Post Tagged ‘Ieperlee’

Ieper – In de Weverijstraat brengt de sloop van een oude woning meer aan het licht dan verwacht. Archeologen stoten er op een ijskelder én sporen van middeleeuwse bewoning. De vondsten tonen hoe deze plek evolueerde van stadsrand tot onderdeel van de historische kern.

Van neoclassicistische woning naar bouwproject
Op nummer 64 in de Weverijstraat stond tot voor kort een woning die vermoedelijk dateerde uit 1924. Volgens informatie van Onroerend Erfgoed ging het om een dubbelhuis met drie traveeën en twee bouwlagen onder een zadeldak, met een neoclassicistische inslag en het typische gebruik van afwisselend rode en gele baksteen.
Het gebouw werd inmiddels gesloopt. De woning verkeerde in een te slechte staat om te behouden, al is het de bedoeling om op dezelfde plek een nieuwe vakantiewoning op te trekken, met een gelijkaardig uitzicht als het oorspronkelijke pand.

Archeologisch onderzoek geen toeval
Voor de start van de bouwwerken wordt het terrein eerst grondig onderzocht. De locatie ligt binnen de vastgestelde archeologische zone van de historische stadskern van Ieper, waar archeologische resten vaker voorkomen.
Eerder onderzoek bevestigde dat vermoeden. In 2023 werd een bureauonderzoek uitgevoerd, gevolgd door een proefputtenonderzoek in november 2025. Daarbij werden al duidelijke sporen van bewoning aangetroffen, wat aanleiding gaf tot een uitgebreider archeologisch vervolgonderzoek.

Sporen van bewoning uit de 13de tot 15de eeuw
De eerste resultaten tonen aan dat deze plek al in de late middeleeuwen bewoond was. Archeologen vonden onder meer middeleeuwse scherven en botresten, maar ook duidelijke structuren zoals muurwerk, een brandlaag, kuilen en een mogelijke waterhoudende structuur.
Op basis van die vondsten wordt aangenomen dat hier in de middeleeuwen kleine huisjes stonden. De combinatie van sporen wijst op effectieve bewoning tussen de 13de en 15de eeuw. Opvallend is dat latere bebouwing deze oudere resten slechts beperkt heeft verstoord.
Historisch gezien lag deze zone in de Onze-Lieve-Vrouw-ten-Brielenparochie. Die werd eind 12de eeuw voor het eerst vermeld en bevond zich aanvankelijk buiten de stad. Na de aanleg van de vesten in de 13de eeuw werd het gebied buitengebied, om later in de 14de eeuw alsnog binnen de ruimere stadsomwalling van Ieper te worden opgenomen.

IJskelder langs de Ieperlee
Naast de middeleeuwse resten wordt momenteel ook een bijna volledige ijskelder blootgelegd. De constructie bevindt zich op de plaats waar de Ieperlee passeert.
Volgens beschikbare gegevens gaat het vermoedelijk om het tweede exemplaar op deze locatie. Aan de andere kant van de Ieperlee zou zich immers nog een gelijkaardige ijskelder hebben bevonden.
Dergelijke constructies worden vaak gelinkt aan opslag van ijs en voedsel, en hun aanwezigheid kan wijzen op economische activiteiten in de omgeving. In dit geval wordt ook de mogelijkheid genoemd dat er vroeger een brouwerij in de buurt actief was, al blijft dat voorlopig een hypothese.
De ijskelder zelf wordt mogelijk gedateerd in de periode van het Hollands bewind (1815-1830), toen de stad verder werd versterkt.

Opgraving noodzakelijk vóór nieuwe bouw
De geplande vakantiewoning zal grotendeels onderkelderd worden, met graafwerken tot meer dan drie meter diep. Omdat het eerste archeologische niveau zich al op ongeveer 60 à 70 centimeter onder het maaiveld bevindt, dreigen de resten zonder ingreep verloren te gaan.
Daarom wordt het terrein eerst systematisch opgegraven. Archeologen beschouwen de site als waardevol, met potentieel om nieuwe inzichten te bieden in de ontwikkeling van Ieper, het dagelijks leven in de middeleeuwen en de evolutie van deze stadsrand.

Werken lokken nieuwsgierige blikken
De opgravingen trekken intussen heel wat aandacht van voorbijgangers. De combinatie van zichtbare structuren en historische vondsten maakt de site tot een opvallende plek in het straatbeeld.
Wat begon als een sloopproject, groeit zo uit tot een moment waarop verschillende lagen van de stadsgeschiedenis opnieuw zichtbaar worden.

© Geert Dewaele
Bron:
Middeleeuwse scherven, botresten en ijskelder ontdekt op plek waar woning tegen de vlakte ging – HLN (30 april 2026)

Onroerend Erfgoed
© Geert Dewaele
© Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

,

Metingen in vier West-Vlaamse waterproductiecentra tonen verhoogde concentraties van 1,2,4-triazool in het drinkwater. Onderzoek van Vito wijst industriële lozingen aan als belangrijkste oorzaak, vooral via de Ieperlee. Landbouw en farmaceutische bronnen spelen een kleinere, maar meetbare rol.

Industriële lozingen als dominante factor
Uit een uitgebreid bronnenonderzoek van onderzoeksinstelling Vito blijkt dat vooral industriële lozingen verantwoordelijk zijn voor de verhoogde aanwezigheid van 1,2,4-triazool in het West-Vlaamse drinkwater. Dat afbraakproduct van schimmelbestrijdingsmiddelen wordt sinds begin 2024 in verhoogde concentraties gemeten in vier waterproductiecentra van De Watergroep: De Blankaart (Diksmuide), Dikkebus, Zillebeke en De Gavers.

De Europese drinkwaternorm voor pesticidenresiduen bedraagt 0,1 microgram per liter. In De Blankaart werden in de zomer van 2025 pieken tot 0,7 microgram per liter vastgesteld, zeven keer boven die norm. In de andere centra bleven de waarden dichter bij de grens, met in De Gavers zelfs geen overschrijdingen meer in het afgelopen jaar.

De rol van de Ieperlee
De hoogste concentraties werden gemeten in de Ieperlee, het kanaal dat Ieper met de IJzer verbindt. Daar trof Vito waarden aan tot 9 microgram per liter 1,2,4-triazool. Volgens de onderzoekers is dit waterlichaam de belangrijkste aanvoerroute van de vervuiling richting het waterproductiecentrum De Blankaart.

Lozingen door voedselverwerkende bedrijven en rioolwaterzuiveringsinstallaties leveren daarbij de grootste bijdrage. Bij een van de onderzochte voedingsbedrijven werd in juni een concentratie van 32 microgram per liter vastgesteld in het geloosde water. Het Vito-rapport noemt geen bedrijfsnamen, maar de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) bevestigde tijdens een persbriefing dat het bedrijf IFF België, gelegen aan de Ieperlee, een van de belangrijkste lozingspunten vormt.

De VMM verklaarde daarbij dat “de hoeveelheid die wordt geloosd en de locatie van de lozing maken dat dit zeker een van de belangrijkste bronnen is om te onderzoeken wat eraan kan worden gedaan”, en dat ook andere bedrijven in de regio worden meegenomen in die analyse. Het bedrijf zou volgens de VMM meewerken aan bijkomende maatregelen en mogelijke investeringen om de uitstoot te beperken.

Landbouw en zorginstellingen: secundaire bronnen
Naast de industrie speelt ook de landbouw een rol, zij het in mindere mate. In de productiecentra van Dikkebus en Zillebeke, waar vooral in de zomer lichte overschrijdingen voorkomen, wijst het Vito-onderzoek landbouwactiviteiten aan als belangrijkste lokale bron. Triazolen worden gebruikt in gewasbeschermingsmiddelen voor onder meer aardappelen.

Ook farmaceutische toepassingen dragen beperkt bij. In afvalwater van het Ieperse ziekenhuis Jan Yperman werd een concentratie van 0,2 microgram per liter gemeten.

Gezondheid en beleid
Hoewel de wettelijke norm tijdelijk werd opgetrokken tot 1 microgram per liter – een afwijking die Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (CD&V) voor twee jaar toestond – benadrukt de VMM dat er geen acuut gezondheidsrisico is. De gezondheidskundige advieswaarde ligt immers op 138 microgram per liter.

Intussen werkt de Vlaamse regering aan een Strategisch Drinkwaterplan. Dat plan moet de veiligheid van de drinkwatervoorziening beter waarborgen. Na politieke discussies binnen de meerderheid kondigde de minister aan dat het plan in januari wordt voorgesteld.

💬 Reageer hieronder

Bron:
Bronnenonderzoek bevestigt: West-Vlaams drinkwater vooral vervuild door industriële lozing. (12 januari 2026). Nieuwsblad. https://www.nieuwsblad.be/binnenland/bronnenonderzoek-bevestigt-west-vlaams-drinkwater-vooral-vervuild-door-industriele-lozing/123264309.html
Lees ook bij Bouwend Ieper:
Westhoek kampt met te veel pesticiden in drinkwater: minister Brouns belooft plan, Groen eist verbod – 6/11/2025