Post Tagged ‘erfgoed’

,

Ieper – De restauratie van de Lakenhallen in Ieper nadert haar einde, maar het kostenplaatje ligt een stuk hoger dan eerst geraamd. Door onverwachte ingrepen, bijkomende isolatiewerken en sterk gestegen materiaalprijzen steeg de totale factuur met bijna 6 miljoen euro. Eind maart volgt een feestelijk openingsweekend.

Meerwerken en prijsstijgingen duwen kosten omhoog
De restauratiewerken aan de Lakenhallen in Ieper zijn duurder uitgevallen dan oorspronkelijk voorzien. Waar het project aanvankelijk werd geraamd op iets minder dan 13 miljoen euro, eindigt het nu op ongeveer 19 miljoen euro. Daarmee bedraagt de meerkost bijna 6 miljoen euro.
Burgemeester Katrien Desomer (Team Ieper) verklaarde dat die stijging deels te wijten is aan prijsstijgingen doorheen de jaren, maar ook aan bijkomende werken die tijdens de restauratie noodzakelijk bleken. Volgens Desomer werd er bewust gekozen om die extra ingrepen mee uit te voeren, zodat het gebouw opnieuw klaar is voor de komende decennia.

Gevels, schrijnwerk en Belforttoren volledig vernieuwd
Tijdens de restauratie werden onder meer de gevels en het schrijnwerk hersteld. Ook de Belforttoren werd volledig aangepakt. Daarnaast kregen grote delen van de daken een nieuwe structuur én extra isolatie.
Tijdens de werken kwamen ook rotte balkkoppen aan het licht. Die moesten vervangen of verstevigd worden, omdat ze een risico vormden voor de stabiliteit van het dak.

Corona- en energiecrisis speelden grote rol
Het stadsbestuur wijst erop dat de restauratie samenviel met een periode van uitzonderlijke prijsstijgingen. Tijdens de coronacrisis tussen 2020 en 2022 gingen materiaalprijzen fors omhoog. Ook de energiecrisis, na de oorlog in Oekraïne, zorgde voor extra druk op de bouwkosten. In sommige gevallen liepen de stijgingen op tot 45 procent.

Daken isoleren was extra beslissing na 2017
Niet alle werken zaten in de oorspronkelijke raming. In 2017 was er bijvoorbeeld nog geen budget voorzien om alle daken te isoleren. Het stadsbestuur dat in 2018 aantrad, besliste om dat toch te doen.
Het ging om 5.894 vierkante meter dakoppervlak, goed voor een kostprijs van iets meer dan 1 miljoen euro. Die investering werd gedeeltelijk gecompenseerd via een bijkomende subsidie van 316.000 euro van het Vlaamse Fonds Culturele Infrastructuur.

Vlaamse overheid voorziet extra steun
Bij de start van de werken werd al een subsidie van 9 miljoen euro toegekend. Later volgde extra ondersteuning, onder meer voor onverwachte herstellingen aan rotte muurbalkkoppen. Daarvoor kreeg de stad recent nog een bijkomende subsidie van ongeveer 250.000 euro.

Minister van Onroerend Erfgoed Ben Weyts (N-VA) gaf daarbij aan dat de restaurateurs op verschillende problemen botsten. Weyts stelde dat de moerbalkkoppen “in uiterst slechte staat” bleken en dat ze de stabiliteit van het dak bedreigden. Daarnaast verwees hij ook naar metalen onderdelen die onvoldoende brandwerend waren, vochtproblemen bij buitenluiken en enkele verluchtingsproblemen.
Volgens Weyts zorgt het afronden van de restauratie ervoor dat de geschiedenis van de Lakenhallen levendig blijft en dat het gebouw een trekpleister blijft voor inwoners en bezoekers.

Oplevering binnen twee weken, feestweekend op 21 en 22 maart
De werken duurden bijna zes jaar en worden binnen twee weken definitief opgeleverd. De heropening wordt alvast groots gevierd op 21 en 22 maart, bij de start van de lente.
Burgemeester Desomer verklaarde dat het stadsbestuur naast een officieel moment vooral een feest wil organiseren voor de inwoners van Ieper. Er komen rondleidingen in en rond het gebouw, en daarvoor wordt samengewerkt met Ieperse verenigingen.

Ligconcert, museumnacht en “Orde van de Ieperse Nar”
Het programma bevat een reeks publieksactiviteiten, waaronder een ligconcert, een museumnacht, ritten met een nostalgische dubbeldekbus, een muziekparade, een kattenworp, lasershows, een hitparade op de beiaard en ‘belfort by night’.

Tijdens deze Lakenhallenfeesten wordt ook een nieuw initiatief gelanceerd: de Orde van de Ieperse Nar. Een aantal verdienstelijke inwoners zal als eerste toetreden.
De voorbije weken konden inwoners nominaties indienen voor categorieën zoals warmste inwoner, grootste entertainer, dierbaarste dorpeling, vurigste vrouw en opkomend talent. De winnaars worden op zondag gehuldigd in de Koninklijke Zaal en ontvangen een ereteken en oorkonde.

© Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

Bron:
Nws, V. (17 februari 2026). Restauratie Lakenhallen Ieper kost 6 miljoen euro meer dan gepland: “Klaar voor de volgende 100 jaar” | VRT NWS: nieuws. VRTNWS. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/02/16/lakenhallen-ieper-restauratiewerken-6-miljoen-duurder-onvoorzien/

Pattyn, T. (17 februari 2026). Restauratie Lakenhallen 6 miljoen euro duurder dan geraamd: “Maar het was het waard.” Nieuwsblad. https://www.nieuwsblad.be/regio/west-vlaanderen/westhoek/ieper/restauratie-lakenhallen-6-miljoen-euro-duurder-dan-geraamd-maar-het-was-het-waard/132623862.html
Lees ook bij Bouwend Ieper:
Extra Vlaamse middelen ronden restauratie Lakenhallen en Belfort in Ieper af – 8/1/2026

© Geert Dewaele
,

Ieper – De historische Kazemattenbrouwerij in Ieper blijft bestaan dankzij een overname door stadsgenoten van Leroy Breweries. Oprichter Rudi Ghequire draagt zijn levenswerk met een gerust hart over. De bieren, de locatie en het verhaal onder de vestingmuren blijven behouden, met een nieuwe generatie brouwers aan het roer.

Van geesteskind tot erfgoed
Onder de vestingwallen van Ieper, in de kazematten die dateren uit de tijd van Vauban, bouwde Rudi Ghequire twaalf jaar geleden een brouwerij uit zonder subsidies. De brouwmeester uit Roeselare, jarenlang actief bij Rodenbach, ontwikkelde er zijn eigen recepten en reconstrueerde eigenhandig een tweedehands brouwinstallatie, dat lezen we in het Nieuwsblad.

Volgens Ghequire bleef hij bewust op de achtergrond om geen belangenconflict te creëren met zijn toenmalige werkgever. Voor logistiek en commerciële ondersteuning kon hij rekenen op Brouwerij St.Bernardus, waar CEO Julie Depypere mede-eigenaar werd van het project.

Overname door stadsgenoten
Omdat hij naar eigen zeggen niet jonger wordt, ging Ghequire op zoek naar een overnemer. Die werd gevonden in Leroy Breweries uit Boezinge, eveneens in Ieper.

Bruno Leroy, sales- en marketingverantwoordelijke en elfde generatie in de brouwersfamilie, zegt dat het verhaal wordt voortgezet met respect voor de identiteit van de plek en de bieren. De bestaande merken, waaronder The Wipers Times, blijven behouden. Ghequire blijft betrokken en ziet zijn werk in vertrouwde handen.

Internationale erkenning
In de voorbije jaren bouwden de Kazematten een stevige reputatie op. Op de zogeheten Wall of Fame prijken 21 internationale onderscheidingen. Ghequire noemt het een geruststelling dat zijn project niet alleen wordt voortgezet, maar ook verder kan groeien binnen een familiebedrijf met een eeuwenlange traditie.

Hij omschrijft de nieuwe eigenaars als een jonge generatie met ambitie en ziet in hen de mensen die het potentieel van de brouwerij verder kunnen ontwikkelen.

Focus bij St.Bernardus
Ook St.Bernardus, dat historisch bij het project betrokken was, maakt bewust ruimte. Volgens CEO Julie Depypere vergt de internationale groei van hun eigen brouwerij volledige focus en investeringen. Daarom werd ervoor gekozen het Kazematten-verhaal toe te vertrouwen aan Leroy Breweries, dat er een nieuw hoofdstuk aan wil toevoegen.

Geschiedenis als rode draad
De band tussen beide brouwerijen gaat verder dan de recente overname. Leroy Breweries werd opgericht in 1572 aan het sas van Boezinge, terwijl de kazematten dateren van rond 1680. Beide locaties dragen een stuk Ieperse geschiedenis van vóór de Eerste Wereldoorlog.

De Kazematten zijn internationaal vooral bekend door The Wipers Times, het satirische soldatenkrantje dat Britse militairen er tijdens de oorlog drukten. Het gelijknamige bier werd ontwikkeld met een Engels smaakprofiel en richtte zich van bij de start op buitenlandse bezoekers die na een herdenkingsbezoek een plek zochten om het verleden te laten bezinken.

Toeristische toekomst
De locatie onder de vestingen zal voortaan ook dienen als onthaalruimte voor Leroy Breweries. In hun oudere sites werd bij de bouw nooit rekening gehouden met bezoekersfaciliteiten. De Kazematten bieden die mogelijkheid wel, midden in een omgeving die geschiedenis, erfgoed en biercultuur samenbrengt.

Volgens Ghequire is het behoud van de brouwerij essentieel. Hij wijst op de historische elementen in het gebouw, zoals een oude vlag met het wapenschild van de stad en de symbolen van volders en brouwers. Voor hem is de site evenzeer een levend museum als een productieruimte.

© Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

Bron:
Pattyn, Thijs. (17 januari 2026). Unieke brouwerij verzekert voortbestaan met overname door stadsgenoten: “Deze jonge leeuwen zijn klaar om de biermarkt te bestormen.” Nieuwsblad. https://www.nieuwsblad.be/regio/west-vlaanderen/westhoek/ieper/unieke-brouwerij-verzekert-voortbestaan-met-overname-door-stadsgenoten-deze-jonge-leeuwen-zijn-klaar-om-de-biermarkt-te-bestormen/124173185.html

Ieper – De Ieperse musea kijken tevreden terug op 2025. Het In Flanders Fields Museum noteerde een duidelijke bezoekersstijging, terwijl ook het Yper Museum en het Merghelynck Museum hun publiekswerking verder verdiepten. Met nieuwe tentoonstellingen en een bredere openstelling belooft 2026 opnieuw een boeiend museumjaar te worden.

In Flanders Fields Museum blijft internationale trekker
Het In Flanders Fields Museum sloot 2025 af met 160.082 bezoekers, een stijging van ruim 5.000 tegenover het jaar voordien. Het publiek bestond hoofdzakelijk uit individuele bezoekers (60%), aangevuld met scholieren (33%) en groepen (7%). België bleef het belangrijkste herkomstland (42%), gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (28,5%) en Nederland (14,78%).
Ook de tijdelijke tentoonstelling Ontheemd – de Belgische vluchtelingen van de Eerste Wereldoorlog kende een sterke start. Sinds de opening begin oktober bezochten al zo’n 5.000 mensen de expo, die nog loopt tot 14 juni 2026 in de Lakenhallen.
Naast het museumgebouw bleven ook de buitensites populair. De gratis toegankelijke Yorkshire Trench & Dugout trok ongeveer 50.000 bezoekers, terwijl het instappunt Hoeve Klein Zwaanhof goed was voor zo’n 9.200 bezoekers.
De directie van het In Flanders Fields Museum benadrukt dat de blijvende belangstelling bevestigt dat het thema van de Eerste Wereldoorlog mensen blijft aantrekken naar Ieper. De tentoonstelling Ontheemd wordt daarbij gezien als een manier om het Belgische vluchtverleden tijdens en na de oorlogsjaren onder de aandacht te brengen, een verhaal dat duidelijk weerklank vindt bij het publiek.

Sterk digitaal bereik naast fysieke bezoekers
Ook online bereikte het museum een breed publiek. Projecten zoals de Namenlijst, de In Flanders Fields-app, educatieve vlogs, de documentaire Vermist en Gevonden en de podcast 22 april 1915 versterkten de digitale aanwezigheid en bereikten bezoekers ver buiten de museummuren.

Yper Museum zet in op verdieping en inclusie
Het Yper Museum ontving in 2025 27.720 bezoekers en blijft zich profileren als een stadsmuseum met een sterke band met de Ieperlingen. Toegankelijkheid en maatschappelijke betrokkenheid stonden centraal.
Een opvallend initiatief waren de zeefprojectweken, opgezet in samenwerking met partners zoals Vondels en Argos. Mensen met een mentale beperking en anderstaligen maakten daarbij op een actieve manier kennis met archeologie, door het uitzeven van big bags met materiaal afkomstig van Ieperse archeologische sites.
Ook het publieksaanbod werd inhoudelijk verdiept. Activiteiten zoals Mind the Museum en Slow Art-rondleidingen boden bezoekers een rustgevend en traag museumbezoek. Via zorgvuldig geselecteerde objecten en opdrachten leerden deelnemers de collectie op een andere manier kennen. Daarnaast bleven de Latijn-workshops populair bij schoolklassen uit heel Vlaanderen.
De aantrekkingskracht van de Ieperse collecties reikt bovendien verder dan de stad. Zo werd het werk Armoede van Louise De Hem getoond op Het Kunstuur in Mechelen. De museumcollectie werd in 2025 ook verrijkt met twee zilveren kandelaars uit 1734, vervaardigd door de Ieperse zilversmid Pieter Joannes Baelde I, en voorzien van de alliantiewapens van de families de Limon en Merghelynck.
Volgens de directie van het Yper Museum en het Merghelynck Museum blijft inclusiviteit een centrale pijler, zowel in de vaste opstelling als in de activiteitenkalender.

Merghelynck Museum klaar voor meer vrij bezoek
Het Merghelynck Museum bereikte in 2025 een nieuwe mijlpaal met zijn eerste tijdelijke tentoonstelling Merghelynck op ’t Gemack. De expo kreeg aandacht via een radio-uitzending van Culture Club en een reportage in VRT Laat, en kon ook op enthousiaste bezoekersreacties rekenen. Het finissageweekend lokte alleen al 479 bezoekers.
Na drie succesvolle testweekends voor individueel bezoek besliste het museum om vaker zonder gids open te gaan. Tijdens de komende zomervakantie kunnen bezoekers elke zaterdag- en zondagnamiddag het museumhuis vrij bezoeken.

Vooruitblik: een gevuld museaal jaar in 2026
Schepen van Musea Emmily Talpe blikt tevreden terug op 2025 en benadrukt dat zowel internationale toeristen als Ieperlingen het kwalitatieve museale aanbod wisten te waarderen. Voor 2026 staan opnieuw tal van projecten op de planning.
Bij het In Flanders Fields Museum loopt Ontheemd nog tot 14 juni, terwijl de volledige jaarprogrammatie in februari wordt voorgesteld. Het Yper Museum opent op 19 juni 2026 de tentoonstelling wONDERLAND, waarin de Ieperse kleibodem en middeleeuwse archeologie centraal staan. Daarvoor loopt eerst het participatietraject Wie geeft Ieper kleur?, dat bijzondere Ieperlingen in de kijker zet.
Het Merghelynck Museum opent op 26 april de tentoonstelling Pronken met Pruiken, die bezoekers meeneemt naar de achttiende eeuw, met een combinatie van historische stukken en aandacht voor hedendaagse haartooien.

💬 Reageer hieronder

Bron:
De Wilde, M. (8 januari 2026). Ruim 160.000 bezoekers voor In Flanders Fields Museum in Ieper, ook ander musea tevreden. Het Nieuws Van West-Vlaanderen. https://www.hetnieuwsvanwestvlaanderen.be/ruim-160-000-bezoekers-voor-in-flanders-fields-museum-in-ieper-ook-ander-musea-tevreden/
Lees ook bij Bouwend Ieper:
Westhoek krijgt 8 miljoen euro voor herdenkingstoerisme: In Flanders Fields Museum en WO I-sites vernieuwd – 20/12/2025

,

Ieper – Na twee jaar renovatiewerken is het Justitiehuis van Ieper officieel heropend. Het historische gebouw nabij het station kreeg niet alleen een grondige facelift, maar ook een nieuwe betekenis. Met twintig medewerkers en een breder takenpakket wil het Justitiehuis opnieuw een laagdrempelige plek zijn waar recht, zorg en menselijkheid samenkomen.

Vlaams minister van Justitie en Handhaving Zuhal Demir opende op 3 oktober officieel het vernieuwde Justitiehuis in Ieper. Het gebouw waarin 25 jaar geleden het Justitiehuis voor het eerst zijn deuren opende, heeft een lange en boeiende geschiedenis. Ooit was het het bekende hotel Skindles, later vonden er de diensten van belastingen en registratie onderdak. Door jaren van slijtage en structurele gebreken verkeerde het pand echter in slechte staat. De diensten verhuisden ruim tien jaar geleden tijdelijk naar Ter Waarde, in afwachting van een grondige renovatie.

De werken, goed voor een investering van ruim zes miljoen euro, startten in 2023 en zijn nu afgerond. “Het gebouw is volledig vernieuwd,” benadrukt directeur Carine Dewulf. Ze vertelt dat het aantal medewerkers de voorbije jaren meer dan verdubbelde en dat het takenpakket fors is uitgebreid, van slachtofferonthaal tot begeleiding van daders.

Meer dan een justitiehuis
Minister Demir noemde het vernieuwde Justitiehuis “meer dan een gebouw met een loketfunctie”. Volgens haar symboliseert het “een huis van hoop”: een plaats waar slachtoffers hun leven opnieuw kunnen opbouwen en waar daders kansen krijgen om terug te keren naar de samenleving. Ze vindt dat hoop en kansen binnen justitie te weinig aandacht krijgen, terwijl ze essentieel zijn om straf betekenis te geven.
Demir sprak haar waardering uit voor de justitieassistenten, die volgens haar “de pilaren van justitie” vormen. Ze benadrukte dat hun werk vaak in de schaduw gebeurt, maar van groot maatschappelijk belang is: als brug tussen justitie en samenleving.

Een functioneel en toegankelijk gebouw
Het vernieuwde Justitiehuis ligt op de hoek van drie straten — de Vooruitgangstraat, het Colaertplein en de Stationsstraat — en huisvest naast de justitieassistenten ook de sociale dienst jeugdrechtbankwerking van het agentschap Opgroeien. Zo kunnen jongeren uit Ieper en de ruime regio er terecht voor begeleiding en ondersteuning.
De indeling van het gebouw is bewust helder gehouden. Op het gelijkvloers bevinden zich de front offices van beide diensten, terwijl op de verdiepingen de back offices zijn ondergebracht. Die structuur maakt de werking overzichtelijker en verhoogt zowel de veiligheid als het gebruikscomfort.

Erfgoed dat opnieuw ademt
Voor Ieper betekent de heropening meer dan een administratieve terugkeer. Het iconische gebouw krijgt opnieuw een maatschappelijke rol. “We zijn trots op de afronding van dit dossier en op de heropwaardering van dit erfgoed,” klinkt het bij N-VA Ieper. Het pand combineert historische waarde met een eigentijdse invulling waar menselijke rechtvaardigheid en zorg centraal staan.

Een huis met een menselijk gezicht
In West-Vlaanderen zijn vier justitiehuizen actief — in Brugge, Kortrijk, Veurne en Ieper. Met twintig medewerkers en een versterkte samenwerking tussen justitie en welzijn wil het vernieuwde Ieperse Justitiehuis tonen dat rechtspraak ook menselijk kan zijn. Of, zoals de minister het samenvatte: hoop geven is ook recht doen.

© Geert Dewaele
Bron:
Vernieuwd Justitiehuis in Ieper officieel geopend door minister Zuhal. (3 oktober 2025). N-VA Ieper. https://ieper.n-va.be/nieuws/vernieuwd-justitiehuis-in-ieper-officieel-geopend-door-minister-zuhal-demir
Justitiehuis Ieper na renovatie klaar voor toekomst. (3 oktober 2025). Focus En WTV. https://focus-wtv.be/nieuws/justitiehuis-ieper-na-renovatie-klaar-voor-toekomst
© Geert Dewaele
© Geert Dewaele
© Geert Dewaele

,

Ieper – Een zes en een halve meter hoge WOI-soldaat kijkt uit over de namen van duizenden gesneuvelden aan de Menenpoort. Het kunstwerk The Hauntings vertelt een verhaal van verlies, herinnering en menselijkheid en trok bij aankomst in Ieper meteen veel bekijks.

Sinds dinsdag heeft de omgeving van de Menenpoort er een opvallende bezoeker bij. Het monumentale kunstwerk The Hauntings, een 6,5 meter hoge figuur van een WOI-soldaat, werd er zorgvuldig in elkaar gezet. De sculptuur bestaat volledig uit onderdelen van oude machines en wagens en trekt onmiddellijk de aandacht van voorbijgangers.

De creatie is het geesteskind van Jo Oliver en Paul Richards uit Groot-Brittannië. De uitvoering werd verzorgd door Martin Galsavy, een Slovaakse metaalbewerker die werkt voor The Dorset Forge in Zuid-Engeland. Hij werkte bijna een jaar aan het beeld. Volgens hem was het “geen gemakkelijke opdracht”, maar het resultaat toont volgens hem “hoe ver kunst en vakmanschap elkaar kunnen versterken.”

Van Dublin tot Ieper
Het beeld maakte al een lange reis voor het in Ieper belandde. The Hauntings was eerder te zien in Saint Stephen’s Green in Dublin, ter herdenking van de Ierse gesneuvelden, daarna in het Black Watch Castle in Perth en in Antrobus House in Engeland. Dat laatste is opgedragen aan luitenant Edmund Antrobus, die sneuvelde bij de Eerste Slag om Ieper — zijn naam staat ook op de Menenpoort.
Volgens Galsavy trok het kunstwerk “overal waar het verscheen een groot publiek”. De makers wilden het daarom absoluut in Ieper tonen, en dat lukte uiteindelijk – na een avontuurlijke overtocht.

Avontuur over zee en land
De reis naar België verliep niet zonder hindernissen. Het beeld verbleef tijdelijk op Pondfarm in Langemark, bij Stijn Butaye, bekend van de replica van de Tank van Poelkapelle en zijn kleine museum. Hij hielp de Britse ploeg met de logistiek.
De eerste poging om het beeld per boot naar Frankrijk te brengen mislukte toen de Franse douane de lading tegenhield. Uiteindelijk werd het via de Eurotunnel naar België gebracht. Volgens Butaye was het “voor de eigenaars bijzonder belangrijk dat het beeld op 11 november in Ieper te zien zou zijn.”
Dinsdagmiddag arriveerde The Hauntings in verschillende delen op zijn plek aan de Frenchlaan, waar medewerkers van de technische dienst en vrijwilligers het samen monteerden. Nog voor het volledig rechtstond, bleven voorbijgangers al staan om foto’s te nemen.

Een nieuwe blik op oorlog en menselijkheid
Het werk van Oliver en Richards wil niet enkel herdenken, maar ook aanzetten tot reflectie. The Hauntings stelt de “gewone man” voor, niet gebonden aan ras, nationaliteit of politieke overtuiging. Volgens Oliver symboliseert de figuur “alles wat goed is in mensen die door oorlog of tegenspoed worden uitgedaagd.”
Ze kreeg het idee toen ze als kind de aanwezigheid voelde van “een jonge soldaat die nooit thuiskwam”. Zijn verhaal inspireerde haar tot een beeld dat zowel confronteert als troost biedt.
Met de blik gericht op de Menenpoort – waar de namen van duizenden vermisten uit de Eerste Wereldoorlog staan gebeiteld – lijkt The Hauntings stil te waken over zijn gevallen kameraden.

Het kunstwerk blijft te zien tot 7 december op het foto-eiland aan de Frenchlaan. De officiële inhuldiging volgt op zaterdag, in aanloop naar de Wapenstilstand herdenkingen.

💬 Wat vind jij van ‘The Hauntings’? Moeten tijdelijke kunstwerken rond de Menenpoort vaker een vaste plaats krijgen in de stad?
Reageer onderaan dit artikel en deel je mening.

‘The Hauntings’ – © Geert Dewaele
Bron:
https://www.hln.be/ieper/martin-last-6-5-meter-hoog-beeld-the-hauntings-in-elkaar-ik-werkte-er-een-jaar-aan~ab4f6766/
© Geert Dewaele

© Geert Dewaele