Post Tagged ‘Onroerend Erfgoed’

Ieper – Het beschermde Tempeliershuis aan de Rijselstraat 70 in Ieper kan een nieuwe bestemming krijgen als hotel. Eigenaar nv Aedific heeft daarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd. Het plan voorziet tien kamers, een lobby, ontbijtruimte, wellness en verschillende gemeenschappelijke voorzieningen. Het openbaar onderzoek liep tot 17 september.

Van voormalig postkantoor naar hotel
Het opvallende gebouw aan de Rijselstraat 70 staat bij veel Ieperlingen bekend als de oude post. Het pand heeft een lange geschiedenis als postgebouw en is beschermd als monument. Volgens de Inventaris Onroerend Erfgoed werd het gebouw in 1897 door de Staat verworven om er een postkantoor van te maken. Het kreeg later onder meer de namen Tempelierssteen en Hooghuis.
Nu ligt er een concreet plan op tafel om het gebouw een toeristische bestemming te geven. Nv Aedific vraagt een vergunning voor de restauratie en herbestemming tot een hotel met tien kamers.

Het plan combineert een nieuwe hotelbestemming met het behoud van een beschermd Iepers monument.

De aanvraag bevindt zich momenteel in eerste aanleg. In Ieper liep volgens de gegevens uit het Omgevingsloket een openbaar onderzoek van 19 augustus tot en met 17 september 2026. Een definitieve vergunning is er dus nog niet.

Restauratie al gedeeltelijk uitgevoerd
Volgens de aanvraag werd het gebouw in de voorbije jaren stelselmatig aangepakt. In 2017 en 2018 werden de buitenschil, gevels, daken en het buitenschrijnwerk gerestaureerd. Ook aan de binnenzijde zijn restauratiewerken bezig.
De plannen stellen dat die werken gebeuren in overleg met het Agentschap Onroerend Erfgoed. Dat het pand beschermd is als monument, wordt ook bevestigd door de officiële erfgoedinventaris. De bescherming dateert van 11 mei 1983.
De eigenaar onderzocht naar eigen zeggen eerder verschillende mogelijke bestemmingen. Daarbij kwamen onder meer kantoorruimte, een co-workinginvulling, detailhandel, een restaurant en private banking aan bod. Volgens de aanvraag bleek vooral de parkeerproblematiek een belangrijke beperking voor verschillende van die scenario’s.

De huidige aanvraag kiest uiteindelijk voor een hotelfunctie.

Tien kamers verspreid over drie verdiepingen
Het ontwerp voorziet tien hotelkamers. De bestaande indeling en structuur van het monument vormen daarbij het uitgangspunt.
Op het gelijkvloers komt aan de zijde van de huidige kleinere lokalen de toegang tot het hotel. De bestaande gang wordt volgens de plannen ingericht met een receptiebalie. De historische eetkamer met houten lambrisering moet opnieuw dienstdoen als zithoek en bibliotheek.
Een eerste kamer wordt op het gelijkvloers ingericht als aangepaste kamer voor personen met een beperkte mobiliteit.
De voormalige lokettenzaal krijgt een nieuwe gemeenschappelijke functie. De grote ruimte met de kenmerkende daklantaarn wordt volgens de aanvraag ingericht als lobby met bar en ontbijtruimte of restaurant.
Op de eerste verdieping komen drie kamers. Een tweede verdieping biedt plaats aan vier kamers en een linnenkamer. De kamers 6, 7 en 8 krijgen door de grote hoogte een halve mezzanine, waarop de badkamers worden voorzien. Kamers 7 en 8 kunnen door een tussendeur ook als familiekamer worden gebruikt.
Op de derde verdieping komen nog twee kamers. De bestaande dakconstructie met gebogen eiken spanten blijft volgens het ontwerp zichtbaar tot in de nok.
Boven de grote zaal wordt daarnaast een vergaderruimte met sanitair en koffiehoek voorzien.

Ook kelder krijgt nieuwe functies
De kelder wordt niet alleen voor technische functies gebruikt. In het voorste gedeelte is een wellnessruimte gepland.
Volgens het aanvraagdossier gaat het om een ruimte met sauna’s, een koud- en warmwaterbad, twee bierspa’s met afzonderlijke kleedruimtes en douches en een massageruimte.
In het centrale gedeelte komt het sanitair. Achteraan wordt de keuken voorzien, met aansluitingen naar de personeelsruimtes en de binnentuin.
De plannen voorzien verschillende toegangen tot de kelder, waaronder trappen vanuit het gebouw en een buitentrap aan het binnenterras.

Toegankelijkheid blijft een aandachtspunt
De herbestemming brengt ook een aantal beperkingen met zich mee omdat het om een bestaand beschermd gebouw gaat.
De aanvraag voorziet een aangepaste hotelkamer op het gelijkvloers. De receptie en de belangrijkste gemeenschappelijke ruimtes zouden toegankelijk worden gemaakt voor personen met een beperkte mobiliteit.
Voor niveauverschillen worden trapliften voorzien. Ook het aangepaste sanitair in de kelder zou op die manier bereikbaar zijn.
De wellnessruimte zelf blijft volgens het dossier niet rolstoeltoegankelijk.
Voor verschillende onderdelen vraagt de bouwheer een afwijking op de toegankelijkheidsverordening. Het gaat onder meer over de vereiste breedte van bepaalde gangen, de verticale circulatie en de afmetingen van de aangepaste badkamer.
De motivatie daarvoor is telkens dezelfde: het gebouw heeft een historische structuur die volgens de aanvrager niet zonder ingrijpende erfgoedingrepen kan worden aangepast.
Voor de hogere verdiepingen is geen personenlift voorzien. De aanvraag stelt dat daar uitsluitend standaardhotelkamers en een linnenkamer komen en dat de publiek toegankelijke functies op het gelijkvloers worden geconcentreerd.

Beperkte wijzigingen aan het bestaande volume
Aan het gebouwvolume zelf zou volgens de aanvraag weinig veranderen. De bestaande inplanting, voorgevelbreedte en het volume blijven behouden.
Een aantal ingrepen was volgens het dossier al eerder vergund. Het gaat onder meer om bijkomende raamopeningen in de topgevels, een nieuwe deur en een aangepaste deur in de zijgevel van het niet-beschermde bijgebouw en het plaatsen van stalen achterzetramen.
Die achterzetramen moeten volgens de aanvraag het thermisch comfort verbeteren zonder het uitzicht van de historische glas-in-loodramen sterk te wijzigen.
Daarnaast zijn verschillende ingrepen voorzien die verband houden met brandveiligheid.

Vluchtwegen worden aangepast
Om aan de brandveiligheidsvereisten te voldoen, voorziet het ontwerp onder meer een vluchtterras op het platte dak en twee uitklapbare vluchtladders aan de binnenkoer.
Ook enkele ramen in de voorgevel zouden worden aangepast zodat ze als vluchtraam kunnen functioneren. Volgens het dossier bieden de bestaande ramen een vrije doorgangsbreedte van ongeveer 55 tot 57 centimeter, terwijl minstens 60 centimeter nodig is.
De voorgestelde oplossing bestaat erin het vaste deel van bepaalde ramen eveneens opendraaiend te maken. Volgens de aanvraag blijft het uitzicht van de ramen daardoor behouden, terwijl een grotere doorgangsopening ontstaat.
De plannen vermelden dat deze oplossing ter plaatse met de erfgoedconsulent werd besproken.

Erfgoed blijft bepalend voor het ontwerp
Het voormalige postgebouw staat officieel geregistreerd als beschermd monument en als vastgesteld bouwkundig erfgoed. De Inventaris Onroerend Erfgoed omschrijft het als een neogotisch postgebouw met zeven traveeën en drie bouwlagen onder een steil zadeldak.
Het gebouw maakt bovendien deel uit van de UNESCO-bufferzone rond het Belfort en de Lakenhallen, volgens de gegevens in het aanvraagdossier.
De aanvraag stelt dat de geplande hotelinvulling geen negatieve impact zou hebben op de erfgoedwaarden. Dat is echter een onderdeel van de argumentatie van de aanvrager en geen vaststelling dat de vergunning al werd verleend.
De verdere beoordeling gebeurt binnen de lopende vergunningsprocedure. Stad Ieper vermeldt dat bij omgevingsvergunningen onder meer een openbaar onderzoek en adviesronde kunnen plaatsvinden en dat voor lokale projecten het college van burgemeester en schepenen bevoegd is om een beslissing te nemen.

Openbaar onderzoek
Wie opmerkingen of bezwaren over het dossier heeft, kon daarvoor gebruikmaken van de procedure van het openbaar onderzoek. Dat onderzoek liep van 19 augustus tot en met 17 september 2026.
Het dossier gaat daarmee over meer dan alleen een functiewijziging. De plannen combineren de restauratie en herbestemming van een beschermd historisch gebouw met een hotelconcept van tien kamers, gemeenschappelijke ruimtes en een wellness.

Of het Tempeliershuis uiteindelijk effectief als hotel zal openen, hangt af van de verdere beoordeling en de beslissing over de aangevraagde omgevingsvergunning.

Lees ook:
Oude postgebouw in Rijselstraat opent uitzonderlijk de deuren in het weekend van 24 en 25 mei na decennialange leegstand – 15/05/2025
Bron: Omgevingsloket Vlaanderen, dossier betreffende de aangevraagde restauratie en herbestemming van het Tempeliershuis, Rijselstraat 70, Ieper. Raadpleging september 2026.

Ken je een nieuwsfeit, initiatief of andere interessante ontwikkeling die we bij Bouwend Ieper kunnen brengen? Laat het ons weten via ‘Contact/Meld ons nieuws’ of stuur je bericht naar Bouwend.Ieper@outlook.be.
Samen houden we Ieper op de hoogte.

Foto Geert Dewaele
Foto JP Vandepitte
Foto JP Vandepitte

💬 Reageer hieronder

Ieper – De Vlaamse overheid trekt 1,13 miljoen euro uit voor de restauratie van vier militaire begraafplaatsen in en rond Ieper. Vooral de omheiningsmuren zijn op verschillende plaatsen in slechte staat. Ook de Commonwealth War Graves Commission draagt financieel bij aan de werken.

Restauratie moet verval tegengaan
Vier militaire begraafplaatsen in de regio Ieper krijgen binnenkort een grondige restauratie. Het gaat om Railway Dugouts Burial Ground en Bedford House Cemetery in Zillebeke, White House Cemetery in Sint-Jan en Belgian Battery Corner Cemetery in Ieper.
De muren rond de begraafplaatsen vormen een belangrijk onderdeel van de geplande werkzaamheden. Op verschillende plaatsen zijn funderingen en voegwerk aangetast en zijn bakstenen en dekstenen beschadigd. De restauratie moet de constructies opnieuw stabiel maken. Beschadigde onderdelen worden vervangen en waar mogelijk worden bestaande materialen opnieuw gebruikt.
De vier locaties zijn beschermde monumenten. Bedford House Cemetery behoort bovendien tot het UNESCO-werelderfgoed. Ook de andere drie begraafplaatsen zijn opgenomen in het beschermde erfgoed.

De investering moet ervoor zorgen dat vier belangrijke oorlogsbegraafplaatsen hun historische en herdenkingsfunctie ook in de toekomst kunnen behouden.

Vlaamse overheid financiert grootste deel
De totale kostprijs van de restauratiewerken wordt geraamd op 1,7 miljoen euro. Vlaanderen neemt daarvan 66 procent voor zijn rekening, goed voor ongeveer 1,13 miljoen euro. De financiering verloopt via het Agentschap Onroerend Erfgoed.
De resterende kosten worden gedragen door de Commonwealth War Graves Commission, de organisatie die verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van Britse en Gemenebestoorlogsbegraafplaatsen.
De Vlaamse overheid koppelt de investering aan het behoud van de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog. Minister Ben Weyts benadrukt daarbij dat militaire begraafplaatsen niet alleen historische plaatsen zijn, maar ook een blijvende herinnering vormen aan het oorlogsleed en aan de vele gesneuvelden die in de regio hun laatste rustplaats kregen.

Ieper als belangrijk oorlogslandschap
De omgeving van Ieper was tijdens de Eerste Wereldoorlog jarenlang een van de zwaarst bevochten frontgebieden. Het front kwam er gedurende lange tijd nauwelijks van zijn plaats.
Soldaten uit verschillende delen van het toenmalige Britse Rijk kwamen er om het leven. Onder meer militairen uit Canada, India, Australië en Nieuw-Zeeland werden in de regio begraven. De militaire begraafplaatsen vormen daardoor vandaag een tastbare getuigenis van de internationale dimensie van de oorlog rond Ieper.
Het onderhoud van die sites gaat dan ook verder dan het herstellen van muren of andere bouwelementen. De staat van de begraafplaatsen bepaalt mee hoe bezoekers de historische plaatsen vandaag kunnen beleven.

Ook lokale erfgoedvereniging reageert positief
De New Ypres League verwelkomt de investering. Pierre Legrand, conflictarcheoloog en lid van de organisatie, ziet in het herstel van de begraafplaatsen ook een mogelijkheid om de boodschap van vrede door te geven aan volgende generaties.
Volgens de League wordt daarnaast, samen met de Commonwealth War Graves Commission, de stad Ieper en het Agentschap Onroerend Erfgoed, gewerkt aan het herstel van demarcatiepalen. Die markeringen maken eveneens deel uit van het historische landschap dat aan de oorlog herinnert.
De restauratie van de vier begraafplaatsen past daarmee in een bredere inspanning om het oorlogserfgoed in en rond Ieper in stand te houden.

White House Cemetery in Sint-Jan – © Geert Dewaele
Zoals eerder bericht door:
Vlaanderen trekt 1,1 miljoen euro uit voor restauratie van 4 oorlogsbegraafplaatsen in Ieper – VRT NWS (4 augustus 2026)
Vlaanderen investeert meer dan een miljoen in muren van oorlogskerkhoven: “Ze dreigen instabiel te worden”– Nieuwsblad (4 augustus 2026)
White House Cemetery in Sint-Jan – © Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

Ieper – De Vlaamse Regering voorziet bijkomend 250.000 euro om de restauratie van de Lakenhallen en het Belfort in Ieper volledig af te werken. Daarmee loopt de Vlaamse investering op tot net geen 9 miljoen euro. De werken moeten een reeks pas ontdekte structurele problemen definitief oplossen.

Laatste duwtje voor een monument van formaat
Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Ben Weyts (N-VA) maakt 250.000 euro extra vrij om de totaalrestauratie van de Lakenhallen en het Belfort in Ieper te voltooien. Dankzij die bijkomende middelen kunnen onder meer aangetaste balkkoppen en kepers worden verstevigd en wordt de waterafvoer van het dak verbeterd.
Met deze extra financiering komt de totale Vlaamse investering uit op net geen 9 miljoen euro, binnen een globale restauratiekost van ongeveer 18,5 miljoen euro. Vlaanderen neemt via het Agentschap Onroerend Erfgoed 46 procent van de bijkomende werken voor zijn rekening; de Stad Ieper betaalt het resterende aandeel.
De minister gaf daarbij aan dat de Lakenhallen in hun middeleeuwse pracht een visitekaartje vormen voor het verhaal van Vlaanderen en tegelijk een stille getuige zijn van de Eerste Wereldoorlog. Met de extra middelen wordt volgens hem de kroon gezet op jaren werk en keert het West-Vlaamse icoon terug in topconditie.

Zeven eeuwen geschiedenis, meerdere levens
Tussen de Grote Markt en de Sint-Maartenskerk staat al meer dan zeven eeuwen een van de grootste gotische burgerlijke gebouwen van Europa. De Lakenhallen met hun imposante belfort vormden in de middeleeuwen het economische hart van de lakennijverheid. Doorheen de eeuwen groeide het complex uit tot een netwerk van hallen en doorgangen en kreeg het uiteenlopende functies, van handelscentrum tot stadhuis.
Na de volledige verwoesting tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de Lakenhallen heropgebouwd. Vandaag huisvest het gebouw onder meer het In Flanders Fields Museum en het Yper Museum. Het geheel is erkend als UNESCO-werelderfgoed.

Nood aan ingrijpen, vijftig jaar na de heropbouw
Een halve eeuw na de wederopbouw doken opnieuw tekenen van verval op. In 2018 sloegen de Vlaamse Regering en de Stad Ieper de handen in elkaar voor een restauratiemasterplan, opgedeeld in vijf fasen. De werken gingen in het najaar van 2020 van start, met stellingen op de Grote Markt.
Sindsdien kreeg het belfort een grondige reiniging en herstelbeurt. Ook de draak Margriet boven op de toren werd naar beneden gehaald voor restauratie. In 2021 volgden de klokken en werd een nieuwe lantaarn op de toren geplaatst. De daaropvolgende jaren kwamen de westervleugel en, in 2023, de zijde van het In Flanders Fields Museum aan bod.

Onverwachte problemen vragen extra budget
Hoewel intussen het grootste deel van de stellingen is verdwenen, brachten de werken bijkomende problemen aan het licht. Sommige moerbalkkoppen bleken in bijzonder slechte staat en vormen een risico voor de dakstabiliteit. Daarnaast voldeden bepaalde metalen onderdelen niet aan de brandveiligheidsnormen, kampten buitenluiken met vochtproblemen en waren er knelpunten in de verluchting.
De bijkomende werken hebben een totale kostprijs van 545.820 euro. De extra Vlaamse middelen maken het mogelijk om deze ingrepen alsnog uit te voeren en de restauratie definitief af te ronden.

💬 Reageer hieronder

Bron:
Gheeraert, T. (8 januari 2026). Nog eens half miljoen euro voor restauratie lakenhallen: “Laatste knelpunten aanpakken.” KW.be. https://kw.be/nieuws/nog-eens-half-miljoen-euro-voor-restauratie-lakenhallen-laatste-knelpunten-aanpakken/
https://www.hln.be/ieper/minister-ben-weyts-n-va-pompt-250-000-euro-extra-in-restauratie-lakenhallen-middelen-om-balkkoppen-en-kepers-te-verstevigen~a961af00/

Ieper – Bij de heropbouw van de Carrefour in Ieper stootte de bouwheer op resten van een middeleeuwse burcht. De vondst legde de werken zes maanden stil en veroorzaakte zware kosten. Nu hoopt de eigenaar een deel van die archeologische uitgaven terug te krijgen van het Agentschap Onroerend Erfgoed.

Middeleeuwse verrassing op bouwwerf
Wat begon als een klassiek bouwproject, werd plots een archeologische ontdekking van formaat. Op het terrein waar de Carrefour in Ieper wordt vernieuwd, kwamen resten aan het licht van een burcht waar ooit de graven van Vlaanderen verbleven.

De eigenaar van de site, de Brugse ondernemer Jean-Marie Cardinael (73), zag zijn plannen tijdelijk in het zand lopen. De opgravingen legden de werf een half jaar stil. “Er werd niet verwacht dat er nog restanten zouden opduiken,” vertelt hij, “maar op een diepte van 2,5 meter kwamen we op muren en structuren terecht die steeds spectaculairder bleken.”
De resten kregen al snel een naam: de Burcht van Ieper.

Familie met diepe Ieperse wortels
Voor Cardinael heeft de plek een bijzondere betekenis. Zijn familie is al sinds 1670 met Ieper verbonden. Zijn overgrootvader had er een zeepziederij die tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig werd verwoest.

Na de oorlog verhuisde de productie naar Brugge, maar in 1925 mocht op de Ieperse site opnieuw gebouwd worden. Daar ontstond een koffiebranderij met drogisterij, later uitgegroeid tot het bekende warenhuis De Ballon en vervolgens Ballon Unic. Uiteindelijk werd het pand overgenomen door Carrefour.

“Het werd tijd om die winkel een nieuw elan te geven,” blikt Cardinael terug. Maar wat een moderniseringsproject moest worden, veranderde plots in een les archeologie.

Een petitie voor het ‘Gravensteen van Ieper’
De vondst lokte veel belangstelling. Erfgoedliefhebbers en buurtbewoners droomden van een open archeologische site, een soort Gravensteen van Ieper. Een petitie verzamelde tientallen handtekeningen, en ook het stadsbestuur onderzocht de mogelijkheden.

De Vlaamse minister van Onroerend Erfgoed, Ben Weyts (N-VA), ging ter plaatse en erkende het belang van de ontdekking, maar wees een publieke ontsluiting af. Volgens hem was dat “niet haalbaar, noch betaalbaar”.

Wel besliste de minister dat de volledige burchtmuur — ook de nog niet opgegraven delen — officieel beschermd blijft. De nieuwe funderingen van de Carrefour worden zo ontworpen dat ze het erfgoed niet aantasten.

Tussen trots en frustratie
De bouwheer kijkt intussen met gemengde gevoelens terug. Hij zegt dat hij trots is op de vondst en blij dat de geschiedenis van Ieper ermee is verrijkt. Tegelijk is hij opgelucht dat het bouwproject opnieuw op volle toeren draait.

Volgens Cardinael verliep het opnieuw begraven van de burcht volledig volgens de regels. De werf is nu in volle vaart bezig. “We proberen de verloren tijd in te halen, want we willen de winkel tegen volgend najaar openen,” vertelt hij.

Zware factuur door archeologie
De opgravingen duurden acht weken en kostten volgens de bouwheer ongeveer 200.000 euro. “Een week archeologie kost al snel 25.000 euro,” rekent hij voor. Die kosten werden volledig door hem voorgeschoten, maar hij onderhandelt met het Agentschap Onroerend Erfgoed om een deel terug te krijgen.

Na meerdere overlegmomenten zegt Cardinael te hopen dat het agentschap “maximaal zal bijdragen”. De vertraging zorgde bovendien voor bijkomende verliezen door gemiste inkomsten en extra werfkosten. Toch blijft hij pragmatisch: voor hem staat ondernemen voorop.

De bouwheer vat het nuchter samen: als ondernemer heeft hij liever een bloeiende zaak dan een burcht onder zijn voeten.

© Geert Dewaele
© Geert Dewaele
Bron:
Nws, V. (7 November 2025). Bouwheer Ieperse supermarkt wil archeologische kosten terugbetaald na vondst grafelijke burcht | VRT NWS: nieuws. VRTNWS. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2025/11/07/gravensteen-ieper-archeologische-opgravingen-duur/

Pattyn, T. (7 November 2025). Jean-Marie (73) toont werf boven begraven Burcht: “Velen willen hier ook weer een supermarkt.” Nieuwsblad. https://www.nieuwsblad.be/regio/west-vlaanderen/westhoek/ieper/jean-marie-73-toont-werf-boven-begraven-burcht-velen-willen-hier-ook-weer-een-supermarkt/103154372.html
Lees ook:
Archeologische vondst in Ieper verdwijnt opnieuw onder de grond: Carrefour in aantocht – 26/06/2025
Burcht van Ieper wordt opnieuw begraven: supermarkt en appartementen kunnen gebouwd worden – 9/05/2025
Archeologen ontdekken resten van middeleeuws grafelijk domein op de terreinen van de Carrefour – 31/03/2025
Afbraak Carrefour-pand op de Leet in Ieper: nieuwbouw klaar in 2026 – 18/08/2024
De archeologische vondst – © Geert Dewaele

Ieper – Het Tempelierssteen in de Rijselstraat in Ieper staat al jarenlang leeg en toont steeds meer tekenen van verval. Ondanks verschillende ambitieuze plannen voor herbestemming blijft een concrete doorbraak uit. Het beschermde gebouw roept daardoor steeds meer vragen op over de toekomst van één van de oudste historische panden van de stad.

Historisch gebouw krijgt steeds meer te lijden onder leegstand
Wie de voorbije weken door de Rijselstraat wandelde, merkte wellicht de staat van het voormalige postgebouw op. Aan de gevel van het Tempelierssteen hangt intussen een waarschuwingsbord dat voorbijgangers vraagt voldoende afstand te houden wegens mogelijk slipgevaar. Mosvorming en uitwerpselen van duiven versterken de verwaarloosde indruk van het beschermde gebouw.
Het pand op nummer 70 staat al bijna 27 jaar leeg. Tot 1997 deed het dienst als postgebouw, maar sinds het vertrek van De Post kreeg het gebouw geen nieuwe invulling meer. Doorheen de jaren doken verschillende kandidaat kopers en projectontwikkelaars op, telkens met uiteenlopende plannen. Die voorstellen strandden echter op stedenbouwkundige en erfgoedtechnische beperkingen.

Eén van de oudste historische gebouwen van Ieper
Het Tempelierssteen behoort tot de oudste waardevolle gebouwen van Ieper. De oorsprong van het pand gaat terug tot de 13de eeuw. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het grotendeels vernield, waarna het na de oorlog opnieuw werd opgebouwd volgens de oorspronkelijke plannen.
Door zijn historische waarde geniet het gebouw bescherming als erfgoedsite, wat renovatieprojecten extra complex maakt.

Bijna drie decennia leegstand wegen steeds zwaarder op één van de meest waardevolle historische gebouwen van Ieper

Plannen voor luxehotel verdwenen in de koelkast
Sinds 2009 is het gebouw eigendom van de Brusselse vastgoedvennootschap Aedific NV. Het bedrijf is actief in vastgoedontwikkeling en vastgoedbeheer.
In 2013 werden plannen voorgesteld om het Tempelierssteen om te vormen tot een kleinschalig luxehotel met elf kamers en een restaurant. Dat project kwam uiteindelijk niet van de grond omdat de brandveiligheidsvereisten moeilijk verenigbaar bleken met de erfgoedstructuur van het gebouw.
Voor de restauratie werd eerder wel financiële steun aangekondigd. De toenmalige Vlaamse minister bevoegd voor Onroerend Erfgoed, Geert Bourgeois, kende een subsidie van ruim 314.000 euro toe. Ook provinciale en stedelijke steun maakten deel uit van de plannen.

Ook kantoorproject leverde geen doorbraak op
Enkele jaren later leek er opnieuw beweging te komen. In 2017 verdwenen delen van de gevel achter stellingen en werden renovatiewerken aangekondigd. Het project voorzag vijftien kantoorruimtes met vergaderzalen. De investering werd toen geraamd op ongeveer anderhalf miljoen euro en de werken zouden begin 2018 afgerond zijn.
Na die aankondiging bleef het echter opnieuw stil rond het dossier.
In 2023 doken opnieuw signalen op dat Aedific samen met een vastgoedkantoor werkte aan een nieuwe piste voor het gebouw. Concrete resultaten of zichtbare werken bleven voorlopig uit.

Onzekerheid blijft duren
Vandaag blijft het Tempelierssteen een opvallende leegstaande plek in het centrum van Ieper. De combinatie van historische waarde, beschermde status en complexe renovatievereisten maakt het dossier bijzonder moeilijk. Tegelijk groeit de bezorgdheid over de verdere achteruitgang van het gebouw.
Voorlopig blijft het afwachten of er alsnog een duurzame herbestemming komt die het historische pand opnieuw leven kan geven.

Tempelierssteen januari 2024: slipgevaar door duivenpoep en mos?
Maart 2017: Tempeliershof in de steigers

💬 Reageer hieronder