Archief voor de ‘erfgoed’ Categorie

Voormezele – Een Duitse bunker, Britse loopgraven, een kacheltje uit de Eerste Wereldoorlog en aardewerk uit de middeleeuwen. Archeologen leggen in Voormezele een opmerkelijke mix van historische sporen bloot. Woensdag 16 september kunnen bezoekers de opgravingen tijdens gratis rondleidingen van dichtbij bekijken.

Van middeleeuwse kuil tot Duitse bunker
Op de site langs de Kalleputstraat in Voormezele komen verschillende hoofdstukken uit de geschiedenis letterlijk boven de grond. Archeologen van Monument Vandekerckhove voeren er onderzoek uit in het kader van de aanleg van een nieuwe water- en bufferinstallatie langs de Bollaertbeek.
Het archeologisch onderzoek vormt de laatste fase van een traject dat volgens de Vlaamse regelgeving aan de geplande werken voorafgaat. De verwachtingen waren vooraf al behoorlijk duidelijk. Historische luchtfoto’s en eerder onderzoek wezen erop dat in het gebied resten van Britse loopgraven konden worden aangetroffen.
De werkelijkheid blijkt nog rijker.

Onder de grond komen sporen uit minstens drie historische periodes samen: de middeleeuwen, de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog.

Britse loopgraven later in Duitse handen
De archeologen troffen verschillende structuren uit de Eerste Wereldoorlog aan. Het gaat onder meer om een Britse verbindingsloopgraaf uit 1915 en een gevechtsloopgraaf uit 1916.
Hoewel bepaalde houten structuren sterk zijn aangetast, zijn de wanden met golfplaten nog herkenbaar. De loopgraven maakten aanvankelijk deel uit van de Britse stellingen. Tijdens het Duitse lenteoffensief van 1918 verschoof het front en kwamen delen van de infrastructuur in Duitse handen.
Dat leverde op de site een opmerkelijke combinatie van vondsten op. Naast Britse resten kwamen ook Duitse constructies en voorwerpen aan het licht.

Een kacheltje in een Duitse bunker
Bij de verdere afgraving werden drie Duitse bunkers of structuren vastgesteld die met de loopgraaf verbonden waren. Ze zouden slechts gedurende een relatief korte periode in gebruik zijn geweest, nadat de Duitsers het gebied in 1918 hadden ingenomen.
Een van de opvallendste vondsten is een klein kacheltje.
De archeologen vermoeden dat een van de structuren als commandopost werd gebruikt. De ruimte zou uit twee kamers hebben bestaan. In een van die kamers zijn fragmenten aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een radiostation. Een andere ruimte zou mogelijk als opslagplaats hebben gediend.
Het onderzoek naar de gevechtsloopgraaf bevindt zich nog in een vroege fase. De komende werkzaamheden moeten meer duidelijkheid brengen over de verschillende gebruiksfasen van de loopgraaf. Aan de overzijde van de beek wordt bovendien nog een geschutsopstelling uit het begin van de oorlog verwacht.

Ook sporen uit de Tweede Wereldoorlog
Niet alle vondsten op de site houden rechtstreeks verband met de Eerste Wereldoorlog. De archeologen vonden ook materiaal dat mogelijk uit de Tweede Wereldoorlog dateert.
Zo werd een opvallend goed bewaarde Duitse helm aangetroffen in een ingegraven kuil. Ook een veldfles en een gasmasker kwamen aan het licht.
Over de precieze datering van sommige voorwerpen bestaat nog onzekerheid. Materiaal uit de Eerste Wereldoorlog werd immers later opnieuw gebruikt. De onderzoekers moeten daarom nog verder bepalen uit welke periode de verschillende objecten afkomstig zijn.
In de omgeving zijn daarnaast aanwijzingen voor Duitse militaire activiteit tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zo wordt melding gemaakt van een neergestort Duits vliegtuig en een radiostation. Of en hoe die elementen precies met elkaar samenhangen, moet verder onderzoek uitwijzen.

Middeleeuws verleden komt eveneens boven
De geschiedenis van de site gaat echter veel verder terug dan de wereldoorlogen.
Aan de overzijde van de straat bevond zich de voormalige augustijnenabdij van Voormezele, waarvan de oorsprong teruggaat tot de 11de eeuw. Dat maakt de aanwezigheid van middeleeuwse sporen in het onderzoeksgebied niet geheel onverwacht.
De archeologen vonden onder meer een ontginningskuil en een gracht. Die structuren werden later opgevuld met onder meer keramiek en aardewerk. Daarbij zijn verschillende types aangetroffen, waaronder rood en bruin aardewerk en kogelpotten die in de 12de eeuw kunnen worden gedateerd.
De vondsten tonen daarmee aan dat de omgeving van de huidige Kalleputstraat al eeuwenlang werd gebruikt en veranderd.

Gratis rondleidingen op de archeologische site
Wie de resultaten zelf wil bekijken, kan woensdag 16 september terecht op de opgravingssite in de Kalleputstraat. Monument Vandekerckhove, de provincie West-Vlaanderen en erfgoedwerking CO7 organiseren er gratis rondleidingen.
De archeologen geven daarbij toelichting bij de verschillende vondsten en de historische lagen die tijdens het onderzoek zichtbaar zijn geworden.

Praktisch
Wanneer: woensdag 16 september, vanaf 17 uur
Waar: opgravingsterrein in de Kalleputstraat, Voormezele
Prijs: gratis
Parkeren: in de omliggende straten
Meebrengen: stevige schoenen
Organisatie: Monument Vandekerckhove, Provincie West-Vlaanderen en CO7

Foto Geert Dewaele
Foto Geert Dewaele

Zoals eerder bericht door:
Archeologen vinden sporen uit middeleeuwen en beide wereldoorlogen in Voormezele – VRTNWS (15 september 2026)
Britse loopgraaf werd in 1918 door Duitsers overgenomen, nu wordt ze minutieus blootgelegd in Voormezele – HLN (15 september 2026)
Opgra­vin­gen in Voor­me­ze­le leg­gen Duit­se bun­kers bloot: ​“radio­sta­ti­on en kachel­tje gevonden” – FocusWTV (15 september 2026)

Ken je een nieuwsfeit, initiatief of andere interessante ontwikkeling die we bij Bouwend Ieper kunnen brengen? Laat het ons weten via ‘Contact/Meld ons nieuws’ of stuur je bericht naar Bouwend.Ieper@outlook.be.
Samen houden we Ieper op de hoogte.

Foto Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

Ieper – De Vlaamse overheid trekt 1,13 miljoen euro uit voor de restauratie van vier militaire begraafplaatsen in en rond Ieper. Vooral de omheiningsmuren zijn op verschillende plaatsen in slechte staat. Ook de Commonwealth War Graves Commission draagt financieel bij aan de werken.

Restauratie moet verval tegengaan
Vier militaire begraafplaatsen in de regio Ieper krijgen binnenkort een grondige restauratie. Het gaat om Railway Dugouts Burial Ground en Bedford House Cemetery in Zillebeke, White House Cemetery in Sint-Jan en Belgian Battery Corner Cemetery in Ieper.
De muren rond de begraafplaatsen vormen een belangrijk onderdeel van de geplande werkzaamheden. Op verschillende plaatsen zijn funderingen en voegwerk aangetast en zijn bakstenen en dekstenen beschadigd. De restauratie moet de constructies opnieuw stabiel maken. Beschadigde onderdelen worden vervangen en waar mogelijk worden bestaande materialen opnieuw gebruikt.
De vier locaties zijn beschermde monumenten. Bedford House Cemetery behoort bovendien tot het UNESCO-werelderfgoed. Ook de andere drie begraafplaatsen zijn opgenomen in het beschermde erfgoed.

De investering moet ervoor zorgen dat vier belangrijke oorlogsbegraafplaatsen hun historische en herdenkingsfunctie ook in de toekomst kunnen behouden.

Vlaamse overheid financiert grootste deel
De totale kostprijs van de restauratiewerken wordt geraamd op 1,7 miljoen euro. Vlaanderen neemt daarvan 66 procent voor zijn rekening, goed voor ongeveer 1,13 miljoen euro. De financiering verloopt via het Agentschap Onroerend Erfgoed.
De resterende kosten worden gedragen door de Commonwealth War Graves Commission, de organisatie die verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van Britse en Gemenebestoorlogsbegraafplaatsen.
De Vlaamse overheid koppelt de investering aan het behoud van de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog. Minister Ben Weyts benadrukt daarbij dat militaire begraafplaatsen niet alleen historische plaatsen zijn, maar ook een blijvende herinnering vormen aan het oorlogsleed en aan de vele gesneuvelden die in de regio hun laatste rustplaats kregen.

Ieper als belangrijk oorlogslandschap
De omgeving van Ieper was tijdens de Eerste Wereldoorlog jarenlang een van de zwaarst bevochten frontgebieden. Het front kwam er gedurende lange tijd nauwelijks van zijn plaats.
Soldaten uit verschillende delen van het toenmalige Britse Rijk kwamen er om het leven. Onder meer militairen uit Canada, India, Australië en Nieuw-Zeeland werden in de regio begraven. De militaire begraafplaatsen vormen daardoor vandaag een tastbare getuigenis van de internationale dimensie van de oorlog rond Ieper.
Het onderhoud van die sites gaat dan ook verder dan het herstellen van muren of andere bouwelementen. De staat van de begraafplaatsen bepaalt mee hoe bezoekers de historische plaatsen vandaag kunnen beleven.

Ook lokale erfgoedvereniging reageert positief
De New Ypres League verwelkomt de investering. Pierre Legrand, conflictarcheoloog en lid van de organisatie, ziet in het herstel van de begraafplaatsen ook een mogelijkheid om de boodschap van vrede door te geven aan volgende generaties.
Volgens de League wordt daarnaast, samen met de Commonwealth War Graves Commission, de stad Ieper en het Agentschap Onroerend Erfgoed, gewerkt aan het herstel van demarcatiepalen. Die markeringen maken eveneens deel uit van het historische landschap dat aan de oorlog herinnert.
De restauratie van de vier begraafplaatsen past daarmee in een bredere inspanning om het oorlogserfgoed in en rond Ieper in stand te houden.

White House Cemetery in Sint-Jan – © Geert Dewaele
Zoals eerder bericht door:
Vlaanderen trekt 1,1 miljoen euro uit voor restauratie van 4 oorlogsbegraafplaatsen in Ieper – VRT NWS (4 augustus 2026)
Vlaanderen investeert meer dan een miljoen in muren van oorlogskerkhoven: “Ze dreigen instabiel te worden”– Nieuwsblad (4 augustus 2026)
White House Cemetery in Sint-Jan – © Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

© Geert Dewaele

Ieper – Eeuwenlang speelde zich in Sint-Jan bij Ieper een opmerkelijk hoofdstuk uit de Vlaamse geschiedenis af. Op de plek waar ooit een belangrijke leprozerie stond, brengt een nieuw kunstwerk samen met een audiotour dat bijna vergeten verleden opnieuw onder de aandacht van bezoekers.

Een van de belangrijkste leprozerieën van Vlaanderen
Lang voordat Sint-Jan uitgroeide tot de huidige deelgemeente van Ieper, bevond zich er een gespecialiseerde opvangsite voor mensen met lepra. De instelling, bekend als Hooge Siecken, maakte deel uit van een netwerk van leprozerieën waar zieken werden verzorgd en ondergebracht in een afzonderlijke gemeenschap.
Historisch onderzoek toont aan dat de site uitgroeide tot een van de drie belangrijkste leprozerieën binnen het toenmalige graafschap Vlaanderen, naast gelijkaardige instellingen in Brugge en Gent. De ligging langs een belangrijke verbindingsweg speelde daarbij vermoedelijk een belangrijke rol.

Archeologische ontdekking werpt nieuw licht op het verleden
De verdwenen erfgoedsite kwam opnieuw onder de aandacht tijdens archeologische opgravingen in 2019 en 2020. Onderzoekers legden delen van het voormalige domein bloot, waaronder een begraafplaats waar 154 skeletten werden aangetroffen.
De opgravingen leverden nieuwe inzichten op in het dagelijkse leven binnen de gemeenschap van leprapatiënten. Daarnaast konden onderzoekers meer te weten komen over de organisatie en de betekenis van de site binnen middeleeuws Vlaanderen.

Een archeologische vondst van 154 skeletten maakte van Sint-Jan opnieuw een belangrijke erfgoedlocatie.

Landmark brengt verdwenen geschiedenis terug in het landschap
Omdat de oorspronkelijke gebouwen al eeuwen verdwenen zijn en vandaag nauwelijks nog zichtbare sporen resten, besloot Stad Ieper het verleden opnieuw zichtbaar te maken in het landschap.
Na een ontwerpwedstrijd met 26 inzendingen kregen inwoners van Sint-Jan inspraak bij de keuze van het uiteindelijke ontwerp. Hun voorkeur ging naar een voorstel van kunstenaar Leonardo Versele.
Het resultaat is de monumentale installatie Poort Hooge Siecken, opgebouwd uit zeven doorgangen die samen een hoogte van ongeveer elf meter bereiken. Voor de constructie werd onder meer gebruikgemaakt van bakstenen die verwijzen naar de karakteristieke gele baksteen uit de streek, gecombineerd met een arduinen basis.
Volgens de toelichting bij het project verwijst het kunstwerk naar solidariteit en gemeenschapszin, waarden die een belangrijke rol speelden binnen de historische leprozerie. De zeven doorgangen vormen daarbij een symbolische tegenhanger van de toegangspoort waarlangs bewoners van de instelling vroeger het domein betraden.

Verhalenwandeling laat bezoekers kennismaken met het verleden
Naast het kunstwerk werd ook een audiotour ontwikkeld. Via veertien korte luisterfragmenten krijgen bezoekers meer inzicht in het leven op en rond de voormalige leprozerie.
De verhalen worden verteld vanuit verschillende perspectieven uit het landschap, zoals de aarde, bomen, het gras en het water. Voor de stemopnames werkte de stad samen met leerlingen van de Academie.
De audiotour maakt deel uit van een bredere erfgoedbeleving die bezoekers uitnodigt om de geschiedenis van de plek op eigen tempo te ontdekken.

Onderdeel van de verdere ontwikkeling van het Ypermanpark
De voormalige leprozerie ligt binnen het gebied van het toekomstige Ypermanpark, dat de voorbije jaren stap voor stap werd uitgebouwd. Eerder kregen onder meer een voedselbos en een erfgoedboomgaard een plaats in het park.
Met het nieuwe kunstwerk en de audiotour krijgt ook het historische verhaal van Hooge Siecken opnieuw een zichtbare plaats in de omgeving. De projecten kwamen tot stand met steun van het Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed en verschillende erfgoedpartners.
Volgens de Vlaamse overheid draagt het initiatief bij aan het zichtbaar maken van erfgoed dat in het landschap verdwenen is, maar historisch van grote betekenis blijft voor de regio.

Zoals eerder bericht door:
Ieper maakt middeleeuwse leprozerie Hooge Siecken zichtbaar met monument en audiotour – vrtnws (23 juni 2026)
Landmark maakt middeleeuws centrum voor melaatsen zichtbaar in stadspark: “Het verwijst naar de solidariteit van toen” – Nieuwsblad (23 juni 2026)
Op plek waar 154 skeletten van leprapatiënten werden gevonden, verrijst monument van 11 meter hoog: “Hun verhaal mag niet vergeten worden”– HLN (24 juni 2026)
© Geert Dewaele
© Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

Ieper – De restauratie van de Ieperse Lakenhallen heeft een symbolisch einde bereikt. Drie vergulde beelden zijn opnieuw op hun historische plaats gezet, waarmee een restauratietraject van bijna zes jaar definitief wordt afgerond.

Restauratie bereikt symbolisch eindpunt
Met de terugplaatsing van de stadsnar, de heraut en reus Goliath is de restauratie van de Lakenhallen volledig voltooid. De drie vergulde beelden werden met een kraan opnieuw op het dak van het monument geplaatst, nadat ze de voorbije maanden van dichtbij konden worden bewonderd tijdens de feestelijke heropening van het gebouw.
Volgens het stadsbestuur vormde de hijsoperatie het symbolische sluitstuk van een omvangrijk restauratieproject dat meerdere jaren in beslag nam.

Verguld koper met een lange toekomst
De drie vergulde beelden lijken massief goud, maar zijn vervaardigd uit rood koper en afgewerkt met een vergulding. Tijdens de restauratie werden ze volledig opgeknapt, zodat ze opnieuw tientallen jaren bestand zijn tegen weer en wind.
De beelden staan opnieuw op de historische hoeken van de Lakenhallen, aan het Nieuwerck, de Boterstraat en de Leet. Bij de restauratie werd ook de positie van de trompet van de heraut opnieuw gecorrigeerd, nadat die sinds een eerdere herplaatsing in de jaren tachtig niet meer volledig overeenkwam met de oorspronkelijke uitvoering.

Met de terugplaatsing van de stadsnar, de heraut en reus Goliath is de restauratie van de Lakenhallen na bijna zes jaar volledig afgerond.

Waarom de beelden langer beneden bleven
De beelden werden niet onmiddellijk na de restauratie terug op het dak geplaatst. Bezoekers kregen tijdens het openingsweekend van de vernieuwde Lakenhallen eerst de gelegenheid om ze van dichtbij te bekijken.
Daarnaast werd onder meer van de stadsnar een driedimensionale scan gemaakt. Die digitale versie diende als basis voor de kleurrijke narren die tijdelijk de nissen van de Lakenhallen sierden tijdens de feestelijke inhuldiging.

Meer vergulde blikvangers op het monument
De drie vergulde beelden maken deel uit van een grotere verzameling vergulde ornamenten op de Lakenhallen. Boven op het belfort staat de draak Margriet, terwijl daaronder ook acht vergulde arenden zichtbaar zijn.
De restauratie heeft volgens de stad niet alleen het gebouw nieuw leven ingeblazen, maar ook de belangstelling voor het erfgoed vergroot. De voorbije jaren verschenen verschillende publicaties over onder meer de stadsnar, Goliath en Margriet. De draak kreeg bovendien pas enkele jaren geleden officieel een naam en groeide intussen uit tot een herkenbaar symbool van de stad.

Kunstproject zichtbaar in het straatbeeld
Wie aandachtig rond de Lakenhallen wandelt, merkt mogelijk ook een opvallende metalen constructie op aan de hoek van de Neermarkt en de Coomansstraat. Die maakt deel uit van een kunstproject van de Palestijnse kunstenaar Ismail Matar, die als artist in residence verbonden is aan het In Flanders Fields Museum.

De installatie onderzoekt het thema ontheemding en legt verbanden tussen historische en hedendaagse conflicten. Fragmenten van het kunstwerk zijn verspreid over de stad te zien, terwijl de volledige installatie deel uitmaakt van de museumwerking.

Kunstproject aan de hoek van de Neermarkt en de Coomansstraat – © Geert Dewaele
De heraut – © Geert Dewaele
Reus Goliath – © Geert Dewaele
Lees ook:
Kleurrijke narren verdwijnen uit gevel van Lakenhallen, maar stad voorziet nieuwe toekomst voor beelden – 28/04/2026
Drie historische vrouwen vereeuwigd op gevel van de Lakenhallen in Ieper – 27/03/2026
Kleurrijke narren sieren gevel van Lakenhallen in Ieper – 17/03/2026
Restauratie Lakenhallen in Ieper loopt 6 miljoen euro hoger op: feestelijke heropening gepland in maart
– 17/02/2026
Zoals eerder bericht door:
Na maanden op de begane grond keren stadsnar, heraut en reus Goliath terug naar hun plek op de Lakenhallen: “We zullen onze gasten missen” – HLN (18 juni 2026)
Topkronen blinken weer op Lakenhallen: “Schitterend sluitstuk van jarenlange restauratie” – Nieuwsblad (18 juni 2026)
De stadsnar – © Geert Dewaele
De heraut – © Geert Dewaele
Reus Goliath – © Geert Dewaele
Reus Goliath en de heraut – © Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

© Geert Dewaele
,

Ieper – Na jaren van leegstand lijkt er opnieuw beweging te komen rond het Sint-Jansgodshuis in Ieper. Tijdens de gemeenteraad raakte bekend dat sociale huisvestingsmaatschappij Ons Onderdak interesse heeft om de volledige site aan te kopen. Daarmee komt mogelijk een nieuwe toekomst in zicht voor een van de meest historische locaties van de stad.

Toekomst van site opnieuw op tafel
De toekomst van het Sint-Jansgodshuis kwam opnieuw ter sprake tijdens de gemeenteraad. Fractieleider Valentijn Despeghel (Vooruit) vestigde daarbij de aandacht op de langdurige leegstand van zowel het historische Sint-Jansgodshuis als verschillende aanpalende woningen op de site.
Het complex in de Ieperleestraat staat al geruime tijd grotendeels leeg en er waren de voorbije jaren verschillende ideeën voor een nieuwe invulling, maar geen daarvan werd gerealiseerd.
Volgens de toelichting tijdens de gemeenteraad bevat de site niet alleen het historische godshuisgebouw, maar ook verschillende woningen. Een deel van die woningen voldoet niet langer aan de huidige normen en staat leeg.
Eerdere plannen voor de locatie verdwenen intussen van tafel. Zo werd een project met modulaire woonunits voor thuis- en dakloze mensen uiteindelijk elders ondergebracht. Ook de piste om op de site een nieuw dienstencentrum te ontwikkelen werd verlaten nadat gekozen werd voor een andere locatie binnen de stad.

Interesse van Ons Onderdak
Tijdens de bespreking maakte het stadsbestuur bekend dat recent een officiële waardebepaling werd uitgevoerd voor de volledige site, inclusief de woningen. De marktwaarde werd daarbij vastgesteld op 1,38 miljoen euro. Bij een vrijwillige openbare verkoop wordt de waarde geraamd op 1,185 miljoen euro.
Volgens schepen Emmily Talpe gaat de interesse uit van sociale huisvestingsmaatschappij Ons Onderdak. Het stadsbestuur wil die piste verder onderzoeken. Een eventuele verkoop zou volgens het stadsbestuur perspectief bieden op een duurzame herbestemming van de site.

Na jaren van onzekerheid lijkt voor het Sint-Jansgodshuis opnieuw een concrete toekomst in beeld te komen.

Historische locatie met rijke voorgeschiedenis
Het Sint-Jansgodshuis behoort tot de oudste en meest opmerkelijke historische gebouwen van Ieper. De oorsprong ligt in de armenzorg, waarbij religieuze gemeenschappen instonden voor opvang en verzorging van behoeftigen.
Het huidige gebouw dateert uit 1555 en vertoont architecturale kenmerken uit de overgangsperiode tussen gotiek en renaissance.
Doorheen de eeuwen kreeg het complex uiteenlopende functies. Rond 1800 werd het gebruikt als krijgshospitaal. Vanaf 1801 deed het dienst als bejaardentehuis onder beheer van de toenmalige Burgerlijke Godshuizen.
Het gebouw heeft ook een bijzondere plaats in de geschiedenis van Ieper. Het behoort tot de beperkte groep gebouwen die de verwoestingen van de Eerste Wereldoorlog hebben doorstaan.
Meer recent huisvestte het Sint-Jansgodshuis jarenlang het Stedelijk Museum van Ieper. Na het vertrek van het museum eind 2017 kende de site nog tijdelijke culturele invullingen, maar sindsdien bleef een structurele bestemming uit.

Beslissende maanden in aantocht
Of de verkoop daadwerkelijk doorgaat, moet de komende periode blijken. Vast staat dat de interesse van een sociale woonmaatschappij voor het eerst in jaren opnieuw een concreet perspectief biedt voor een site die lange tijd zonder duidelijke bestemming bleef.
Voor het historische Sint-Jansgodshuis kunnen de komende maanden dan ook bepalend worden voor de verdere toekomst van het gebouw en de omliggende site.

© Geert Dewaele
Zoals eerder bericht door:
Ons Onderdak toont interesse in Sint-Jansgodshuis: “Waardevolle toekomst als verkoop doorgaat” – KW.be (2 juni 2026)
Overleefde WO I, maar staat al jaren leeg: krijgt het Sint-Jansgodshuis in Ieper straks invulling als woonproject? – HLN.be (3 juni 2026)
© Geert Dewaele
© Geert Dewaele
© Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

Ieper – In de Weverijstraat brengt de sloop van een oude woning meer aan het licht dan verwacht. Archeologen stoten er op een ijskelder én sporen van middeleeuwse bewoning. De vondsten tonen hoe deze plek evolueerde van stadsrand tot onderdeel van de historische kern.

Van neoclassicistische woning naar bouwproject
Op nummer 64 in de Weverijstraat stond tot voor kort een woning die vermoedelijk dateerde uit 1924. Volgens informatie van Onroerend Erfgoed ging het om een dubbelhuis met drie traveeën en twee bouwlagen onder een zadeldak, met een neoclassicistische inslag en het typische gebruik van afwisselend rode en gele baksteen.
Het gebouw werd inmiddels gesloopt. De woning verkeerde in een te slechte staat om te behouden, al is het de bedoeling om op dezelfde plek een nieuwe vakantiewoning op te trekken, met een gelijkaardig uitzicht als het oorspronkelijke pand.

Archeologisch onderzoek geen toeval
Voor de start van de bouwwerken wordt het terrein eerst grondig onderzocht. De locatie ligt binnen de vastgestelde archeologische zone van de historische stadskern van Ieper, waar archeologische resten vaker voorkomen.
Eerder onderzoek bevestigde dat vermoeden. In 2023 werd een bureauonderzoek uitgevoerd, gevolgd door een proefputtenonderzoek in november 2025. Daarbij werden al duidelijke sporen van bewoning aangetroffen, wat aanleiding gaf tot een uitgebreider archeologisch vervolgonderzoek.

Sporen van bewoning uit de 13de tot 15de eeuw
De eerste resultaten tonen aan dat deze plek al in de late middeleeuwen bewoond was. Archeologen vonden onder meer middeleeuwse scherven en botresten, maar ook duidelijke structuren zoals muurwerk, een brandlaag, kuilen en een mogelijke waterhoudende structuur.
Op basis van die vondsten wordt aangenomen dat hier in de middeleeuwen kleine huisjes stonden. De combinatie van sporen wijst op effectieve bewoning tussen de 13de en 15de eeuw. Opvallend is dat latere bebouwing deze oudere resten slechts beperkt heeft verstoord.
Historisch gezien lag deze zone in de Onze-Lieve-Vrouw-ten-Brielenparochie. Die werd eind 12de eeuw voor het eerst vermeld en bevond zich aanvankelijk buiten de stad. Na de aanleg van de vesten in de 13de eeuw werd het gebied buitengebied, om later in de 14de eeuw alsnog binnen de ruimere stadsomwalling van Ieper te worden opgenomen.

IJskelder langs de Ieperlee
Naast de middeleeuwse resten wordt momenteel ook een bijna volledige ijskelder blootgelegd. De constructie bevindt zich op de plaats waar de Ieperlee passeert.
Volgens beschikbare gegevens gaat het vermoedelijk om het tweede exemplaar op deze locatie. Aan de andere kant van de Ieperlee zou zich immers nog een gelijkaardige ijskelder hebben bevonden.
Dergelijke constructies worden vaak gelinkt aan opslag van ijs en voedsel, en hun aanwezigheid kan wijzen op economische activiteiten in de omgeving. In dit geval wordt ook de mogelijkheid genoemd dat er vroeger een brouwerij in de buurt actief was, al blijft dat voorlopig een hypothese.
De ijskelder zelf wordt mogelijk gedateerd in de periode van het Hollands bewind (1815-1830), toen de stad verder werd versterkt.

Opgraving noodzakelijk vóór nieuwe bouw
De geplande vakantiewoning zal grotendeels onderkelderd worden, met graafwerken tot meer dan drie meter diep. Omdat het eerste archeologische niveau zich al op ongeveer 60 à 70 centimeter onder het maaiveld bevindt, dreigen de resten zonder ingreep verloren te gaan.
Daarom wordt het terrein eerst systematisch opgegraven. Archeologen beschouwen de site als waardevol, met potentieel om nieuwe inzichten te bieden in de ontwikkeling van Ieper, het dagelijks leven in de middeleeuwen en de evolutie van deze stadsrand.

Werken lokken nieuwsgierige blikken
De opgravingen trekken intussen heel wat aandacht van voorbijgangers. De combinatie van zichtbare structuren en historische vondsten maakt de site tot een opvallende plek in het straatbeeld.
Wat begon als een sloopproject, groeit zo uit tot een moment waarop verschillende lagen van de stadsgeschiedenis opnieuw zichtbaar worden.

© Geert Dewaele
Bron:
Middeleeuwse scherven, botresten en ijskelder ontdekt op plek waar woning tegen de vlakte ging – HLN (30 april 2026)

Onroerend Erfgoed
© Geert Dewaele
© Geert Dewaele
Juli 2026 – © Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

© De Pondfarm
,

Ieper/Langemark – Het monumentale kunstwerk The Hauntings, dat de voorbije maanden aan de Menenpoort in Ieper stond, heeft onverwacht een nieuwe tussenstop gekregen. In plaats van meteen terug te keren naar het Verenigd Koninkrijk, verhuisde het indrukwekkende beeld naar een privéhoeve in Langemark-Poelkapelle, midden in historisch frontgebied uit de Eerste Wereldoorlog.

Van Menenpoort naar het platteland
Het imposante beeld The Hauntings kreeg na zijn verblijf aan de Menenpoort in Ieper een nieuwe tijdelijke locatie. Sinds kort staat het kunstwerk opgesteld op hoeve Pondfarm, een landelijke site nabij Sint-Juliaan in Langemark-Poelkapelle.
Het zes en een halve meter hoge beeld stelt een soldaat voor en werd vervaardigd uit gerecycleerd metaal. Het werk is een creatie van de Britse kunstenares Jo Oliver en maakt deel uit van een bredere herdenkingscontext rond de Eerste Wereldoorlog.
Aanvankelijk was het de bedoeling dat het beeld na Ieper terug naar het Verenigd Koninkrijk zou vertrekken. Volgens betrokkenen werd dat plan aangepast. De nieuwe opstelling in Langemark wordt gezien als een tijdelijke halte, mogelijk gevolgd door een volgende verplaatsing richting Frankrijk.

Symbolische locatie midden het voormalige front
De keuze voor Pondfarm gebeurde niet toevallig. Volgens de initiatiefnemers wilden de kunstenaars het werk plaatsen op een historisch beladen plek die rechtstreeks verbonden is met het oorlogsverleden.
De hoeve bevindt zich in het voormalige frontgebied tussen Ieper en Passendale. Het beeld staat er opgesteld met het gezicht gericht naar Passendale, een verwijzing naar een van de bekendste slagvelden uit de Eerste Wereldoorlog.
Daarnaast werd het beeld bewust naast een tank geplaatst, om het geheel toegankelijk te maken voor bezoekers die het kunstwerk alsnog willen bekijken na de passage in Ieper.

Privécollectie met sporen van de oorlog
Pondfarm zelf heeft een sterke band met de oorlogsgeschiedenis. Op het terrein bevindt zich een privécollectie met talrijke objecten uit de Eerste Wereldoorlog.
De eigenaar verzamelt volgens eigen zeggen al ongeveer een kwart eeuw oorlogsrelicten. Veel van die stukken werden op het terrein zelf aangetroffen, onder meer tijdens landbouwactiviteiten zoals ploegen.
Historisch onderzoek toont aan dat rond de hoeve ooit tientallen bunkers stonden. Tijdens de oorlog waren Duitse troepen er langdurig gestationeerd en fungeerde de site als strategisch hoofdkwartier. In totaal werden in de omgeving tientallen bunkers gebouwd, waarvan het merendeel in de jaren zestig werd afgebroken. Vandaag is nog een deel toegankelijk voor bezoekers.

Herkomst van de naam Pondfarm
De benaming Pondfarm verwijst naar een naam die Britse troepen gebruikten nadat zij het gebied hadden heroverd op Duitse eenheden. De codenaam bleef nadien behouden en groeide uit tot de huidige naam van de hoeve.

Bezoek mogelijk, maar beperkt in tijd
Omdat de locatie nog steeds een actieve landbouwsite is, zijn de bezoekmogelijkheden beperkt. Bezoekers kunnen het beeld en de historische bunker dagelijks bekijken binnen een vast tijdsvenster in de vooravond.
Volgens de uitbaters is het de bedoeling om het kunstwerk tijdelijk toegankelijk te houden voor het publiek zolang het op de site aanwezig blijft.

Adres: Roeselarestraat 7
8920 langemark
http://www.tankpoelcapelle.be
http://www.depondfarm.be

Lees ook:
Indrukwekkend oorlogsbeeld neemt afscheid van Ieper na Last Post van 20 april – 17/04/2026
The Hauntings blijft tot 19 april 2026 in Ieper: publiekstrekker krijgt opvallende verlenging – 24/11/2025
Gigantisch beeld ‘The Hauntings’ waakt over Menenpoort: “Een eer om dit werk hier te zien” – 8/10/2025
Bron:
De Jonckheere, B. ( 23 April 2026). Opmerkelijk: reuzenbeeld “The Hauntings” verhuist van Menenpoort naar privéhoeve in Langemark-Poelkapelle: ‘Een pitstop midden het front’ | VRT NWS Nieuws. VRTNWS.

De Pondfarm
© De Pondfarm

💬 Reageer hieronder

,

Ieper – De gevel van de Lakenhallen kreeg er drie nieuwe stenen vrouwenhoofden bij. De beelden eren historische figuren die een belangrijke rol speelden in het onderwijs, de kunst en de fotografie. De toevoeging vormt het symbolische sluitstuk van de recente restauratiewerken aan het iconische gebouw.

Nieuwe gezichten op historische gevel
Tijdens restauratiewerken aan de Lakenhallen bleek dat zes oorspronkelijke gevelkopjes onherkenbaar beschadigd waren geraakt. Dat bood volgens het stadsbestuur en het Yper Museum een kans om nieuwe, inhoudelijk betekenisvolle figuren toe te voegen.
Schepen Emmily Talpe gaf aan dat het museum dit moment beschouwde als een gelegenheid om de gevel een uitgesproken lokaal karakter te geven. Volgens haar werden eerder al drie beschadigde kopjes vervangen door kattenkopjes, ontworpen door Ieperse kunstenaars en geselecteerd door een jury. Met de nieuwste toevoeging wilde de stad ook historische vrouwen zichtbaar maken in het straatbeeld.

Volgens Talpe wilde men daarmee tonen dat Ieper niet alleen bekendstaat als kattenstad, maar dat vrouwen historisch eveneens een belangrijke rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van de stad.

Drie vrouwen met blijvende invloed
De drie nieuwe beelden verwijzen naar vrouwen die elk op hun manier bijdroegen aan het sociale en culturele leven in Ieper.

Onderwijs: Clara Francisca van Zuytpeene Lamotte
Clara Francisca van Zuytpeene Lamotte (1726–1772) gaf onderwijs in haar woning op de Kiekenmarkt. Haar initiatief groeide uit tot een armenschool, die later verhuisde naar de Rijselstraat. Op die locatie bevindt zich vandaag het Technisch Instituut Immaculata.
Tijdens de plechtigheid was een delegatie van de school aanwezig. Geschiedenislerares Miriam Vandenberghe verklaarde dat Lamotte volgens haar een vooruitstrevende vrouw was die in 1752 een meisjesschool oprichtte voor arme kinderen, wat in die periode volgens haar uitzonderlijk was. Ze stelde dat dit initiatief meisjes uit de stad betere kansen gaf om zich te ontwikkelen.

Centraal Clara Van Zuytpeene Lamotte – © Geert Dewaele

Kunst: Louise De Hem
Louise De Hem (1866–1922) geldt als een van de bekendste kunstenaars uit Ieper. Haar schilderijen bereikten een internationaal publiek, met tentoonstellingen in onder meer Londen, Parijs en Chicago.
Door haar opname in de gevel krijgt ook de artistieke traditie van de stad een zichtbare plaats in het historische monument.

Fotografie: Léontine Permeke
Léontine Permeke (1858–1923) was actief als fotografe in Ieper en maakte vooral portretten van individuen en groepen. Haar zonen Maurice en Robert sloten zich later aan bij haar zaak.
Maurice Permeke verwierf bekendheid met bekroonde foto’s van zijn geboortestad, terwijl Robert Permeke internationaal aandacht kreeg met beelden van de verwoesting van Ieper tijdens de Eerste Wereldoorlog, waaronder foto’s van de brandende Lakenhallen.

Artistieke uitwerking en restauratie
De stenen hoofden zijn gebaseerd op portretten van kunstenares Nadine van Imschoot, leerkracht beeldende kunst aan de Ieperse kunstacademie en actief als zelfstandig kunstenaar. Zij maakte de ontwerpen die als basis dienden voor de uiteindelijke stenen sculpturen.
Van Imschoot gaf aan dat zij het belangrijk vond om historische vrouwen zichtbaarheid te geven en beschouwde haar bijdrage als een manier om aandacht te vestigen op hun rol in de geschiedenis.
Volgens restauratiearchitect Mieke Goegebuer vormt de plaatsing van de drie beelden het afrondende moment van de restauratie van de Lakenhallen. Ze omschreef de toevoeging als bijzonder omdat het om een nieuwe historische laag gaat in een bestaand monument.

Symbolische afronding van restauratie
Met de toevoeging van drie vrouwenhoofden krijgt de gevel niet alleen een vernieuwd uiterlijk, maar ook een bredere historische betekenis. De combinatie van eerdere kattenkopjes en nieuwe vrouwenportretten toont hoe hedendaagse keuzes historische gebouwen kunnen verrijken zonder hun erfgoedwaarde uit het oog te verliezen.
De onthulling wordt daarom beschouwd als een symbolisch slotstuk van een restauratieproces dat zowel herstel als vernieuwing omvatte.

© Geert Dewaele
© Geert Dewaele
Eerder beschadigde kopjes werden vervangen door kattenkopjes – © Geert Dewaele
© Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

Bron:
Struyve, S. (26 maart 2026). 3 belangrijke Ieperse vrouwen krijgen beeldje van hun hoofd op gevel Lakenhallen | VRT NWS Nieuws. VRTNWS. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/03/26/3-belangrijke-ieperse-vrouwen-krijgen-beeldje-van-hun-hoofd-op-g/
Lees ook:
Kleurrijke narren sieren gevel van Lakenhallen in Ieper – 17/03/2026
Museumcafé heropent terras tussen Lakenhallen, stad bekijkt glazen dak maar houdt hand op de knip – 5/3/2026
Restauratie Lakenhallen in Ieper loopt 6 miljoen euro hoger op: feestelijke heropening gepland in maart – 17/02/2026