van Vlamertinge en in de judozaal van sporthal 2 vernieuwd, samen goed voor 350.000 euro.
Nieuwe toekomst voor de site van het openluchtzwembad Rond de site van het openluchtzwembad wordt al jaren gesproken over een ingreep, zegt Desomer. “In de eerste plaats is dat nodig voor de waterhuishouding van onze stad. Dit project pakken we samen met de Vlaamse Milieumaatschappij aan, en intussen hebben we daar ook een vergunning voor. Daarnaast willen we van de locatie een plek van beleving maken aan de rand van de stadskern. We onderzoeken momenteel zelfs of we er heel symbolisch opnieuw openluchtzwemmen voor Ieperlingen kunnen mogelijk maken.”
Digitale en stedelijke versterking De stad investeert ook in haar digitale infrastructuur. Voor 560.000 euro wordt onder meer een nieuwe stadswebsite ontwikkeld, die op 20 januari gelanceerd wordt.
Verder worden fiets- en voetpaden vernieuwd, krijgen de begraafplaatsen een herinrichting en ondergaat het Perron opfriswerken.
Volgens burgemeester Desomer bouwt het plan voort op projecten die al lopen, op administratieve suggesties, op het bestuursakkoord van Team Ieper en op de memoranda van adviesraden. Ze noemt het eindresultaat “een helder en toekomstgericht plan” en benadrukt dat de belastingen niet stijgen.
Op maandag 1 december wordt het meerjarenplan ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.