Ieper/Dikkebus/Zillebeke – In de Zillebekevijver en Dikkebusvijver in Ieper zijn blauwalgen aangetroffen. De stad roept op om het water niet aan te raken wegens gezondheidsrisico’s. Ook triatleten mogen voorlopig niet meer zwemmen.
In beide Ieperse vijvers werden blauwalgen, of eigenlijk cyanobacteriën, vastgesteld. Ze floreren vooral bij warm, droog weer en in stilstaand, voedselrijk water. Bij hun afsterven scheiden ze toxische stoffen af, die huidirritaties, misselijkheid en andere klachten kunnen veroorzaken bij contact of inname.
De stad waarschuwt daarom om het water niet aan te raken en zeker de zichtbare drijflagen te vermijden. Ook huisdieren lopen gevaar en mogen niet in of aan het water komen. Ouders krijgen het advies kinderen uit de buurt van de oevers te houden.
Tijdelijk zwemverbod Zwemmen in de vijvers was al verboden voor recreanten. Uitzondering was de triatlonclub, die in de Dikkebusvijver mocht trainen. Ook dat is sinds 1 juli 2025 opgeschort tot de algenbloei verdwenen is en analyses het water weer veilig verklaren. Hengelen blijft volgens het stadsbestuur wel toegestaan. Wie toch in contact komt met het water, wordt aangeraden zo snel mogelijk af te spoelen of te douchen.
Meer informatie Wie vragen heeft over de situatie kan terecht bij het stadsbestuur via milieu@ieper.be of op de website www.blauwalgen.be.
De zomerse temperaturen zorgen vaker voor blauwalgen in onze wateren. Met een beetje voorzichtigheid en de juiste maatregelen kan iedereen echter veilig blijven genieten van de natuur.
Ieper – Bij de feestelijke heropening van de Menenpoort in Ieper, in aanwezigheid van prinses Anne en prinses Claire,opende ook een nieuwe tearoom met zicht op het iconische monument. Bezoekers kunnen er thee en scones proeven, terwijl ze stilstaan bij de verhalen van de vermisten die op de poort herdacht worden.
Maandag was een bijzonder moment voor Ieper en zijn bewoners. Het iconische herdenkingsmonument voor de meer dan 54.000 vermiste soldaten van het Gemenebest schittert weer na een ingrijpende restauratie van twee jaar en zes miljoen euro. De heropening werd bijgewoond door de Britse prinses Anne, Belgische prinses Claire, Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Ben Weyts, minister van Defensie Theo Francken en burgemeester Katrien Desomer.
De prinsessen werden ontvangen door de Koninklijke Muziekkapel van de Gidsen en begeleid door de Koninklijke Harmonie Ypriana in een stoet van de Grote Markt naar de Menenpoort. Tijdens de plechtigheid droegen ze samen een UNESCO-steen op het monument op, als erkenning voor de inschrijving op de Werelderfgoedlijst.
Ook de Vredesfakkel, met gravures van de zes CWGC-lidstaten en geïnspireerd door loopgraafkunst, werd meegedragen en symboliseerde de plicht om oorlogen te blijven herdenken en de boodschap van vrede door te geven. Een Last Post, twee minuten stilte en de onthulling van het nieuwe groendak, een “living roof” dat deel uitmaakt van een modern waterdichtingssysteem, sloten de ceremonie af.
Zes miljoen euro voor een eeuwig monument De Menenpoort werd tot in detail aangepakt: voegwerk en dak werden hersteld, de naampanelen gereinigd, plafonds en gewelven herschilderd, en asbest verwijderd. Ook werd een energie-efficiënt verlichtingssysteem geïnstalleerd en een groendak aangelegd. Vlaanderen financierde 1,6 miljoen euro, de stad Ieper 300.000 euro, en de zes lidstaten van de Commonwealth War Graves Commission (CWGC) betaalden de rest.
Claire Horton, directeur-generaal van de CWGC, noemde het “de meest ingrijpende restauratie in bijna een eeuw” en benadrukte dat de eeuwenoude Last Post, die ook tijdens de werken elke avond klonk, de kracht en het belang van herdenken illustreert. Xavier Puppinck, CWGC-directeur voor Centraal- en Zuid-Europa, bedankte de Vlaamse overheid en de stad Ieper voor hun steun en wees erop dat de UNESCO-erkenning extra gewicht geeft aan de betekenis van de Menenpoort.
Tearoom met uitzicht en verhalen Na de plechtigheid openden prinses Anne en prinses Claire ook een nieuwe tearoom in het CWGC-bezoekerscentrum, op de hoek van de Menen- en Bollingstraat. Waar ooit de kledingwinkel van Marijke De Ruddere en Roos Vervisch was, kunnen bezoekers nu terecht voor een Britse beleving: naast thee staan scones en traditioneel gebak op de kaart.
Beide voormalige winkeluitbaters, die dertig jaar lang hun zaak runden en noodgedwongen moesten sluiten, zijn blij dat hun vroegere pand nu een nieuwe, betekenisvolle bestemming kreeg. “We dachten ons carrière hier te kunnen afronden,” zeggen ze, “maar de Commonwealth War Graves Commission was de beste en meest duurzame optie.”
De tearoom biedt niet alleen lekkernijen maar ook verdieping: op elk theezakje zit een briefje met het verhaal van een gesneuvelde soldaat. De opbrengst gaat naar het onderhoud van herdenkingsplaatsen en vredeseducatieprojecten. Wie zin heeft, kan aansluitend de tentoonstelling over de restauratie bekijken.
Louise Dujardin van de CWGC benadrukt dat het vernieuwde bezoekerscentrum met tearoom bezoekers wil helpen om de verhalen achter het monument te begrijpen en om het immense verlies van de wereldoorlogen tastbaar te maken.
Een warme plek naast een koude geschiedenis De nieuwe tearoom naast de Menenpoort is veel meer dan een plek om even te pauzeren. Het is een uitnodiging om te proeven, te herdenken en te leren. Terwijl de namen op de poort zwijgend getuigen van het verleden, klinken in de tearoom verhalen die generaties blijven verbinden.
Ieper – De stad heeft een nieuw kerkenbeleidsplan, maar dat verliep in de gemeenteraad van maandagavond niet zonder discussie. Terwijl de stad inzet op een voorzichtige, haalbare aanpak, komt oppositiepartij Vooruit met opvallende voorstellen. Een stadsbioscoop in een kerk? Het lijkt gedurfd, maar er zou al een mogelijke investeerder zijn.
Sinds 1 januari 2025 zijn steden en gemeenten verplicht om een actueel en goedgekeurd kerkenbeleidsplan te hebben, om in aanmerking te blijven komen voor subsidies van hogere overheden. Het plan moet een gedragen langetermijnvisie bevatten voor alle parochiekerken binnen het grondgebied. In Ieper gaat het om veertien katholieke kerken, één anglicaanse en twee protestantse kerken. Vijf van de katholieke kerken zijn beschermd als monument, en één kerk heeft een beschermde toren.
Schepen Eva Ryde (Team Ieper) gaf aan dat zowel de stad als een centraal kerkbestuur stappen willen zetten in het uitwerken van het traject voor toekomstig gebruik van de parochiekerken. Samen met verschillende partijen werd een overzicht uitgewerkt.
Kritiek van de oppositie: het plan mist ambitie Op de gemeenteraad uitte Valentijn Despeghel (Vooruit) zijn teleurstelling over het kerkenbeleidsplan. Volgens hem ontbreekt het plan aan ambitie. Hij stelde dat het plan, hoewel 90 pagina’s dik, amper vier pagina’s aan een toekomstvisie besteedt. Daardoor kan het document volgens hem bezwaarlijk een strategisch plan worden genoemd.
De toekomst van drie binnenstadskerken Het plan schuift de Sint-Maartenskathedraal naar voren als dé centrumkerk voor de eredienst, met daarnaast ruimte voor nevenbestemming, bijvoorbeeld in de Proosdijzaal. Voor de Sint-Pieterskerk wil de stad het haalbaarheidsonderzoek uit 2020 verder uitwerken, met als doel een herbestemming tot dienstencentrum, waar De Kersecorf naartoe kan verhuizen. Voor de Sint-Jacobskerk wordt voorlopig enkel vermeld dat op termijn de mogelijkheden voor nevenbestemming of herbestemming onderzocht zullen worden.
Vooruit presenteert eigen voorstellen Valentijn Despeghel legde verregaande voorstellen voor de drie katholieke binnenstadskerken op tafel. Hij benadrukte het belang van het koesteren en optimaal onderhouden van de Sint-Maartenskathedraal, het ‘kroonjuweel’ van de stad. Hij verwees naar het recente rapport van Monumentenwacht, dat belangrijke aandachtspunten aan het licht bracht, zoals de toestand van het betonnen binnenskelet van de torenspits, het metselwerk van de toren en het zuidportaal. Hij verwachtte van het stadsbestuur voldoende middelen vrij te maken om dit erfgoed te behouden.
Over de Sint-Pieterskerk stelde Despeghel voor om deze kerk om te vormen tot een volwaardige cultuurkerk. Hij vond het voorstel om er een dienstencentrum te vestigen tegen de conclusies van de haalbaarheidsstudie ingaan, die aangaf dat het gebouw vanwege de beschermingen niet geschikt is voor die functie. Volgens hem zijn er betere locaties in de binnenstad voor een dienstencentrum of sociaal restaurant. Despeghel zag in de Sint-Pieterskerk een kans voor méér cultuur in Ieper. Daarnaast wees hij op het lopende onderzoek naar de toekomst van de stadsschouwburg. Die staat mogelijk voor ingrijpende renovaties of vervanging. Hij vroeg zich af waar verenigingen en culturele organisaties tijdens die periode terecht kunnen. De Sint-Pieterskerk ligt centraal, beschikt over goede akoestiek en wordt nu al succesvol voor culturele activiteiten gebruikt. Met een beperkte investering zou de kerk als alternatief voor de stadsschouwburg kunnen dienen tijdens de bouwwerken, en ook op lange termijn een rol kunnen blijven spelen in het culturele landschap van de stad.
De meest verrassende piste die Despeghel aandroeg was het omvormen van de Sint-Jacobskerk tot bioscoop. Hij meldde dat er zich een mogelijke investeerder heeft aangediend die momenteel een haalbaarheidsstudie uitvoert. Omdat het een beschermd gebouw betreft, zijn ingrijpende verbouwingen uitgesloten. Via het ‘box-in-box’ principe, waarbij kleine cinemazalen in de kerkstructuur worden geplaatst, kan volgens hem toch een kwalitatieve bioscoop worden gerealiseerd met zalen van 50 tot 150 zitplaatsen. Dit zou niet alleen een nieuwe culturele trekpleister voor Ieper betekenen, maar ook een voorbeeld zijn van slimme herbestemming van erfgoed.
Schepen Ryde waarschuwt voor luchtkastelen Schepen Eva Ryde gaf aan verrast te zijn door het bioscoopvoorstel, dat volgens haar nog niet officieel aan de stad was voorgelegd. Omdat de stad eigenaar is, vond ze het niet verstandig dat dergelijke voorstellen zomaar circuleren. Ze uitte ook haar bezorgdheid over mobiliteit als er een bioscoop in de kerk zou komen. Volgens haar moet het volledige plaatje kloppen, maar de stad staat open voor elk voorstel.
Wat de cultuurkerk betreft zag Ryde praktische bezwaren. Ze wees erop dat de Sint-Pieterskerk binnen de huidige mogelijkheden al mooi wordt ingezet voor kunst en optredens, maar als alternatief voor de stadsschouwburg was zij sceptisch. Zo ontbreekt er verwarming in de kerk, wat niet zomaar is op te lossen. Volgens haar waren de voorstellen van Despeghel niet realistisch of duurzaam op lange termijn.
Burgemeester bevestigt interesse investeerder Valentijn Despeghel gaf aan dat hij enige tijd geleden de burgemeester had geïnformeerd over de interesse vanuit de privésector. De burgemeester had dit bevestigd. Despeghel benadrukte dat het niet de bedoeling is om een grote bioscoop te realiseren, omdat dat niet rendabel zou zijn. Een kleine stadsbioscoop zou wel mogelijk zijn, wat ook door de investeerder zo wordt gezien.
Schepen Ryde bleef voorzichtig en benadrukte dat het nog ver van haalbaarheid verwijderd is. Ze waarschuwde dat het niet verstandig is om mensen ‘ballonnetjes op te laten’, om later te moeten constateren dat het niet lukt. De voorkeur gaat uit naar een plan dat stap voor stap groeit, gericht op een realistische invulling.
Respect voor erfgoed en geloof Nancy Six van Vlaams Belang wees op een gevoelig punt: zij gaf aan dat haar partij zeker niet akkoord zou gaan met het gebruik van de rooms-katholieke kerken door een andere godsdienst. Schepen Ryde stelde gerust dat dit niet de bedoeling is.
Ryde gaf aan dat het kerkenbeleidsplan bewust geen grote voorstellen bevat, omdat dat niet verstandig zou zijn. De stad wil stap voor stap werken aan realistische voorstellen die ook uitvoerbaar zijn.
Het debat over het Ieperse kerkenbeleid is geopend, maar voorlopig niet afgesloten. Of de Sint-Jacobskerk straks daadwerkelijk een cinemazaal wordt, blijft onduidelijk. Wel staat vast dat de toekomst van Iepers religieus erfgoed leeft en dat daarover wordt nagedacht.
Ieper –Het Jan Yperman Ziekenhuis in Ieper sluit zich aan bij het E17-ziekenhuisnetwerk, maar behoudt zijn autonomie. De samenwerking biedt patiënten toegang tot gespecialiseerde zorg zonder de vertrouwde zorg nabij te verliezen.
Sinds 1 mei 2025 maakt het Jan Yperman Ziekenhuis officieel deel uit van het E17-ziekenhuisnetwerk. Die toetreding werd op 19 juni bevestigd door het Departement Zorg van de Vlaamse overheid. Het ziekenhuis blijft autonoom opereren als loco-regionaal zorgcentrum, stevig verankerd in de Westhoek. Tegelijk zet het een grote stap richting gedeelde expertise en innovatie.
Volgens algemeen directeur Frederik Chanterie wil het ziekenhuis “een sterk Jan Yperman in een sterk netwerk”. Hij benadrukt dat de aansluiting een win-winsituatie is: patiënten kunnen voortaan sneller doorverwezen worden naar gespecialiseerde zorg binnen het netwerk, terwijl hun dagelijkse opvolging gewoon in Ieper blijft. Zo krijgen ze zowel de beste zorg als nabijheid.
Kwaliteitszorg binnen handbereik Door de samenwerking wordt het eenvoudiger om gespecialiseerde expertise aan te spreken die lokaal moeilijk te organiseren valt. Tegelijk blijft de vertrouwde zorgomgeving behouden, wat essentieel is voor de continuïteit en het comfort van de patiënt.
Ook Eric Van Zele, voorzitter van het E17-netwerk, onderstreept het belang van samenwerking. Volgens hem is het bundelen van krachten tussen de acht ziekenhuizen nodig om de complexe uitdagingen in de zorgsector aan te pakken. Hij stelt dat samenwerking loont, en dat deze stap bijdraagt aan toegankelijke en kwaliteitsvolle zorg voor alle patiënten.
Brede visie, nauwe samenwerking Het E17-ziekenhuisnetwerk bestaat uit acht algemene ziekenhuizen: az groeninge Kortrijk, AZ Maria Middelares Gent, AZ Sint-Vincentius Deinze, O.L.V. van Lourdes Ziekenhuis Waregem, AZ Glorieux Ronse, AZ Sint-Elisabeth Zottegem, Sint-Jozefskliniek Izegem en nu dus ook Jan Yperman in Ieper.
Wat hen bindt, is een gedeelde visie op kwaliteit, samenwerking en innovatie. Elk ziekenhuis blijft zelfstandig, maar profiteert van gedeelde kennis, technologieën en expertise. Voor het Jan Yperman Ziekenhuis betekent dit een versteviging van zijn rol in de regio én toegang tot een breder zorgaanbod.
Ieper – De resten van de middeleeuwse burchtmuur in Ieper, recent blootgelegd tijdens archeologisch onderzoek, zijn opnieuw onder de grond verdwenen. Daarmee maakt de site plaats voor de bouw van een nieuwe Carrefour. Archeologen en Ieperlingen reageren met gemengde gevoelens.
Wie nog een glimp hoopte op te vangen van de middeleeuwse burchtmuur in Ieper, komt te laat. De archeologische resten zijn opnieuw toegedekt. Daarmee kan de langverwachte bouw van een nieuwe Carrefour op de site van start gaan.
De muur, die toebehoorde aan de historische burcht van Ieper waar tot circa 1130 de graven van Vlaanderen verbleven, werd vorig jaar ontdekt bij opgravingen op het terrein van de toekomstige supermarkt. Het betrof een uitzonderlijke vondst, die bij archeologen en erfgoedliefhebbers meteen hoge verwachtingen opwekte.
Na overleg tussen verschillende betrokken partijen – waaronder de stad Ieper, erfgoedvereniging CO7, eigenaar Jean-Marie Cardinael uit Brugge en het Agentschap Onroerend Erfgoed – werd echter beslist om de muur niet bovengronds te bewaren. De reden? De kosten voor integratie in het bouwproject zouden oplopen tot maar liefst tien miljoen euro.
Muur blijft wel intact onder de grond In lokale kranten bevestigde Jan Decorte, archeoloog bij CO7 en nauw betrokken bij het project, dat de muur vóór het opnieuw begraven nog zorgvuldig werd behandeld. Volgens hem werd die bestreken met kalkmateriaal, vervolgens afgedekt met zand, plastic en een grindbed om het water goed te laten wegvloeien. Die werkwijze werd aangeraden door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium.
De opgravingssite is intussen volledig aangevuld. Decorte gaf aan te vermoeden dat de grondwerken voor de bouw nu snel zullen starten. Zelf was hij een uitgesproken voorstander van publieke toegankelijkheid van de muur, maar erkende dat er niets meer aan te doen viel. Wel stelde hij nog voor om foto’s van de muur een plaats te geven in de nieuwe Carrefour, en er wordt volgens hem ook bekeken hoe op de plek een infobord kan komen.
Daarnaast gaf hij aan dat er gesprekken moeten worden opgestart met de eigenaar over de talrijke mooie vondsten die bij de opgravingen zijn gedaan – waaronder veel middeleeuwse insignes – in de hoop dat die een plaats krijgen in het Yper Museum. Hij wees erop dat er verder moet worden nagedacht over hoe deze vondst publiek ontsloten kan worden en wie daarin mee partner wil zijn. Volgens hem kan dat gaan van de Ieperse musea tot Vlaanderen of de provincie. Ook vond hij dat een visueel element in de Carrefour, zoals foto’s van de vondsten, waardevol zou zijn. Al die gesprekken moesten echter nog beginnen.
Begraving is een “afweging in het algemeen belang” Burgemeester Katrien Desomer (Team Ieper) gaf aan de beslissing tot begraving mee te hebben verdedigd. Volgens haar wordt de burchtmuur op deze manier gewaarborgd voor de toekomst door hem in de Ieperse klei te bewaren, zodat hij intact blijft voor de komende generaties. Ze liet weten dat ze er vele weken in had meegeleefd. Als Ieperling vond ze het spijtig en gaf ze aan er zelfs emotioneel van te worden. Maar als burgemeester, en in het licht van het algemeen belang, kon ze zich verzoenen met de beslissing.
Volgens haar had het geen zin om andere projecten uit te stellen om de financiering van de burchtmuur mogelijk te maken. Ze wees erop dat de uitdagingen in de stad groot zijn, ook op vlak van erfgoed en toerisme. Daarbij verwees ze naar onder meer de vernieuwing van het In Flanders Fields Museum en de instandhouding van het zichtbaar erfgoed zoals kerkgebouwen.
Heemkring brengt burchtverhaal in detail Wie dieper wil graven in het verhaal van de Ieperse burcht, kan binnenkort terecht bij heemkring Iepers Kwartier. Daar verschijnt binnen enkele weken een uitgebreid artikel van Frederik Vandenbroucke. De bijdrage telt achttien pagina’s, is rijkelijk geïllustreerd en behandelt onder meer de vroege geschiedenis van Ieper, de kroniekschrijvers die over de burcht schreven, het archeologisch vooronderzoek en de eigenlijke opgraving. Ook wordt ingegaan op de merkwaardige vondsten van metaaldetectoristen, de gebruikte dateringsmethodes en de beslissing tot bescherming in situ.
Het nummer kost 8 euro voor niet-abonnees en is te verkrijgen via fred.vandenbroucke@telenet.be of dagbladhandel Depuydt.
Hoewel de muur voorlopig weer onder de Ieperse bodem verdwijnt, leeft het verhaal voort – in publicaties, foto’s en hopelijk binnenkort in het museum.