Post Tagged ‘Stadsontwikkeling’

,

Ieper – Na jaren van restauratie is de binnenkoer van de Lakenhallen opnieuw toegankelijk en duikt meteen een oude discussie op. Terwijl het museumcafé zijn terras heropent, groeit het politieke debat over een mogelijke overkapping van de historische site.

Terras heropent na lange restauratie
Na een restauratieperiode van ongeveer vier jaar is de binnenkoer van de Lakenhallen in Ieper opnieuw vrijgemaakt. Daarmee kan het museumcafé voor het eerst in jaren opnieuw een terras uitbaten op deze centrale plek.
Uitbater Jonas Bevernage geeft aan dat hij daar lang naar heeft uitgekeken en dat het terras inmiddels opnieuw volledig is ingericht. De heropening valt samen met het eerste zachte lenteweer, wat meteen zorgt voor een symbolische start van het terrasseizoen op de site.
De binnenkoer maakte tot voor kort deel uit van een werfzone tijdens de restauratiewerken aan de Lakenhallen, die erkend zijn als werelderfgoed en onderdak bieden aan onder meer het In Flanders Fields Museum en het Yper Museum.

Nieuwe toegang moet breder publiek aantrekken
Met het afronden van de werken zijn ook de toegangen tot het complex aangepakt. Bezoekers kunnen het museumcafé bereiken via de vernieuwde Donkerpoort, maar ook via een heringerichte toegang aan de Coomansstraat.
Volgens de uitbater biedt die extra toegang kansen om niet alleen toeristen, maar ook inwoners uit de regio sterker aan te trekken. De site wordt daarmee nadrukkelijker gepositioneerd als een ontmoetingsplek voor een breder publiek.

Politiek debat over toekomst van de binnenkoer
De heropening van de binnenkoer brengt ook een beleidsvraag opnieuw onder de aandacht: hoe kan deze ruimte in de toekomst beter benut worden?
Tijdens een recente gemeenteraadszitting pleitte oppositiepartij Vooruit voor een ingreep die verder gaat dan enkel het heropenen van het terras. Raadslid Philip Bolle stelde dat het museumcafé en de binnenkoer momenteel onvoldoende aansluiten bij de internationale ambities van de musea op de site. Volgens hem oogt de horecazaak verouderd en is een bredere herinrichting nodig.
Bolle gaf daarbij aan dat het binnenplein vandaag vaak onaangenaam is door wind, beperkte zoninval en lage temperaturen. In zijn visie biedt een overkapping met glas nieuwe mogelijkheden voor horeca, evenementen en verenigingsleven.

Overkapping onderzocht, maar zonder budget
Het stadsbestuur sluit het idee van een overkapping niet uit, maar benadrukt dat dit geen project voor de korte termijn is. Schepen voor musea en patrimonium Emmily Talpe wijst erop dat de prioriteit momenteel ligt bij de grootschalige vernieuwing van het In Flanders Fields Museum.
Volgens haar wordt de piste van een overkapping wel onderzocht in het kader van toekomstige museumontwikkeling. Daarbij ligt de focus voorlopig op een kleinere binnenkoer, waar een overkapping mogelijk het onthaal van de musea kan verbeteren.
Een belangrijke hinderpaal blijft het financiële plaatje. Talpe benadrukt dat zowel de investering als het onderhoud zorgvuldig moeten worden afgewogen.

Druk om tempo te maken
Vanuit de oppositie klinkt de oproep om het dossier sneller vooruit te trekken. Volgens Bolle vergt een project van deze omvang een lange voorbereiding en dreigt uitstel de realisatie aanzienlijk te vertragen.
Hij waarschuwt dat zonder tijdige opstart een eventuele overkapping pas binnen tien jaar gerealiseerd zou kunnen worden.

Samenvatting en context
De heropening van het terras op de binnenkoer markeert een nieuw hoofdstuk voor de Lakenhallen na jaren van restauratie. Tegelijk toont het debat over een mogelijke overkapping aan dat de toekomst van de site nog volop in ontwikkeling is.
Waar horeca-uitbaters kansen zien in hernieuwde toegankelijkheid, botsen ambities voor verdere infrastructuur op budgettaire realiteit en beleidskeuzes.

© Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder

Bron:
https://kw.be/nieuws/politiek/lokale-politiek/gemeenteraad/nu-museumcafe-eindelijk-weer-een-terras-kan-zetten-tussen-de-lakenhallen-onderzoekt-de-stad-een-glazen-dak-maar-er-is-nog-geen-budget/

Pattyn, T. (5 maart 2026). Nu museumcafé eindelijk weer een terras kan zetten tussen de Lakenhallen onderzoekt de stad een glazen dak: “Maar er is nog geen budget.” Nieuwsblad. https://www.nieuwsblad.be/regio/west-vlaanderen/westhoek/ieper/nu-museumcafe-eindelijk-weer-een-terras-kan-zetten-tussen-de-lakenhallen-onderzoekt-de-stad-een-glazen-dak-maar-er-is-nog-geen-budget/139308998.html

,

Ieper – Na de aankoop van de voormalige Cibus-site aan de Oostkaai in Ieper slaan de stad, vastgoedontwikkelaar Hexagon en andere grondeigenaars de handen in elkaar voor een masterplan voor de volledige kaai-zone. Mobiliteit, vergroening en de herontwikkeling van braakliggende terreinen staan centraal.

Cibus-site als hefboom voor bredere herontwikkeling
Vastgoedmakelaar Hexagon kocht recent de voormalige vestiging van veevoederbedrijf Cibus langs de Oostkaai in Ieper. Het terrein van 12.925 vierkante meter kwam in 2018 vrij nadat Cibus verhuisde naar Leievoeders, dat schrijft KW.be.

Volgens Hexagon biedt de site belangrijke troeven: de centrale ligging, de aanwezigheid van het water en de ruimtelijke kansen voor een kwalitatieve herontwikkeling. Om de mogelijkheden en de noden van de omgeving in kaart te brengen, wordt een uitgebreid onderzoek opgestart. Daarnaast is een Brownfieldconvenant aangevraagd.

Samenwerking met stad en omliggende eigenaars
Een Brownfieldconvenant is een instrument van de Vlaamse overheid om onderbenutte terreinen opnieuw te ontwikkelen in samenwerking met lokale en bovenlokale overheden. Schepen van Ruimtelijke Ordening Danny Metsu (Team Ieper) bevestigt dat er overleg loopt met meerdere partijen: niet alleen met Hexagon, maar ook met de eigenaars van Shopping Delva, met eigenaars van percelen in de Paddevijverstraat en met De Vlaamse Waterweg, beheerder van de kaaien en de wegenis langs de Westkaai.

In de Paddevijverstraat liggen nog verschillende onontwikkelde percelen. Die zouden volgens het stadsbestuur pas echt potentieel krijgen wanneer ze in één geïntegreerd plan worden meegenomen.

Mobiliteit, vergroening en parkeerdruk
De stad ziet in de zone rond de Kop van de Kaai, de Oostkaai en de Westkaai meerdere opportuniteiten. Het stadsbestuur wil er de verkeersafwikkeling verbeteren, de openbare ruimte verfraaien en vergroenen, en tegelijk de hoge parkeerdruk aanpakken.

Daarom wordt gewerkt aan een masterplan dat moet uitmonden in een nieuw Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) voor het volledige gebied. De bedoeling is om dat plan tegen de zomer klaar te hebben.

Een dossier met een lange voorgeschiedenis
De plannen bouwen voort op een dossier dat al meerdere legislaturen meegaat. Voormalig schepen van Ruimtelijke Ordening Philip Bolle (Vooruit) herinnert eraan dat in de vorige bestuursperiode al geprobeerd werd om de Cibus-site en de omgeving gezamenlijk te ontwikkelen. Die gesprekken liepen toen vast, onder meer omdat eigenaars van tuinen in de Paddevijverstraat zeer hoge vraagprijzen hanteerden.

Na het mislukken van die onderhandelingen werd de site te koop aangeboden en uiteindelijk door Hexagon aangekocht. Volgens het toen geldende RUP was industriële ontwikkeling mogelijk, maar in de stedelijke visienota werd eerder gemikt op een overgangszone met een mix van wonen, kleinschalige handel – zoals de bestaande doe-het-zelfzaak – en eventueel kantoorruimte.

Westkaai en verlaagde kaaiboorden
Het masterplan omvat ook de Westkaai. De Vlaamse Waterweg liet daar eerder al een studie uitvoeren naar de mogelijkheid om de kaaiboorden te verlagen, naar het voorbeeld van Kortrijk. Die studie toonde aan dat zo’n ingreep ongeveer de helft van de bestaande parkeerplaatsen zou doen verdwijnen.

Gezien de huidige parkeerdruk op de Westkaai werd dat scenario als problematisch beoordeeld. Daarom wordt nu de volledige zone van Oost- en Westkaai samen bekeken. In eerdere denkpistes kwamen onder meer een geïntegreerde parkeervoorziening op de Oostkaai en een gedeeltelijke inbreng van de Cibus-site in beeld. Ook buurtvoorzieningen zoals een kleine supermarkt werden ooit geopperd, maar voorlopig blijven het verkennende ideeën zonder concrete beslissingen.

Knelpunt Polenlaan zorgt voor tijdsdruk
De herinrichting van het kruispunt Oostkaai–Polenlaan maakt deel uit van het stedelijk tienpuntenplan om het centrum verkeersluwer te maken. Dat zorgt voor bijkomende tijdsdruk op het masterplan.

Volgens schepen Metsu is het noodzakelijk om eerst een oplossing te vinden voor dit mobiliteitsknooppunt alvorens verdere stappen in het globale mobiliteitsplan te zetten. In het onderzoek worden verschillende opties bekeken, waaronder een rotonde, eenrichtingsverkeer en tijdelijke proefopstellingen.

De veiligheid van fietsers geldt daarbij als een absolute prioriteit. Tijdens eerdere baggerwerken op het kanaal werd al geëxperimenteerd met eenrichtingsverkeer, maar dat leidde toen niet tot een duidelijke verschuiving van het verkeer naar andere straten.

© Geert Dewaele
Bron:
📌 Krant van West-Vlaanderen (KW.be), “Stad en stakeholders maken masterplan voor Kop van de Kaai: ‘Ook de mobiliteit aanpakken’”, gepubliceerd 21 januari 2026 op KW.be

© Geert Dewaele
,

Ieper – De voormalige legerkazerne in Ieper staat opnieuw centraal in het debat over haar toekomst. Na een zware brand in het Fedasil-opvangcentrum bevestigt Defensie dat het de site opnieuw in gebruik wil nemen. Dat nieuws doorkruist de stadsplannen voor de strategische spie, maar opent tegelijk vragen over de verdere ontwikkeling van het terrein.

Defensie sluit, verdwijnt… en keert nu mogelijk terug
Op 24 december 2023 sloot Defensie de deuren van de legerkazerne Kwartier Eerste Wachtmeester A. Lemahieu in Ieper. De logistieke eenheid Competentiecentrum Steunmateriaal en Producten (CCMP), jarenlang verantwoordelijk voor kledij en materieellogistiek, verdween uit de stad nadat haar taken in Peutie werden ondergebracht of uitbesteed. Jaren van besparingen maakten een normale werking in Ieper onmogelijk.

Nieuwe bestemmingen: museum en opvangcentrum
Een deel van de infrastructuur langs de andere zijde van de Kemmelseweg wordt sinds kort ingenomen door het War Heritage Institute. Het plant er tegen 2030 een museum rond de Koude Oorlog, met onder meer historische militaire voertuigen.

Daarnaast kreeg Fedasil op het terrein ruimte voor een asielcentrum, beheerd door het Rode Kruis. De eerste bewoners kwamen er eind januari 2024 aan. De opvang was gepland voor twee jaar, maar of die einddatum, begin 2026, haalbaar blijft, is intussen onduidelijk.

Brand veroorzaakt volledige verwoesting van opvanggebouw
Donderdag 4 december brak er kort na 9 uur een zware brand uit in een van de gebouwen waar tachtig bewoners verbleven. Vier bewoners en zeven begeleiders werden preventief naar het ziekenhuis gebracht wegens rookinhalatie. Het gebouw brandde volledig uit; er werd geen asbestverspreiding vastgesteld.

Volgens de aangestelde branddeskundige was het al snel duidelijk dat er geen aanwijzingen waren voor kwaad opzet. Het parket van West-Vlaanderen stelde een onderzoekt in naar de oorzaak. Schepen van Welzijn Eva Ryde (Team Ieper) maakte zaterdagavond 6 december via een van haar sociale mediakanalen bekend dat de brand veroorzaakt werd door een kortsluiting in een van de slaapkamers.

Burgemeester Katrien Desomer benadrukte dat de bewoners vrijwel alles verloren. Ze verklaarde dat “het weinige dat zij nog hadden, ook vernield is, waardoor zelfs de laatste tastbare herinneringen aan hun vroegere thuis verdwenen zijn”. Het Rode Kruis vond inmiddels opvang voor alle tachtig bewoners, verspreid over Mesen en andere naburige gemeenten.

Stadsplannen in onzekerheid
Na het vertrek van Defensie wilde de stad de kazerne integreren in de zogeheten strategische spie, een nieuw stadsdeel tussen Oudstrijderslaan, spoorlijn, kanaal Ieper-Komen en Rijselseweg. De plek moest ruimte bieden aan woningen, KMO’s en groen.

Maar omdat Defensie de gebouwen niet wil verkopen, moet dat plan nu worden bijgestuurd. Desomer stelde eerder dat “het jammer zou zijn als Defensie haar gebouwen niet verkoopt, om er vervolgens zelf niets mee te doen”, maar voegde eraan toe dat terugkerende militairen welkom zijn.

Defensie kiest opnieuw voor groei
Volgens woordvoerder Jan Van Camp werkt Defensie aan een toekomstplan voor Ieper. Hij liet weten dat “het de bedoeling is de site opnieuw in gebruik te nemen” en dat de organisatie “na een jarenlang krimpscenario terugkeert naar groei”. Het beleid bestaat erin om cruciale militaire domeinen te behouden en niet meer te verkopen. Defensie suggereert dat er mogelijk opnieuw een logistieke eenheid wordt ondergebracht, al is niets officieel bevestigd. Volgens geruchten zouden er mogelijks 500 à 600 militairen geplaatst worden. De federale regering moet het uiteindelijke plan nog goedkeuren.

Desomer reageerde dat de aangekondigde terugkeer “nieuws is voor het stadsbestuur”, al was het volgens haar niet geheel onverwacht. De stad zal haar berekeningen voor de strategische spie opnieuw moeten maken, maar blijft inzetten op de ontwikkeling van de gronden aan de overzijde van het spoor, die wel eigendom zijn van de stad.

Concessie loopt af
De concessie van het opvangcentrum loopt eind deze maand af. Volgens schepen Eva Ryde zal de afbouw nog een half jaar duren. Daarna kunnen de gebouwen opnieuw ter beschikking komen van Defensie.

💬 Reageer hieronder

Hoe zie jij de toekomst van de voormalige kazerne in Ieper: opnieuw militair gebruik, of toch een burgerlijke invulling?

Bron:
Pattyn, T. (4 december 2025). Asielcentrum wordt opnieuw legerkazerne in plaats van nieuw stadsdeel: “Maar Defensie is zeker weer welkom.” Nieuwsblad. https://www.nieuwsblad.be/regio/west-vlaanderen/westhoek/ieper/asielcentrum-wordt-opnieuw-legerkazerne-in-plaats-van-nieuw-stadsdeel-maar-defensie-is-zeker-weer-welkom/110163382.html
Lees ook bij Bouwend Ieper:
Fedasiel wil asielcentrum kazerne Ieper 1 jaar langer openhouden dan afgesproken maar stad zegt nee – 30/04/2024
Nieuw groengebied Drie Koningen opent voor het publiek op 17 maart – 12/03/2024
Eerste 40 asielzoekers komen op 29 januari aan in opvangcentrum oude kazerne Ieper – 28/01/2024
Kazerne van Ieper sluit na meer dan 70 jaar definitief de deuren. – 27/12/2023

Ieper – Aan de Rijselsepoort in Ieper wordt de laatste hand gelegd aan de nieuwe Lidl-winkel. De bouw is afgerond, binnenin wordt volop ingericht. De oude vestiging werd gesloopt en maakte plaats voor een grotere, energiezuinigere supermarkt die meer comfort moet bieden aan klanten én personeel. De werken startten in maart 2025. De heropening staat gepland op 10 december 2025.

Volledige afbraak en heropbouw
De Lidl-vestiging aan de Rijselsepoort in Ieper werd volledig afgebroken en vervangen door een ruimere nieuwbouw. De oude winkel maakte plaats voor een gebouw met een groter verkoopoppervlak, een modernere inrichting en een energiezuinigere installatie. Lidl benadrukt dat de vestiging in Ieper een van de eerste is die het nieuwe architecturale ontwerp van de keten krijgt.

Volgens de winkelketen gaat het om een commerciële beslissing “om het comfort van klanten en medewerkers te vergroten”. De bedoeling is vooral meer winkelgemak en een volledig assortiment aanbieden.

Uitbreiding naar de voormalige Tom&Co-site
De nieuwe winkel beslaat niet alleen het oorspronkelijke perceel, maar ook het terrein waar vroeger Tom&Co gevestigd was. Daardoor komt de totale oppervlakte op 2.616 m², waarvan 1.468 m² toegankelijk is voor het publiek.

Herinrichting van parking en logistiek
Ook de omgeving van de winkel werd aangepakt. De parking is volledig heraangelegd en biedt nu plaats aan 111 wagens voor klanten en 8 voor personeelsleden. Aan de inkom staat een luifel met ruimte voor fietsen. Achteraan het gebouw is een aparte loskade voorzien. Vrachtwagens kunnen de winkel bevoorraden zonder de doorgang van voetgangers en fietsers te hinderen.

Groene bufferzones en vernieuwd ontwerp
Langs beide perceelgrenzen zijn groene bufferzones aangelegd. De verharding bestaat uit asfalt. De gevels worden afgewerkt in witte en grafietgrijze crepi, gecombineerd met houten accenten.

© Geert Dewaele

Cijfers uit een breder retailkader
Een artikel van vandaag in Het Nieuwsblad bevat enkele cijfers die de bredere context schetsen. Lidl opende zijn eerste Belgische winkel in 1995 in Anderlecht. Vandaag telt de keten 305 winkels in België, met een gemiddelde verkoopoppervlakte van 1.091 m². De meeste filialen liggen op drukke locaties. Rond een gemiddelde Lidl wonen binnen zes minuten rijden net geen 17.000 mensen.

In totaal telt Lidl in België zo’n 10.500 medewerkers, wat neerkomt op gemiddeld 34 werknemers per winkel. In het basisassortiment zitten gemiddeld 2.500 producten. De verhouding tussen huismerken en nationale merken bedraagt 90% huismerken tegenover 10% nationale merken.

Financieel zit de keten in een intensieve investeringsperiode. In het boekjaar dat eind maart werd afgesloten, steeg de omzet met 3% tot 3,24 miljard euro, zo berichtte onlangs De Standaard. Toch draaide Lidl in België de voorbije twee jaar verlies. In het meest recente boekjaar bedroeg het bedrijfsverlies bijna 12 miljoen euro.

Volgens Pierre-Alexandre Billiet, CEO van kennisplatform Gondola, heeft dat vooral te maken met de vele investeringen die Lidl momenteel doet. Hij zei dat Lidl “meer en meer in de richting van een supermarkt met lage prijzen beweegt, in plaats van een klassieke discounter te blijven”. De keten investeert volgens hem in modernere winkels, sterke locaties, vernieuwingen zoals hybride vleesproducten en een uitgebreider assortiment. Zo proberen ze ook naast de huismerken, meer nationale merken te hebben. Hij noemt die omslag een soort “puberteit” van de keten, een overgangsperiode die een prijs heeft, maar duidelijk wijst op een strategische evolutie.

© Geert Dewaele

💬 Reageer hieronder
Verwacht jij dat de keuze voor een groter aanbod en meer nationale merken de juiste zet is van Lidl, zeker in vergelijking met Aldi?

Bron:
Snick, C. (15 November 2025). “De ene is aan het vervellen naar ‘supermarkt met lage prijzen’ in plaats van oerklassieke discount”: hoe gelijk zijn Aldi en Lidl nu écht? Nieuwsblad. https://www.nieuwsblad.be/economie/geld/de-ene-is-aan-het-vervellen-naar-supermarkt-met-lage-prijzen-in-plaats-van-oerklassieke-discount-hoe-gelijk-zijn-aldi-en-lidl-nu-echt/99701457.html
Lees ook bij Bouwend Ieper:
Sloop oude Lidl in Ieper afgerond, grondwerken nieuwbouw gestart – 9/05/2025
De Lidl-vestiging in Ieper wordt volledig afgebroken en vervangen door een ruimere nieuwbouw – 31/05/2024
© Geert Dewaele
© Geert Dewaele
© Geert Dewaele
© Geert Dewaele
Sint-Jacobsskerk – © Jean-Pierre Vandepitte

Ieper – De stad heeft een nieuw kerkenbeleidsplan, maar dat verliep in de gemeenteraad van maandagavond niet zonder discussie. Terwijl de stad inzet op een voorzichtige, haalbare aanpak, komt oppositiepartij Vooruit met opvallende voorstellen. Een stadsbioscoop in een kerk? Het lijkt gedurfd, maar er zou al een mogelijke investeerder zijn.

Sinds 1 januari 2025 zijn steden en gemeenten verplicht om een actueel en goedgekeurd kerkenbeleidsplan te hebben, om in aanmerking te blijven komen voor subsidies van hogere overheden. Het plan moet een gedragen langetermijnvisie bevatten voor alle parochiekerken binnen het grondgebied. In Ieper gaat het om veertien katholieke kerken, één anglicaanse en twee protestantse kerken. Vijf van de katholieke kerken zijn beschermd als monument, en één kerk heeft een beschermde toren.

Schepen Eva Ryde (Team Ieper) gaf aan dat zowel de stad als een centraal kerkbestuur stappen willen zetten in het uitwerken van het traject voor toekomstig gebruik van de parochiekerken. Samen met verschillende partijen werd een overzicht uitgewerkt.

Kritiek van de oppositie: het plan mist ambitie
Op de gemeenteraad uitte Valentijn Despeghel (Vooruit) zijn teleurstelling over het kerkenbeleidsplan. Volgens hem ontbreekt het plan aan ambitie. Hij stelde dat het plan, hoewel 90 pagina’s dik, amper vier pagina’s aan een toekomstvisie besteedt. Daardoor kan het document volgens hem bezwaarlijk een strategisch plan worden genoemd.

De toekomst van drie binnenstadskerken
Het plan schuift de Sint-Maartenskathedraal naar voren als dé centrumkerk voor de eredienst, met daarnaast ruimte voor nevenbestemming, bijvoorbeeld in de Proosdijzaal. Voor de Sint-Pieterskerk wil de stad het haalbaarheidsonderzoek uit 2020 verder uitwerken, met als doel een herbestemming tot dienstencentrum, waar De Kersecorf naartoe kan verhuizen. Voor de Sint-Jacobskerk wordt voorlopig enkel vermeld dat op termijn de mogelijkheden voor nevenbestemming of herbestemming onderzocht zullen worden.

Vooruit presenteert eigen voorstellen
Valentijn Despeghel legde verregaande voorstellen voor de drie katholieke binnenstadskerken op tafel. Hij benadrukte het belang van het koesteren en optimaal onderhouden van de Sint-Maartenskathedraal, het ‘kroonjuweel’ van de stad. Hij verwees naar het recente rapport van Monumentenwacht, dat belangrijke aandachtspunten aan het licht bracht, zoals de toestand van het betonnen binnenskelet van de torenspits, het metselwerk van de toren en het zuidportaal. Hij verwachtte van het stadsbestuur voldoende middelen vrij te maken om dit erfgoed te behouden.

Over de Sint-Pieterskerk stelde Despeghel voor om deze kerk om te vormen tot een volwaardige cultuurkerk. Hij vond het voorstel om er een dienstencentrum te vestigen tegen de conclusies van de haalbaarheidsstudie ingaan, die aangaf dat het gebouw vanwege de beschermingen niet geschikt is voor die functie. Volgens hem zijn er betere locaties in de binnenstad voor een dienstencentrum of sociaal restaurant. Despeghel zag in de Sint-Pieterskerk een kans voor méér cultuur in Ieper. Daarnaast wees hij op het lopende onderzoek naar de toekomst van de stadsschouwburg. Die staat mogelijk voor ingrijpende renovaties of vervanging. Hij vroeg zich af waar verenigingen en culturele organisaties tijdens die periode terecht kunnen. De Sint-Pieterskerk ligt centraal, beschikt over goede akoestiek en wordt nu al succesvol voor culturele activiteiten gebruikt. Met een beperkte investering zou de kerk als alternatief voor de stadsschouwburg kunnen dienen tijdens de bouwwerken, en ook op lange termijn een rol kunnen blijven spelen in het culturele landschap van de stad.

De meest verrassende piste die Despeghel aandroeg was het omvormen van de Sint-Jacobskerk tot bioscoop. Hij meldde dat er zich een mogelijke investeerder heeft aangediend die momenteel een haalbaarheidsstudie uitvoert. Omdat het een beschermd gebouw betreft, zijn ingrijpende verbouwingen uitgesloten. Via het ‘box-in-box’ principe, waarbij kleine cinemazalen in de kerkstructuur worden geplaatst, kan volgens hem toch een kwalitatieve bioscoop worden gerealiseerd met zalen van 50 tot 150 zitplaatsen. Dit zou niet alleen een nieuwe culturele trekpleister voor Ieper betekenen, maar ook een voorbeeld zijn van slimme herbestemming van erfgoed.

Schepen Ryde waarschuwt voor luchtkastelen
Schepen Eva Ryde gaf aan verrast te zijn door het bioscoopvoorstel, dat volgens haar nog niet officieel aan de stad was voorgelegd. Omdat de stad eigenaar is, vond ze het niet verstandig dat dergelijke voorstellen zomaar circuleren. Ze uitte ook haar bezorgdheid over mobiliteit als er een bioscoop in de kerk zou komen. Volgens haar moet het volledige plaatje kloppen, maar de stad staat open voor elk voorstel.

Wat de cultuurkerk betreft zag Ryde praktische bezwaren. Ze wees erop dat de Sint-Pieterskerk binnen de huidige mogelijkheden al mooi wordt ingezet voor kunst en optredens, maar als alternatief voor de stadsschouwburg was zij sceptisch. Zo ontbreekt er verwarming in de kerk, wat niet zomaar is op te lossen. Volgens haar waren de voorstellen van Despeghel niet realistisch of duurzaam op lange termijn.

Burgemeester bevestigt interesse investeerder
Valentijn Despeghel gaf aan dat hij enige tijd geleden de burgemeester had geïnformeerd over de interesse vanuit de privésector. De burgemeester had dit bevestigd. Despeghel benadrukte dat het niet de bedoeling is om een grote bioscoop te realiseren, omdat dat niet rendabel zou zijn. Een kleine stadsbioscoop zou wel mogelijk zijn, wat ook door de investeerder zo wordt gezien.

Schepen Ryde bleef voorzichtig en benadrukte dat het nog ver van haalbaarheid verwijderd is. Ze waarschuwde dat het niet verstandig is om mensen ‘ballonnetjes op te laten’, om later te moeten constateren dat het niet lukt. De voorkeur gaat uit naar een plan dat stap voor stap groeit, gericht op een realistische invulling.

Respect voor erfgoed en geloof
Nancy Six van Vlaams Belang wees op een gevoelig punt: zij gaf aan dat haar partij zeker niet akkoord zou gaan met het gebruik van de rooms-katholieke kerken door een andere godsdienst. Schepen Ryde stelde gerust dat dit niet de bedoeling is.

Ryde gaf aan dat het kerkenbeleidsplan bewust geen grote voorstellen bevat, omdat dat niet verstandig zou zijn. De stad wil stap voor stap werken aan realistische voorstellen die ook uitvoerbaar zijn.

Het debat over het Ieperse kerkenbeleid is geopend, maar voorlopig niet afgesloten. Of de Sint-Jacobskerk straks daadwerkelijk een cinemazaal wordt, blijft onduidelijk. Wel staat vast dat de toekomst van Iepers religieus erfgoed leeft en dat daarover wordt nagedacht.

Sint-Pieterskerk – © Jean-Pierre Vandepitte
Sint-Maartenskerk – © Geert Dewaele
Bronnen:
DPG Media Privacy Gate. (30 juni 2025). https://www.hln.be/ieper/nieuw-kerkenbeleidsplan-in-ieper-maak-van-sint-jacobskerk-een-stadsbioscoop-en-van-de-sint-pieterskerk-een-cultuurhuis~a3d190237/

Gheeraert, T. (1 juli 2025). Gaan we straks naar de film in de Sint-Jacobskerk? Vooruit Ieper lanceert opmerkelijke plannen voor kerken. KW.be. https://kw.be/nieuws/politiek/lokale-politiek/gemeenteraad/gaan-we-straks-naar-de-film-in-de-sint-jacobskerk-vooruit-ieper-lanceert-opmerkelijke-plannen-voor-kerken/