Ieper – Tijdens de gemeenteraad van 1 september 2025 stelde raadslid Despeghel (Vooruit) kritische vragen over de toekomst van de Ieperse stadsschouwburg. De haalbaarheidsstudie met drie scenario’s ligt op tafel, maar schepen Eva Ryde (Team Ieper) bracht een verrassende vierde optie aan.
Volgens raadslid Despeghel is de stadsschouwburg een broodnodige zaal voor cultuurverenigingen en het stedelijk cultuurcentrum. Hij wees erop dat eerdere investeringen – zoals de vernieuwing van de verwarmingsinstallatie, ventilatie tijdens de coronaperiode en enkele opfriswerken – enkel dienden om het gebouw tijdelijk overeind te houden.
De problemen stapelen zich intussen op: verouderde podiumtechnieken, een glazen borstwering die het zicht belemmert, het ontbreken van een bar en lobby, en bouwkundige mankementen zoals een lekkende kelder, defecte lift, rot houtwerk en een aangetast dak. Nog een legislatuur wachten vindt Vooruit “geen optie”.
Drie scenario’s uit de studie De haalbaarheidsstudie onderzocht drie pistes: Scenario 1 – behoud buitenschil: erfgoed blijft bewaard, maar ruimteproblemen blijven bestaan. Kostprijs: bijna 4 miljoen euro. Scenario 2 – gedeeltelijk behoud met aanbouw: meer oppervlakte, maar verlies aan erfgoedwaarde, slechte circulatie én de hoogste kost: circa 4,9 miljoen euro. Scenario 3 – volledige nieuwbouw: moderne zaal met alle nodige voorzieningen en logische circulatie, kostprijs rond 4,75 miljoen euro. Groot nadeel: verlies van erfgoed en mogelijk beperkt draagvlak bij de bevolking. Volgens Despeghel lijkt scenario 2 het minst realistisch. De echte keuze gaat volgens hem tussen erfgoedbehoud (scenario 1) of optimale werking via nieuwbouw (scenario 3).
Onverwachte piste: kathedraal betrekken Schepen Eva Ryde (Team Ieper) temperde de verwachtingen. Zij stelde dat er in de huidige meerjarenplanning geen extra middelen zijn voorzien. Bovendien wil het stadsbestuur een vierde scenario onderzoeken: bepaalde ruimtes in de kathedraal betrekken bij het project.
Volgens Ryde heeft de haalbaarheidsstudie nuttige inzichten gebracht, maar blijven er “een pak vragen” over. Het college wil daarom de adviezen van de technische dienst, erfgoedinstanties en ruimtelijke ordening afwachten. Pas daarna kan een aanvulling op de studie correct worden opgesteld.
Nog geen beslissing Een investering van om en bij de 4,5 miljoen euro noemt de schepen “hoog gegrepen”. Bij de start van het meerjarenplan is dat volgens haar geen optie. De kathedraalvariant wordt intussen verder onderzocht.
Ryde benadrukte dat de schouwburg voorlopig nog steeds operationeel is. Zodra de scenario’s duidelijker worden, wil het stadsbestuur samen met de cultuurraad bekijken hoe de bevolking inspraak krijgt.
Ieper/Boezinge – In Boezinge verdwijnt een stukje erfgoed. De oude kapel langs de Diksmuidseweg is gesloopt om plaats te maken voor een nieuwbouwschool. Een project waar al meer dan 25 jaar over gepraat wordt, gaat eindelijk van start.
De plaatselijke basisschool is aan een nieuw hoofdstuk begonnen. Tijdens de voorbije zomervakantieweken werd er hard gewerkt aan de sloop van enkele oude schoolgebouwen én de kapel uit 1924.
Emotioneel afscheid van historische kapel Hans Robyn, die de afbraakwerken van dichtbij volgde, herinnerde eraan dat het gebouw voor veel inwoners betekenis had, omdat ze er als kind nog school liepen. Hij regisseerde er recent nog theaterwandelingen die jaarlijks op verschillende locaties in het dorp plaatsvinden. Volgens hem ging het om een speciale plek die voor velen verbonden was met jeugdherinneringen.
Tijdens de afbraak viel een opvallend detail op: op een grote draagbalk prijkte het opschrift ‘Blijf bij ons heer’, dat het laatste deel van het gebouw nog bijeenhield. De sloop trok heel wat kijklustigen, zeker tijdens de dorpskermis van vorige week.
Grootschalige nieuwbouwplannen Schooldirecteur Giovani Tommeleyn gaf aan dat de sloop kadert in een groter bouwproject. De school telt momenteel 242 leerlingen, en de bestaande infrastructuur vroeg om dringende renovatie en herstellingen. Hoewel de kapel een mooi volume had, bleek ze weinig functioneel als schoolgebouw. Daarom werd gekozen voor een totaalplan: een nieuwbouw die tegemoetkomt aan de huidige noden.
Langs de Diksmuidseweg verdwenen de kapel, de eetzaal, toiletten en de eerste kleuterklas. Op die plaats komt een nieuw schoolgebouw. Op het gelijkvloers worden kleuterklassen, een overdekte speelruimte en een toiletblok voorzien. Daarboven komen lagere klassen met een overdekte educatieve ruimte. Onder het dak worden een zorg- en vergaderlokaal, een archief en technische ruimtes ingericht. Ook een administratief blok en een afdak tegen regenweer aan het toiletblok maken deel uit van de plannen.
De nieuwbouw wordt opgetrokken in dezelfde stijl als het aangrenzende klooster, dat vroeger al werd omgevormd tot appartementen. Aan de achterkant van het gebouw wordt extra transparantie en lichtinval voorzien.
Drie miljoen euro, zeventig procent gesubsidieerd Het idee voor een nieuwbouwproject bestaat al ruim 25 jaar. Zes jaar geleden kwam de kapel beschikbaar, maar de coronacrisis legde het project tijdelijk stil. Daarna zorgden prijsstijgingen van materialen en energie voor verdere vertraging en aanpassingen aan het plan. Volgens Tommeleyn is het team trots dat het project nu echt van start is gegaan.
De totale kostprijs bedraagt ongeveer drie miljoen euro. Zeventig procent daarvan wordt gefinancierd via AGION, het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs. De school mikt op voltooiing van het nieuwe gebouw tegen de zomer van 2026. De omgevingswerken voor de speelplaats en schooltuin zouden een jaar later klaar moeten zijn.
Ruimte genoeg tijdens de werken Tijdens de werkzaamheden kunnen de leerlingen op de huidige site blijven. Tommeleyn gaf aan dat het terrein voldoende ruimte biedt om alle klassen te huisvesten. Wel zijn er aanpassingen nodig aan onder meer de speelplaats, waarbij de preventieadviseur toeziet op de veiligheid.
Niet alle gebouwen verdwijnen. Het directielokaal en het zesde leerjaar aan de Boezingestraat blijven behouden. De rest van de site wordt geïntegreerd in een nieuwe eetzaal. Aangezien ook de academie, dansschool en speelpleinwerking op deze locatie zitten, wordt er aan de Boezingestraat een gedeeld lokaal voorzien voor iedereen die van de infrastructuur gebruik wil maken. De school wil op die manier verder inzetten op multifunctioneel gebruik van haar gebouwen.
Het oude gemeentehuis De dorpskern van Boezinge kreeg de afgelopen jaren een grondige facelift. Toch staat het dorp niet stil. Aan het oude gemeentehuis loopt een aanvraag voor een omgevingsvergunning om het pand om te vormen tot zes woonentiteiten met fietsenstalling en aanleggen van verharding.
Ieper – De stad heeft een nieuw kerkenbeleidsplan, maar dat verliep in de gemeenteraad van maandagavond niet zonder discussie. Terwijl de stad inzet op een voorzichtige, haalbare aanpak, komt oppositiepartij Vooruit met opvallende voorstellen. Een stadsbioscoop in een kerk? Het lijkt gedurfd, maar er zou al een mogelijke investeerder zijn.
Sinds 1 januari 2025 zijn steden en gemeenten verplicht om een actueel en goedgekeurd kerkenbeleidsplan te hebben, om in aanmerking te blijven komen voor subsidies van hogere overheden. Het plan moet een gedragen langetermijnvisie bevatten voor alle parochiekerken binnen het grondgebied. In Ieper gaat het om veertien katholieke kerken, één anglicaanse en twee protestantse kerken. Vijf van de katholieke kerken zijn beschermd als monument, en één kerk heeft een beschermde toren.
Schepen Eva Ryde (Team Ieper) gaf aan dat zowel de stad als een centraal kerkbestuur stappen willen zetten in het uitwerken van het traject voor toekomstig gebruik van de parochiekerken. Samen met verschillende partijen werd een overzicht uitgewerkt.
Kritiek van de oppositie: het plan mist ambitie Op de gemeenteraad uitte Valentijn Despeghel (Vooruit) zijn teleurstelling over het kerkenbeleidsplan. Volgens hem ontbreekt het plan aan ambitie. Hij stelde dat het plan, hoewel 90 pagina’s dik, amper vier pagina’s aan een toekomstvisie besteedt. Daardoor kan het document volgens hem bezwaarlijk een strategisch plan worden genoemd.
De toekomst van drie binnenstadskerken Het plan schuift de Sint-Maartenskathedraal naar voren als dé centrumkerk voor de eredienst, met daarnaast ruimte voor nevenbestemming, bijvoorbeeld in de Proosdijzaal. Voor de Sint-Pieterskerk wil de stad het haalbaarheidsonderzoek uit 2020 verder uitwerken, met als doel een herbestemming tot dienstencentrum, waar De Kersecorf naartoe kan verhuizen. Voor de Sint-Jacobskerk wordt voorlopig enkel vermeld dat op termijn de mogelijkheden voor nevenbestemming of herbestemming onderzocht zullen worden.
Vooruit presenteert eigen voorstellen Valentijn Despeghel legde verregaande voorstellen voor de drie katholieke binnenstadskerken op tafel. Hij benadrukte het belang van het koesteren en optimaal onderhouden van de Sint-Maartenskathedraal, het ‘kroonjuweel’ van de stad. Hij verwees naar het recente rapport van Monumentenwacht, dat belangrijke aandachtspunten aan het licht bracht, zoals de toestand van het betonnen binnenskelet van de torenspits, het metselwerk van de toren en het zuidportaal. Hij verwachtte van het stadsbestuur voldoende middelen vrij te maken om dit erfgoed te behouden.
Over de Sint-Pieterskerk stelde Despeghel voor om deze kerk om te vormen tot een volwaardige cultuurkerk. Hij vond het voorstel om er een dienstencentrum te vestigen tegen de conclusies van de haalbaarheidsstudie ingaan, die aangaf dat het gebouw vanwege de beschermingen niet geschikt is voor die functie. Volgens hem zijn er betere locaties in de binnenstad voor een dienstencentrum of sociaal restaurant. Despeghel zag in de Sint-Pieterskerk een kans voor méér cultuur in Ieper. Daarnaast wees hij op het lopende onderzoek naar de toekomst van de stadsschouwburg. Die staat mogelijk voor ingrijpende renovaties of vervanging. Hij vroeg zich af waar verenigingen en culturele organisaties tijdens die periode terecht kunnen. De Sint-Pieterskerk ligt centraal, beschikt over goede akoestiek en wordt nu al succesvol voor culturele activiteiten gebruikt. Met een beperkte investering zou de kerk als alternatief voor de stadsschouwburg kunnen dienen tijdens de bouwwerken, en ook op lange termijn een rol kunnen blijven spelen in het culturele landschap van de stad.
De meest verrassende piste die Despeghel aandroeg was het omvormen van de Sint-Jacobskerk tot bioscoop. Hij meldde dat er zich een mogelijke investeerder heeft aangediend die momenteel een haalbaarheidsstudie uitvoert. Omdat het een beschermd gebouw betreft, zijn ingrijpende verbouwingen uitgesloten. Via het ‘box-in-box’ principe, waarbij kleine cinemazalen in de kerkstructuur worden geplaatst, kan volgens hem toch een kwalitatieve bioscoop worden gerealiseerd met zalen van 50 tot 150 zitplaatsen. Dit zou niet alleen een nieuwe culturele trekpleister voor Ieper betekenen, maar ook een voorbeeld zijn van slimme herbestemming van erfgoed.
Schepen Ryde waarschuwt voor luchtkastelen Schepen Eva Ryde gaf aan verrast te zijn door het bioscoopvoorstel, dat volgens haar nog niet officieel aan de stad was voorgelegd. Omdat de stad eigenaar is, vond ze het niet verstandig dat dergelijke voorstellen zomaar circuleren. Ze uitte ook haar bezorgdheid over mobiliteit als er een bioscoop in de kerk zou komen. Volgens haar moet het volledige plaatje kloppen, maar de stad staat open voor elk voorstel.
Wat de cultuurkerk betreft zag Ryde praktische bezwaren. Ze wees erop dat de Sint-Pieterskerk binnen de huidige mogelijkheden al mooi wordt ingezet voor kunst en optredens, maar als alternatief voor de stadsschouwburg was zij sceptisch. Zo ontbreekt er verwarming in de kerk, wat niet zomaar is op te lossen. Volgens haar waren de voorstellen van Despeghel niet realistisch of duurzaam op lange termijn.
Burgemeester bevestigt interesse investeerder Valentijn Despeghel gaf aan dat hij enige tijd geleden de burgemeester had geïnformeerd over de interesse vanuit de privésector. De burgemeester had dit bevestigd. Despeghel benadrukte dat het niet de bedoeling is om een grote bioscoop te realiseren, omdat dat niet rendabel zou zijn. Een kleine stadsbioscoop zou wel mogelijk zijn, wat ook door de investeerder zo wordt gezien.
Schepen Ryde bleef voorzichtig en benadrukte dat het nog ver van haalbaarheid verwijderd is. Ze waarschuwde dat het niet verstandig is om mensen ‘ballonnetjes op te laten’, om later te moeten constateren dat het niet lukt. De voorkeur gaat uit naar een plan dat stap voor stap groeit, gericht op een realistische invulling.
Respect voor erfgoed en geloof Nancy Six van Vlaams Belang wees op een gevoelig punt: zij gaf aan dat haar partij zeker niet akkoord zou gaan met het gebruik van de rooms-katholieke kerken door een andere godsdienst. Schepen Ryde stelde gerust dat dit niet de bedoeling is.
Ryde gaf aan dat het kerkenbeleidsplan bewust geen grote voorstellen bevat, omdat dat niet verstandig zou zijn. De stad wil stap voor stap werken aan realistische voorstellen die ook uitvoerbaar zijn.
Het debat over het Ieperse kerkenbeleid is geopend, maar voorlopig niet afgesloten. Of de Sint-Jacobskerk straks daadwerkelijk een cinemazaal wordt, blijft onduidelijk. Wel staat vast dat de toekomst van Iepers religieus erfgoed leeft en dat daarover wordt nagedacht.
Ieper – De resten van de middeleeuwse burchtmuur in Ieper, recent blootgelegd tijdens archeologisch onderzoek, zijn opnieuw onder de grond verdwenen. Daarmee maakt de site plaats voor de bouw van een nieuwe Carrefour. Archeologen en Ieperlingen reageren met gemengde gevoelens.
Wie nog een glimp hoopte op te vangen van de middeleeuwse burchtmuur in Ieper, komt te laat. De archeologische resten zijn opnieuw toegedekt. Daarmee kan de langverwachte bouw van een nieuwe Carrefour op de site van start gaan.
De muur, die toebehoorde aan de historische burcht van Ieper waar tot circa 1130 de graven van Vlaanderen verbleven, werd vorig jaar ontdekt bij opgravingen op het terrein van de toekomstige supermarkt. Het betrof een uitzonderlijke vondst, die bij archeologen en erfgoedliefhebbers meteen hoge verwachtingen opwekte.
Na overleg tussen verschillende betrokken partijen – waaronder de stad Ieper, erfgoedvereniging CO7, eigenaar Jean-Marie Cardinael uit Brugge en het Agentschap Onroerend Erfgoed – werd echter beslist om de muur niet bovengronds te bewaren. De reden? De kosten voor integratie in het bouwproject zouden oplopen tot maar liefst tien miljoen euro.
Muur blijft wel intact onder de grond In lokale kranten bevestigde Jan Decorte, archeoloog bij CO7 en nauw betrokken bij het project, dat de muur vóór het opnieuw begraven nog zorgvuldig werd behandeld. Volgens hem werd die bestreken met kalkmateriaal, vervolgens afgedekt met zand, plastic en een grindbed om het water goed te laten wegvloeien. Die werkwijze werd aangeraden door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium.
De opgravingssite is intussen volledig aangevuld. Decorte gaf aan te vermoeden dat de grondwerken voor de bouw nu snel zullen starten. Zelf was hij een uitgesproken voorstander van publieke toegankelijkheid van de muur, maar erkende dat er niets meer aan te doen viel. Wel stelde hij nog voor om foto’s van de muur een plaats te geven in de nieuwe Carrefour, en er wordt volgens hem ook bekeken hoe op de plek een infobord kan komen.
Daarnaast gaf hij aan dat er gesprekken moeten worden opgestart met de eigenaar over de talrijke mooie vondsten die bij de opgravingen zijn gedaan – waaronder veel middeleeuwse insignes – in de hoop dat die een plaats krijgen in het Yper Museum. Hij wees erop dat er verder moet worden nagedacht over hoe deze vondst publiek ontsloten kan worden en wie daarin mee partner wil zijn. Volgens hem kan dat gaan van de Ieperse musea tot Vlaanderen of de provincie. Ook vond hij dat een visueel element in de Carrefour, zoals foto’s van de vondsten, waardevol zou zijn. Al die gesprekken moesten echter nog beginnen.
Begraving is een “afweging in het algemeen belang” Burgemeester Katrien Desomer (Team Ieper) gaf aan de beslissing tot begraving mee te hebben verdedigd. Volgens haar wordt de burchtmuur op deze manier gewaarborgd voor de toekomst door hem in de Ieperse klei te bewaren, zodat hij intact blijft voor de komende generaties. Ze liet weten dat ze er vele weken in had meegeleefd. Als Ieperling vond ze het spijtig en gaf ze aan er zelfs emotioneel van te worden. Maar als burgemeester, en in het licht van het algemeen belang, kon ze zich verzoenen met de beslissing.
Volgens haar had het geen zin om andere projecten uit te stellen om de financiering van de burchtmuur mogelijk te maken. Ze wees erop dat de uitdagingen in de stad groot zijn, ook op vlak van erfgoed en toerisme. Daarbij verwees ze naar onder meer de vernieuwing van het In Flanders Fields Museum en de instandhouding van het zichtbaar erfgoed zoals kerkgebouwen.
Heemkring brengt burchtverhaal in detail Wie dieper wil graven in het verhaal van de Ieperse burcht, kan binnenkort terecht bij heemkring Iepers Kwartier. Daar verschijnt binnen enkele weken een uitgebreid artikel van Frederik Vandenbroucke. De bijdrage telt achttien pagina’s, is rijkelijk geïllustreerd en behandelt onder meer de vroege geschiedenis van Ieper, de kroniekschrijvers die over de burcht schreven, het archeologisch vooronderzoek en de eigenlijke opgraving. Ook wordt ingegaan op de merkwaardige vondsten van metaaldetectoristen, de gebruikte dateringsmethodes en de beslissing tot bescherming in situ.
Het nummer kost 8 euro voor niet-abonnees en is te verkrijgen via fred.vandenbroucke@telenet.be of dagbladhandel Depuydt.
Hoewel de muur voorlopig weer onder de Ieperse bodem verdwijnt, leeft het verhaal voort – in publicaties, foto’s en hopelijk binnenkort in het museum.
Ieper/Dikkebus – In Dikkebus opent op 20 juni het nieuwe ontmoetingscentrum ‘Thicabusca’. De feestelijke inhuldiging valt samen met het lokale kermisweekend en markeert de start van een nieuw hoofdstuk voor de deelgemeente. De stad Ieper benadrukt het belang van verbondenheid, erfgoed en participatie met dit vernieuwde dorpshart.
In de Ieperse deelgemeente Dikkebus maakt het oude ontmoetingscentrum plaats voor een moderne en warme ontmoetingsplek: OC Thicabusca. De officiële opening vindt plaats op 20 juni en vormt meteen het startschot van het kermisweekend in het dorp. Tijdens de plechtigheid wordt de nieuwe naamplaat onthuld, gekozen door inwoners uit vijf voorstellen. De uiteindelijke keuze, ‘Thicabusca’, verwijst naar de oudste vermelding van het dorp in 1089 en betekent ‘dicht struikgewas’.
De stad wil met het vernieuwde OC opnieuw een centrale plek bieden waar mensen elkaar ontmoeten en verenigingen kunnen groeien. Dikkebus krijgt hiermee opnieuw een volwaardige plek waar verbondenheid centraal staat. De opening wordt muzikaal omlijst door de Koninklijke Harmonie De Vijverzonen, gevolgd door een receptie aangeboden door de stad.
Ook het lokale erfgoed krijgt een prominente plaats. In samenwerking met de stad wordt op dezelfde dag een reizende erfgoedhalte gelanceerd, die de geschiedenis van Dikkebus en de regio in de kijker zet.
Voor het dagelijkse beheer van het centrum zoekt Stad Ieper nog een enthousiaste zaalverantwoordelijke. Deze persoon zal de agenda beheren, activiteiten coördineren en een aanspreekpunt vormen voor gebruikers. De stad benadrukt het belang van een betrokken figuur met “een hart voor het dorp, die het OC mee tot een warme plek voor iedereen maakt.”
De plechtige opening start om 18.30 uur en is gratis toegankelijk voor alle inwoners. Inschrijven is wel vereist vóór 16 juni via inschrijvingen@ieper.be om organisatorische redenen.
De bouw van het ontmoetingscentrum kende eerder vertraging door onverwachte prijsstijgingen, waardoor het dossier herbekeken moest worden. Nu staat alles klaar om van start te gaan.